Op 5 september geeft prof. dr. Stefan G. Hofmann (hoogleraar en klinisch psycholoog, Philipps-Universität Marburg) een workshop over Process-Based Therapy (PBT). Hij neemt de cursisten mee in de wereld van de netwerkbenadering van psychische problemen. De centrale vraag tijdens de workshop: wat kan het jou bieden als behandelaar in de praktijk? Hier wilden we alvast meer van weten. Lees hieronder het interview met Stefan.
Wat is de essentie van PBT?
PBT is geen nieuwe behandelvorm, maar meer een nieuwe behandelbenadering. We gebruiken daarbij evidence based behandelingen waarvan we weten dat ze werken voor psychologische problematiek. We richten ons op de functionele connecties tussen specifieke problemen van individuele cliënten, in plaats van ons te focussen op symptomen van latente ziektebeelden zoals depressie of gegeneraliseerde angst.
Hoe pakt een behandelaar dat concreet aan?
We conceptualiseren de problematiek van de cliënt in een causaal netwerk. Mensen zitten vaak vast in een maladaptief netwerk en er zijn meerdere factoren die dat in stand houden. Waarom blijft iemand in een rouwproces hangen of waarom blijft iemand angstig, ondanks diens capaciteiten om de situatie te verbeteren? Binnen een netwerk wordt de problematiek opgedeeld in verschillende subproblemen die met elkaar verbonden zijn, de zogenaamde nodes. PBT richt zich op de nodes die het netwerk in stand houden.
Om een individueel netwerk vorm te geven, beginnen we bij de context waarin de persoon zich begeeft. Gedrag, gedachten of gevoelens kunnen nuttig zijn in een bepaalde context, maar disfunctioneel in een andere context. Denk bijvoorbeeld aan excessief handen wassen tijdens de COVID-pandemie. Dit gedrag is wellicht nuttig in een bepaalde context (tijdens COVID), maar disfunctioneel in een andere context (wanneer virussen of bacteriën niet levensbedreigend zijn). Daarna geven we een overzicht van de problemen op gedragsmatig, cognitief, affectief of bijvoorbeeld medisch niveau. Deze problemen worden in een netwerk met elkaar verbonden. Tijdens PBT testen we dit model empirisch met de cliënt. We gaan na in hoeverre het netwerk verandert tijdens behandeling. Dit doen we met behulp van zelfrapportagedata, maar ook met apps die bijvoorbeeld beweging of sociale interactie monitoren. Zo kom je samen tot een grafische voorstelling van de huidige problematiek van de cliënt. Tijdens de dataverzameling die we uitvoeren voor wetenschappelijke studies bleek dat de cliënten het als erg positief ervaren om die data bij te houden. Het geeft ze direct meer inzicht in hun problemen.
Welke cliënten zouden het meeste baat hebben bij zo’n benadering?
Het is voornamelijk waardevol voor mensen met zeer complexe problematiek, waarbij standaardbehandelingen geen effect hebben. PBT is ook een hulpmiddel voor de behandelaar om de juiste behandelvormen voor een cliënt te selecteren.
Wat was je drijfveer om deze netwerkbenadering te ontwikkelen?
Als het gaat om behandeleffectiviteit doet CGT het over het algemeen beter dan controlebehandelingen, met een gemiddelde effectgrootte rond de 0.6. Ik vind het echter verontrustend dat CGT in het afgelopen decennium eigenlijk geen verdere verbetering laat zien. Dit geldt voor zowel depressiebehandelingen als behandelingen voor angstklachten. Een behandelvorm die al geruime tijd bestaat, zou eigenlijk moeten verbeteren op behandeleffectiviteit. We denken dat die verbetering uitblijft door de focus op algemene ziektebeelden als depressie en gegeneraliseerde angst, in plaats van een focus op het individu en het daarop aanpassen van de behandeling. Op die manier kun je effectiviteit maximaliseren.
In de wetenschap wordt overwegend nog wél uitgegaan van die onderliggende ziektebeelden.
