De VGCt geeft niet alleen het VGCt magazine uit, maar is ook betrokken bij het Tijdschrift voor gedragstherapie & cognitieve therapie. In dit wetenschappelijke tijdschrift vinden cgt’ers en cgw’ers wetenschappelijk onderzoek, theoretische artikelen, literatuuroverzichten, casestudies en boekbesprekingen op het gebied van cognitieve gedragstherapie. In het VGCt magazine wordt een van de artikelen uit het Tijdschrift voor gedragstherapie toegankelijk samengevat, met aandacht voor de betekenis voor de praktijk.
Beperkt sociaal contact, anderhalve meter afstand en maar dertig mensen op een uitvaart: toen de coronapandemie uitbrak, werd al snel duidelijk dat het rouwproces voor mensen die tijdens de pandemie een dierbare verloren, mogelijk extra impact kon hebben. Kan begeleide of onbegeleide online cognitieve gedragstherapie (online CGT) deze mensen helpen, vroeg universitair docent Lyanne Reitsma zich af. Ja, zo blijkt uit haar onderzoek. “En deze behandeling willen we veel breder inzetten.”
Tijdens haar onderzoek moest Lyanne soms wel even slikken. Ze sprak tientallen mensen die tijdens de coronapandemie één of meerdere dierbaren verloren. “Ik nam telefonische interviews af om te bepalen of deze mensen mee konden doen aan het onderzoek. Daarin hoorde ik zeer aangrijpende verhalen – bijvoorbeeld het kort na elkaar verliezen van beide ouders, terwijl zij voor de pandemie nog hartstikke gezond waren.”
Nog maar vijf jaar geleden lazen en zagen we dit soort verhalen continu in kranten en op televisie. De grote hoeveelheid overlijdens tijdens de coronapandemie, evenals de bijzondere omstandigheden eromheen, maakten dat rouwexperts verwachtten dat rouw anders beleefd zou worden, legt Lyanne uit. “Er was weinig ruimte voor rituelen rondom een overlijden. Door de beperkende maatregelen was het soms niet eens mogelijk om afscheid te nemen. Mensen mochten maar weinig bezoek ontvangen, terwijl we uit onderzoek weten dat sociale steun heel belangrijk is bij de verwerking van een verlies.” En dan waren er ook nog allerlei secundaire factoren die het rouwproces bemoeilijkten. “Mensen hadden mogelijk extra stress over bijvoorbeeld het behouden van hun baan, of angst om besmet te raken met het coronavirus, wat rouwklachten mogelijk kon verergeren.”
Traumatisch verlies
Voor haar promotieonderzoek aan de Universiteit Utrecht dook Lyanne de afgelopen jaren in de gevolgen van en psychologische zorg na het verlies van een dierbare tijdens de coronapandemie. Een systematisch literatuuroverzicht1, onderdeel van Lyannes promotieonderzoek, bevestigde dat deze combinatie van factoren het risico op persisterende-rouwstoornis (PRS) vergrootte. “Na een natuurlijk verlies, zoals ouderdom, zien we dat één tot vijf procent van de nabestaanden een PRS ontwikkelt2. Maar bij verlies tijdens de pandemie was dat percentage veel hoger: een meta analyse liet een prevalentie van 46 procent zien3, vergelijkbaar met traumatisch verlies, zoals na een ramp, moord of verkeersongeval”, vertelt Lyanne. Bij traumatisch verlies gaat het om het plotseling en onverwacht verliezen van een dierbare, vaak is daarbij sprake van geweld. Lyanne benadrukt dat die 46 procent waarschijnlijk een overschatting is, omdat de bevindingen gebaseerd zijn op niet-representatieve steekproeven.
