Kennisbericht

Vroegtijdige uitval bij exposure voorkomen?

Zet in op twee sessies per week

Vroegtijdige uitval komt bij traumabehandelingen regelmatig voor. En dat is problematisch omdat het de kans op een gunstige behandeluitkomst verkleint. Dus hoe voorkom je uitval? Door je sessiefrequentie te verhogen naar twee keer per week, zo blijkt uit een meta-analyse van Daniel Levinson en collega’s.

Auteur: Mieke Ketelaars

De redenen voor vroegtijdige uitval van traumabehandeling zijn divers: soms vinden patiënten dat ze na enkele sessies al voldoende zijn hersteld. Andere patiënten stoppen omdat de behandeling niet aansluit bij hun behoeften of omdat ze de belasting te groot vinden. Natuurlijk maakt de reden uit: je hebt immers liever dat iemand het gevoel heeft klaar te zijn dan dat iemand met veel klachten thuis blijft zitten. Aan de andere kant weten we dat vroegtijdige uitval over het algemeen gepaard gaat met een slechtere behandeluitkomst. Bovendien zorgt het ervoor dat patiënten minder snel geneigd zijn in de toekomst opnieuw hulp te zoeken. En zelfs wanneer ze dat wel doen, is de kans groot dat het proces moeizamer verloopt. Redenen genoeg dus om vroegtijdige uitval te willen voorkomen.

Sessiefrequentie

Een belangrijke factor die van invloed kan zijn op vroegtijdige uitval is sessiefrequentie. Voor depressie weten we al dat een hogere sessiefrequentie gepaard gaat met lagere uitval. Voor PTSS is dat nog minder inzichtelijk, vooral omdat er vaak allerhande extra’s aan de behandeling wordt toegevoegd, wat ook gevolgen kan hebben voor de mate van uitval. In hun meta-analyse keken Levinson en collega’s daarom enkel naar onderzoeken die zich richtten op poliklinisch aangeboden verlengde exposure bij PTSS-problematiek.

Uitval

In hun meta-analyse konden ze uiteindelijk 1509 patiënten opnemen, afkomstig uit 35 onderzoeken. De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 39 jaar en iets meer dan de helft van de groep was vrouwelijk. Ruimt 40 procent van de patiënten had een militaire achtergrond. Over die onderzoeken heen lag de mate van uitval op 31 procent. Levinson en collega’s merkten daarbij evenwel op dat het verschil in mate van uitval tussen onderzoeken erg groot was.
Gekeken naar het effect van sessiefrequentie op uitval vonden de onderzoekers een duidelijk resultaat: twee of meer sessies per week verlaagde het percentage vroegtijdige uitval van 34 procent naar 21 procent. Meer dan twee sessies per week bleek echter niet voor lagere uitval te zorgen.

Mogelijke  oorzaak

Wat maakt nu dat een hogere sessiefrequentie gepaard gaat met lagere uitval? Volgens de onderzoekers is het nog te vroeg om daar harde uitspraken over te doen. Met de huidige data kan namelijk niets worden gezegd over een causaal verband. De onderzoekers vermoeden echter dat de kortere duur van de behandeling het effect kan verklaren. Doordat de sessies dichter op elkaar worden aangeboden, hoeven patiënten minder lang blootgesteld te worden aan een stressvolle periode.

Niet minder, maar meer patiënten zien

Dat klinkt natuurlijk mooi, maar wat heeft het verhogen van het aantal sessies per week voor gevolgen voor het aantal patiënten dat gezien kan worden? Volgens Levinson en collega’s eigenlijk niet veel. Door je sessiefrequentie te verhogen, kan je een behandeling sneller afronden en een nieuwe behandeling opstarten.
Geen reden dus om nog langer vast te houden aan die wekelijkse sessies. Maak het verhogen van de sessiefrequentie op zijn minst een bespreekpunt met je patiënt.

Bron

Levinson, D. B., Halverson, T. F., Wilson, S. M., & Fu, R. (2022). Less dropout from prolonged exposure sessions prescribed at least twice weekly: A meta‐analysis and systematic review of randomized controlled trials. Journal of Traumatic Stress. https://doi.org/10.1002/jts.22822