Klopt, de klinische praktijk verschilt vaak erg van wetenschappelijke studies. In RCT’s worden behandelaars getraind in zeer specifieke protocollen voor specifieke ziektebeelden. Ze hebben niet de ruimte om andere behandeltechnieken toe te voegen waarvan ze denken dat die de cliënt ook zouden kunnen helpen. In de klinische praktijk wordt dat wél gedaan. In het onderzoek naar PBT laten we ons informeren door klinische kennis en ervaring en de noodzaak om de behandeling aan te passen op een specifiek individu. Wat voor een bepaalde groep werkt, ongeacht hoe die groep is gevormd, werkt lang niet altijd voor ieder individu.
Hoe staat het momenteel met het onderzoek naar PBT?
Het is nog een vrij nieuwe benadering dus we zijn momenteel druk bezig met dataverzameling om RCT’s te gaan uitvoeren. We gaan bijvoorbeeld de effectiviteit van PBT vergelijken met standaard CGT. De behandelvormen die we binnen PBT gebruiken zijn natuurlijk allemaal evidence based, dus we verwachten niet dat PBT minder effectief is dan standaard CGT. Maar we willen aantonen dat we effectiviteit, en wellicht ook efficiëntie, kunnen maximaliseren.
Welke behandelaars kunnen aan de slag met de PBT benadering?
Een behandelaar die met PBT wil gaan werken zou bekend moeten zijn met alle evidence based behandelingen waarvan we weten dat ze effectief zijn. We hebben een lijst opgesteld met grofweg achttien verschillende behandelingen – exposure, mindfulness, Motivational Enhancement Therapy (MET), om er een paar te noemen. Een mooi toekomstbeeld zou zijn dat een behandelaar die behandelvormen gebruikt als bouwstenen om de behandeling helemaal toe te spitsen op een specifieke cliënt. Tegenwoordig worden behandelaren getraind in specifieke behandelvormen zoals schematherapie, DBT, ACT of CBASP. Op zichzelf is dat prima, maar je zou ook andere behandelvormen moeten kennen om voorbij één vast behandelmodel te kunnen kijken. PBT is eigenlijk een meta-model: een model over modellen.
Wat is momenteel je belangrijkste missie, in onderzoek en/of klinisch werk?
Het is erg belangrijk om PBT te vertalen naar de klinische praktijk. We zijn ervan overtuigd dat onze theoretische benadering klopt. Het is een inductief proces waarin we simpel gezegd constateren dat de manier waarop we psychische problemen behandelen niet goed (genoeg) werkt en dat we dat moeten heroverwegen. Het is nu noodzakelijk om dit te vertalen op een manier die behandelaars iets kan bieden waar ze direct mee aan de slag kunnen en hen voldoende flexibiliteit en vrijheid geeft. Gebruikmaken van apps om de netwerken te informeren is bijvoorbeeld heel nuttig, maar we hoeven daar niet uitsluitend op in te zetten. De workshop die ik in september voor de VGCt ga geven zal dus ook overwegend gericht zijn op de praktijk. Mijn doel is vooral dat de deelnemers na afloop overtuigd zijn van de PBT-benadering en dat het ze in de praktijk handvatten gaat bieden om de levens van hun cliënten te verbeteren.
Meer weten over PBT? Meld je aan voor de workshop Transdiagnostische factoren bij Angst: Process-Based therapy (PBT), van casusconceptualisatie naar behandeling op 5 september. Je ontvangt bij de workshop gratis het boek ‘Process-Based Therapie in de praktijk‘ van Stefan G. Hofmann t.w.v. € 35 ,-

Prof. Dr. Stefan G. Hofmann is hoogleraar en klinisch psycholoog, gespecialiseerd in emotie-gerelateerde stoornissen zoals angst en depressie. Hij is tevens redacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Cognitive Therapy and Research en zelf publiceerde hij meer dan 400 peer-reviewed artikelen. Voor zijn werk ontving hij meerdere onderscheidingen, waaronder de Aaron T. Beck Award en de ABCT Lifetime Achievement Award.