“Ik wilde onderzoeken of online therapie deze mensen zou kunnen helpen.” Het wetenschappelijke artikel over dit deel van haar onderzoek heet Begeleide versus onbegeleide online rouwgerichte cognitieve gedragstherapie voor volwassenen die een dierbare verloren tijdens de COVID-19 pandemie: Een gecontroleerde studie4. Het artikel is te lezen in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor gedragstherapie (nummer 2, 2025). Met de verhoogde risico’s op PRS in gedachten ontwikkelde Lyanne samen met collega’s een online rouwbehandeling5. Die werd gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp. “We konden een bestaand behandelprotocol gebruiken dat eerder was ontwikkeld voor nabestaanden van verkeersongevallen. Dat hebben we aangepast aan de omstandigheden van de coronacrisis. Zo konden we snel iets aanbieden én evalueren.” Wat de studie bijzonder maakt is de directe vergelijking tussen begeleide en onbegeleide online therapie. “Een aantal studies toonde aan dat online rouwbehandeling effectief kon zijn, maar een studie waarin begeleide en onbegeleide therapie met elkaar worden vergeleken was nog niet eerder gedaan. Dat maakt dit onderzoek extra bijzonder.”
Gratis online rouwbegeleiding
De onbegeleide online rouwbehandeling is hier gratis beschikbaar. De behandeling bestaat uit in totaal acht sessies met psycho-educatie, exposure, cognitieve herstructurering en gedragsactivatie. Hij is geschikt voor volwassenen die een dierbare verloren tijdens de coronapandemie en hulp nodig hebben bij de verwerking van het verlies.
Online therapie
In de studie kregen 131 Nederlandse volwassenen die minimaal drie maanden eerder een dierbare hadden verloren, toegang tot een online programma van acht sessies. Lyanne vond de deelnemers onder meer door advertenties op sociale media en een website die speciaal voor het onderzoek werd ingericht: www.rouwencorona.nl. Alle deelnemers hadden symptomen van PRS, PTSS en/of depressie. Volgens de DSM-5 kan persisterende rouw pas twaalf maanden na een verlies worden gediagnosticeerd. “We weten echter uit onderzoek dat als iemand voor die twaalf maanden symptomen heeft, de kans groot is dat dat die persoon PRS ontwikkelt6. Een andere studie toonde aan dat vroege online rouwbehandeling effectief was in het verminderen van PRS-klachten7. Daarom is het relevant om online CGT al binnen een jaar na een verlies aan te bieden”, legt Lyanne uit.“ De belangrijkste motivatie voor mensen om mee te doen was dat ze beter met hun verlies wilden kunnen omgaan en dat ze de uitdagingen van het dagelijks leven beter aan wilden kunnen”, vertelt Lyanne. Ongeveer de helft volgde de begeleide variant, de andere groep volgde de onbegeleide variant. Alle deelnemers kregen dezelfde inhoud te zien. De deelnemers konden zelf bepalen wanneer ze inlogden om opdrachten te doen, al was de instructie om er eens per week zo’n twee uur mee bezig te zijn. Technieken uit de cognitieve gedragstherapie vormen de kern van de online training. De behandeling richt zich op drie rouwtaken: confrontatie met het verlies en de pijn na het overlijden van een dierbare, het behouden van vertrouwen in jezelf, anderen en de toekomst, en het ondernemen van activiteiten die helpen om je aan te passen aan een leven zonder de overledene. De eerste sessie biedt psycho-educatie over rouwreacties, met speciale aandacht voor stressoren die verband houden met de coronapandemie. In sessies twee, drie en vier staat exposure centraal. Deelnemers worden uitgenodigd om hun verhaal op te schrijven, met nadruk op de meest pijnlijke momenten rondom het verlies. Sessies vijf en zes zijn gericht op cognitieve herstructurering. Deelnemers leren om negatieve, niet-helpende gedachten te herkennen en uit te dagen. Dit doen zij met behulp van dagboeken en gedragsexperimenten. In sessies zeven en acht werken deelnemers aan gedragsactivatie. Ze worden aangemoedigd om opnieuw waardevolle activiteiten op te pakken. Daarbij stellen ze doelen en maken ze een stappenplan om die doelen te bereiken. De online omgeving geeft de deelnemers hiervoor diverse hulpmiddelen en bijvoorbeeld video-instructies van een therapeut.
De begeleiding
Deelnemers aan de begeleide variant kregen feedback van therapeuten die zich hadden aangemeld om deel te nemen aan het onderzoek. Deze psychologen volgden een training en kregen de instructie om ongeveer een halfuur per deelnemer per weekaan begeleiding te besteden. “Om de meest betrouwbare onderzoeksresultaten te krijgen was het belangrijk dat de deelnemers ongeveer evenveel begeleiding zouden krijgen”, legt Lyanne uit. De therapeuten konden deelnemers bijvoorbeeld aanmoedigen om in te loggen als iemand dat al een tijdje niet had gedaan, of helpen als iemand vastliep met een opdracht. Dat persoonlijke contact maakte verschil, bleek uit de onderzoeksresultaten. Beide vormen van online CGT waren effectief in het verminderen van klachten van persisterende rouw, PTSS en depressie. Maar de begeleide variant leidde tot een significant sterkere afname van rouw- en PTSS-symptomen, zowel direct na de behandeling als zes maanden later. Voor depressieve klachten werd geen significant verschil gevonden tussen de begeleide en onbegeleide groep. Lyanne: “Uit eerdere studies weten we ook dat op CGT gebaseerde behandelingen effectiever zijn voor persisterende rouwen PTSS-klachten dan voor depressieve klachten8.” Een interessante bevinding was dat de effecten niet alleen aanhielden, maar zelfs nog iets sterker werden na zes maanden. “Dat laat zien dat mensen de vaardigheden die ze leren in de behandeling ook blijven toepassen, en daar dus profijt van blijven hebben.” Niet alle deelnemers voltooiden de therapie. Ruim een kwart van de deelnemers in de begeleide groep en veertig procent in de onbegeleide groep viel uit tijdens de behandeling. Lyanne: “Sommige mensen vonden het emotioneel te zwaar om zelfstandig door de opdrachten heen te gaan. Anderen hadden moeite met de zelfdiscipline die nodig is bij een online traject.” Lyanne benadrukt daarom het belang van maatwerk: online therapie is niet voor iedereen geschikt. “Het is belangrijk om samen met de patiënt te kijken wat past. Voor sommige mensen is een onbegeleide variant prettig, omdat ze het in hun eigen tempo kunnen doen. Voor anderen is die begeleiding juist cruciaal om door te zetten.”
Breder inzetbaar
Hoewel het onderzoek zich richtte op mensen die een dierbare verloren tijdens de coronapandemie zijn de resultaten wat Lyanne betreft veel breder inzetbaar. “Het onderzoek laat zien dat online CGT een waardevolle aanvulling op het behandelaanbod kan zijn. Een online behandeling is laagdrempelig, waardoor het voor nabestaanden makkelijker is om hulp te zoeken. Ze hoeven geen vervoer te regelen, kunnen flexibel tijd vrijmaken en het is goedkoop. De online CGT kan ook helpen om de lange wachtlijsten in de ggz te overbruggen, of om mensen te ondersteunen die liever geen face-to-face therapie volgen. Zeker de onbegeleide variant kan als eerste stap in de zorg ingezet worden, om te kijken of klachten daarmee al verminderen. Als nabestaanden dan toch intensievere behandeling nodig hebben, kunnen ze alsnog terecht bij een therapeut, maar voor sommigen is die dan misschien niet meer nodig.” Een mooie bijkomstigheid vindt Lyanne dat online CGT ook kan helpen het stigma rondom het zoeken van psychologische hulp te verminderen. “Daardoor wordt de drempel om behandeling te zoeken lager.” De onbegeleide online behandeling is nu gratis beschikbaar via www.rouwbehandeling.nl, een website van Fonds Slachtofferhulp die op een toegankelijke manier informatie geeft over rouw en de gevolgen van verlies. “Huisartsen, praktijkondersteuners en behandelaren kunnen patiënten hiernaar verwijzen. Het kan een laagdrempelige manier zijn om toch professionele hulp te kunnen bieden, vooral bij mensen die niet snel zelf naar een therapeut stappen”, zegt Lyanne. Maar, benadrukt ze, de begeleide variant krijgt de voorkeur: “Onze studie laat zien dat die begeleiding echt een meerwaarde heeft, vanwege de grotere vermindering in persisterende rouw- en PTSS-klachten.”
