Kennisbericht

Terugval bij depressie kan effectief worden aangepakt

Jongeren hebben baat bij psychologische terugvalpreventie

Ongeveer een op de vijf jongeren onder de 25 krijgt te maken met depressie- en/of angststoornissen. Bij de jongeren die behandeling hebben gekregen, komen bij 39-72% de klachten echter weer terug. Suzanne Robberegt (Amsterdam UMC) en haar collega’s onderzochten of psychologische interventies het terugvalpercentage van depressie en angst onder jongeren kunnen verminderen. Wat bleek? De kans op terugval na depressie werd kleiner wanneer de jongeren na herstel een psychologische interventie startten, medicatie voortzetten, of een combinatie van beide kregen. 

Auteur: Maria Bekendam

Depressie en angst zijn veelvoorkomende psychische aandoeningen onder jongeren tussen de 13 en 25 jaar. Ondanks behandeling van de klachten is de kans op terugval onder jongeren bij depressie zo’n 47-72% en bij angststoornissen 39-58%. Terugval brengt voor de jongeren vaak problemen met zich mee op het gebied van schoolprestaties, werk of sociale contacten. Vanuit eerder onderzoek bij volwassenen is bekend dat preventies gebaseerd op cognitieve therapie en mindfulness de depressieterugval verminderen en de tijd tot terugval verlengen. Dit effect is ook zichtbaar wanneer medicatie na behandeling wordt voortgezet. Daarvoor geldt echter dat veel mensen willen stoppen met medicatie vanwege neveneffecten. Voor angst lijkt enkel medicatie te helpen. Over terugvalpreventiestrategieën onder jongeren is echter nog weinig bekend. Voor Robberegt en collega’s reden om hier met een meta-analyse meer over te weten te komen.

Licht aan het einde van de tunnel

Om na te gaan wat voor jongeren werkt, werden verschillende preventievormen in negen studies vergeleken met een controlegroep: psychologische interventies, medicatie en een combinatie van beide. Voor angstproblematiek konden wegens gebrek aan studies geen conclusies worden getrokken. Op het gebied van depressie laat de meta-analyse zien dat de kans op terugval na psychologische interventies, zowel losstaand als in combinatie met medicatie, grofweg de helft kleiner is dan in de controlegroep. Ook de tijd tot terugval neemt toe wanneer jongeren psychologische interventie krijgen (in vergelijking met de controlegroep). Ook medicatie blijkt de kans op terugkeer van een depressie binnen zes maanden tot een jaar te verkleinen.
Ondanks de positieve effecten van terugvalpreventie is het percentage jongeren dat uiteindelijk opnieuw klachten krijgt nog 42%. Terugvalinterventies gericht op volledig of deels herstelde mensen moeten daarom meer aandacht krijgen.

Terugvalpreventie in de praktijk

Wat betekenen de hoopgevende bevindingen over depressie voor de praktijk? Hoewel een terugvalpreventieplan onderdeel is van een standaardbehandeling van depressie, wordt dit in de praktijk niet altijd uitgevoerd. Gezien de effecten pleiten de onderzoekers voor een prominentere plek van terugvalpreventie na een behandeling. Welke vorm deze preventie kan aannemen, psychologisch of medicatie of een combinatie, hangt onder andere af van de voorkeuren van de jongere en de behandelaar. Bij medicatie is het van belang om te blijven letten op mogelijke bijwerkingen op de langere termijn, bijvoorbeeld wanneer er bij jonge vrouwen een kinderwens is. Voor adviezen over angstklachten onder jongeren is meer en kwalitatief goed onderzoek noodzakelijk.

Referentie

Robberegt, S. J., Brouwer, M. E., Kooiman, B. E., Stikkelbroek, Y. A., Nauta, M. H., & Bockting, C. L. (2022). Meta-Analysis: relapse prevention strategies for depression and anxiety in remitted adolescents and young adults. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry. https://doi.org/10.1016/j.jaac.2022.04.014