Pak slapeloosheid bij psychische klachten aan

“Slaap speelt mee in het slagen of mislukken van een behandeling”

door VGCt
7 minuten leestijd

“Slaapt u niet goed? Vervelend, maar dat hoort er nou eenmaal bij.” Voor mensen met depressie, PTSS of andere psychische klachten is daarmee vaak de kous af. Dat terwijl slaap een cruciale rol speelt in het verloop van deze aandoeningen. In veel gevallen is er met wat simpele aanpassingen grote verbetering mogelijk. Het is de missie van gz-psycholoog en somnoloog Inge Ensing om meer aandacht te richten op het behandelen van slaapproblematiek bij psychische klachten.    

Iemand die stemmen hoort, heeft daar vaak ‘s avonds meer last van. Daardoor kan zo iemand slecht in slaap komen. Dan begint ook het gepieker. Door het slaaptekort nemen de klachten en het gepieker verder toe en dan slaapt iemand nog slechter. Volgens Inge is deze vicieuze cirkel van slecht slapen bij psychische klachten al lang bekend, maar wordt onterecht aangenomen dat de slaap vanzelf zal verbeteren als de behandeling van de psychische klachten aanslaat. Tijdens haar werk bij het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie van GGZ Drenthe deed ze veel kennis op over het succes van het apart behandelen van slaapproblemen bij psychische klachten. “Gelukkig is er steeds meer aandacht voor slaap in het algemeen. Dat zie je ook in de gz-opleidingen. Dat slaap meespeelt in het slagen of mislukken van een behandeling is een belangrijk besef.”

Risicofactor

De voorbeelden waarbij een verbeterde nachtrust bijdroeg aan vermindering van de psychische klachten zijn talrijk. “Als iemand last heeft van zowel depressie als slapeloosheid, kun je het beste eerst de slapeloosheid aanpakken. Dat gaat in tegen wat tot nu toe altijd gedacht werd, maar we weten inmiddels dat als de slapeloosheid blijft bestaan, dat een grote risicofactor vormt voor het (opnieuw) opleven van de depressie. Bij een verbeterde nachtrust neemt de depressie vaak vanzelf af.” Volgens Inge kan slapeloosheid of slecht slapen zelfs een voorspeller zijn. “Achteraf zien we vaak dat een ontregeling zoals een manie of een psychose voorafgegaan werd door slecht slapen. Het is moeilijk te achterhalen of het slaaptekort deze ontregeling heeft getriggerd of dat het juist een uiting was van een proces dat al gaande was, maar het bewijst wel dat slecht slapen een versterking is van de psychische kwetsbaarheid.”  

Preventie

Er kan ook een somatische oorzaak zijn zoals slaapapneu, waarbij mensen ademtekort hebben in de nacht en daardoor geen kwaliteitsslaap hebben. “Slaapapneu komt veel voor in de ggz. Risicofactoren zijn onder andere overgewicht, roken en alcoholgebruik. Het wordt lang niet altijd door de omgeving of de persoon zelf opgemerkt, terwijl slaapproblemen een psychische stoornis die er al is flink kunnen verergeren. Slaapbehandeling kan daardoor werken als preventie. Als ik bijvoorbeeld iemand op televisie zie met al die risicofactoren, denk ik altijd: laat die persoon zich alsjeblieft testen op slaapapneu.” Een stoornis die Inge ook vaak tegenkomt is de circadiane ritme-slaap-waakstoornis. Hierbij is sprake van een verschuiving van het biologische 24-uursritme. Gemiddeld slapen mensen tussen elf uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends. Bij een circadiane ritme-slaap-waakstoornis is er een duidelijke afwijking van dit patroon. “We zien dit vaak bij mensen met ADHD, autisme en bipolaire stoornissen. Ik geef altijd mee aan behandelaren: als iemand met dergelijke problematiek vertelt over slaapproblemen, dan moet er een rood vlaggetje omhooggaan. Als die slaapritmeverstoring jaren aanhoudt, is de impact groot. Iemand kan niet meedoen in de maatschappij. Dan is het onvoldoende om wat tips te geven. Behandelaren hoeven niet meteen door te verwijzen, maar het kan wel raadzaam zijn om ruggespraak te houden met een deskundige.”     

Overtuiging klopte niet 

Voordat ze zes jaar geleden bij het slaapcentrum in Assen kwam werken, had Inge zelf weinig oog voor slaap. “Je vraagt er eens naar en je hoort het aan, maar het heersende idee was dat het er gewoon bij hoort dat iemand bijvoorbeeld veel wakker ligt of nachtmerries heeft. Bij onder andere depressie en PTSS staan slaapproblemen bij de criteria van de diagnose. Ik richtte me op wat er overdag gebeurde met de cliënt. Dat had deels te maken met de overtuiging dat als de psychische klachten zouden verminderen, de slaap wel weer beter zou worden, en deels ook met de aanname dat je er niet zo veel aan kunt doen. Dat klopt allebei niet.” Min of meer toevallig kwam er een vacature bij het slaapcentrum voorbij. Inge sloeg er meteen op aan. “Ik had er nog nooit van gehoord en juist daarom wilde ik er meer over weten. Ik had bovendien zelf een paar jaar last gehad van slapeloze nachten. Ik wist dus goed hoe het was om slecht te slapen en hoeveel impact dat heeft.”  