De coronapandemie is voorbij, maar de lessen uit dit onderzoek blijven relevant, vindt Lyanne. “Met dit onderzoek tonen we aan dat online rouwbehandeling inderdaad helpend kan zijn bij het verwerken van het verlies van een dierbare.” Ze hoopt dan ook dat het online behandelprotocol breder beschikbaar wordt, ook buiten de context van COVID-19. “We werken eraan om het meer algemeen toepasbaar te maken, zodat meer nabestaanden er baat bij kunnen hebben.”
Bronnen
1. Reitsma, L., Killikelly, C., Müller, H., Larsen, L. H., Nijborg, L. C. J., Boelen, P. A., & Lenferink, L. I. M. (2025). Prevalence and correlates of positive and negative psychological effects of bereavement due to COVID-19: A systematic review. Journal of Affective Disorders. 378(1), 19 35. https://doi.org/10.1016/j.jad.2025.02.078
2. Rosner, R., Comtesse, H., Vogel, A., & Doering, B. K. (2021). Prevalence of prolonged grief disorder. Journal of Affective Disorders, 287, 301–307. https://doi.org/10.1016/j.jad.2021.03.058
3. Kustanti, C. Y., Jen, H. J., Chu, H., Liu, D., Chen, R., Lin, H. C., Chang, C. Y., Pien, L. C., Chiang, K. J., & Chou, K. R. (2023). Prevalence of grief symptoms and disorders in the time of COVID19 pandemic: A meta-analysis. International Journal of Mental Health Nursing, 32, 904–916. https://doi.org/10.1111/inm.13136
4. Reitsma, L., Boelen, P. A., Van Ee, E., De Keijser, J., & Lenferink, L. I. M. (2025) Begeleide versus onbegeleide online rouwgerichte cognitieve gedragstherapie voor volwassenen die een dierbare verloren tijdens de COVID-19 pandemie: Een gecontroleerde studie. Tijdschrift voor Gedragshtherapie
5. Reitsma, L., Boelen, P. A., de Keijser, J., & Lenferink, L. I. M. (2021). Online treatment of persistent complex bereavement disorder, posttraumatic stress disorder, and depression symptoms in people who lost loved ones during the COVID-19 pandemic: Study protocol for a randomized controlled trial and a controlled trial. European Journal of Psychotraumatology, 12(1), 1987687. https://doi.org/10.1080/2000819 8.2021.1987687
6. Boelen, P. A., & Lenferink, L. I. M. (2020). Symptoms of prolonged grief, posttraumatic stress, and depression in recently bereaved people: Symptom profiles, predictive value, and cognitive behavioural correlates. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology, 55(6), 765–777. https://doi.org/10.1007/s00127-019-01776-w
7. Litz, B.T., Schorr, Y., Delaney, E., Au, T., Papa, A., Fox, A.B., … Prigerson, H. G. (2014). A randomized controlled trial of an internet-based therapist- assisted indicated preventive intervention for prolonged grief disorder. Behaviour Research and Therapy, 61, 23–34. https://doi. org/10.1016/j.brat.2014.07.005
8. Komischke-Konnerup, K. B., Zachariae, R., Boelen, P. A., Marello, M. M., & O’Connor, M. (2024). Grief-focused cognitive behavioral therapies for prolonged grief symptoms: A systematic review and meta-analysis. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 92(4), 236–248. https://doi.org/10.1037/ccp0000884
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 20.