Goed te behandelen

Al snel zag de gz-psycholoog bewijs voor de positieve effecten van het behandelen van slaapproblemen bij psychische klachten. “Ik sprak een man uit een forensische kliniek. Mensen die daar zitten hebben een delict gepleegd én hebben een psychische stoornis. Ze hebben weinig bewegingsruimte in hun kleine kamer, waar ze alles moeten doen: slapen, lezen, even alleen zijn, tv-kijken. Er staat ook wel een bureautje, maar de meeste mensen liggen veel op hun bed, ook als ze niet slapen. Deze man had last van slapeloosheid. Ik adviseerde hem om zo min mogelijk op dat bed te doen, ook al is dat het meest comfortabel. Je brein weet dan: als je op bed ligt is het tijd om te slapen. Hij vond het maar een raar advies, maar wilde het wel een kans geven. Twee weken later zag ik hem weer en toen sliep hij al veel beter. Hij was zelf ook verbaasd. Na die eerste sessie waren we al klaar. Ik was onder de indruk van hoe snel iets kan werken.”  

Meer zelfvertrouwen als behandelaar

Vijftig procent van mensen met een psychische stoornis heeft last van slapeloosheid. Dat wordt lang niet altijd gediagnostiseerd. Haar belangrijkste aanbeveling voor ggz-behandelaren is dan ook: als iemand er niet zelf over begint, vraag ernaar. “Als je ergens weinig van afweet, dan hoor je het ook niet. Je bent gefocust op wat je al kent en waar je naartoe wilt in het gesprek. Heb oog voor slaap en vraag door. Er is veel meer dan alleen: ‘Ligt u wel eens wakker?’ Zoals: ‘Hoe vaak en hoe lang ligt u wakker? Wat zijn uw bedtijden? Wat doet u vlak voordat u gaat slapen? Welke gedachten heeft u over slaap?’ De invloed van middelen en medicatie kan ook groot zijn.” Inge vervolgt: “Tijdens mijn opleiding bij het slaapcentrum was ik verbaasd over hoeveel er te vragen is over slaap. Als je dat weet, heb je ook meer zelfvertrouwen als behandelaar dat je er iets mee kan. Hoor je dat iemand tien uur per etmaal in bed ligt, bijvoorbeeld omdat iemand daar ook leest of ontspanningsoefeningen doet, dan geeft dat direct aanknopingspunten. Je kunt als een soort detective uitpluizen wat er speelt, dat vind ik er zo leuk aan. Dat is eigenlijk niet anders dan bij andere onderwerpen.”   

Vast onderdeel

Inge behandelt vanuit het slaapcentrum puur de slaapstoornissen zoals slapeloosheid, een verschoven ritme en nachtmerries. “De comorbide psychische klachten behandelen wij hier niet. Dat heb ik in het verleden natuurlijk wel veel gedaan. En hoewel we bijvoorbeeld niet de depressie meten, zie ik dagelijks aan de hand van vragenlijsten en de gesprekken die we met cliënten voeren, hoe mensen ervan opknappen als ze beter slapen.” De somnoloog beseft dat haar intakegesprekken volledig slaapgerelateerd zijn en dat dit bij de meeste ggz-therapeuten niet zo is. Daarom pleit ze ervoor dat het een vast onderdeel van de intake is. “Ik merk hoe opgelucht cliënten zijn dat er eindelijk aandacht voor is. En je hoeft niet meteen een zwaar CGTi-traject op te zetten. Begin met wat tips en basics over slaaphygiëne. De grootste winst is dat de cliënt zich serieus genomen voelt en inziet dat het er niet zomaar bij hoort, maar dat er wat aan te doen valt, en wat het belang daarvan is.” Beter slapen heeft op meerdere fronten een positieve impact. “Het ligt voor de hand dat je met een goede nachtrust weerbaarder bent, een betere stemming hebt en fysiek beter gaat functioneren. Het heeft ook effect op je relaties met eventueel een partner, kinderen en collega’s, en daar komt nog een niet te onderschatten aspect bij. Werken aan je nachtrust is heel praktisch: je gaat aan de slag met gewoontes, bedtijden en overtuigingen die je hebt over slapen. Het is geen hogere wiskunde. Mensen ervaren daardoor dat ze zelf iets kunnen doen aan hun probleem en krijgen vertrouwen in hun eigen vermogen. Dat is veel waard.”

In haar Praktijkboek slapeloosheid in de ggz beschrijft Inge Ensing waarom en hoe we slaapproblemen apart zouden moeten behandelen. Dit boek is een samenvatting van alle kennis die ze in de afgelopen zes jaar heeft vergaard en staat vol concrete actiepunten waarmee behandelaren aan de slag kunnen.

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 36.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode