Anderen helpen om hun leven beter op de rit te krijgen, is dankbaar werk. Maar hoe zit het met de mentale gezondheid van de zorgprofessional zelf? En waar kun je op letten om klachten te voorkomen? We vroegen het onderzoekers Lars de Vroege en Anneloes van den Broek. “Bewustwording is essentieel.”
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het ziekteverzuim van ggz-professionals is gestegen van 4,7% in 2014 naar 7,3% in 2024. Dit staat in een van de meest recente rapporten van het AZW-programma van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Bovendien vindt 46% de werkdruk in deze sector te hoog. In de onderzoeken van Anneloes en Lars komt vergelijkbare informatie naar voren.
Duidelijk signaal
Het zijn niet mis te verstane cijfers, al is het lastig om ze te vergelijken met voorgaande jaren. “Eigenlijk wordt pas de laatste zes jaar meer onderzoek gedaan naar de mentale gezondheid van medewerkers in de geestelijke gezondheidszorg”, legt Lars uit. “Dit betekent dus dat we niet goed weten hoe het voor die tijd gesteld was met het mentale welzijn van ggz-professionals. Dat maakt vergelijken lastig, maar het is hoe dan ook een duidelijk signaal dat we iets aan de werkdruk en het ziekteverzuim moeten doen.”
Hoge werkdruk
Anneloes knikt instemmend. “We vormen met zijn allen de ruggengraat van de gezondheidszorg. Als we geen tijd en aandacht besteden aan ons eigen welzijn, wordt het steeds ingewikkelder om de ggz te handhaven. Ook zorg en aandacht voor de personeelscapaciteit zijn belangrijk. Ggz medewerkers hebben het – tijdens de pandemie – lang volgehouden, terwijl het ontzettend moeilijk was om hun werk-privé-balans op orde te houden. Denk maar aan de Zoom-gesprekken vanuit de huiskamer.” Lars vult aan: “Voor veel medewerkers was het motto: even op de tanden bijten en doorgaan. Dat is iets om ons zorgen over te maken, want ook nu zien we dat veel medewerkers aangeven dat de werkdruk en de administratieve last hoog zijn. Toch buffelen we met z’n allen door, met alle mogelijke gevolgen van dien – van lichte stressklachten tot een chronische burn-out. Vanuit studies weten we dat ggz-medewerkers overwegen te stoppen met werken in de zorg. Ook al zijn deze percentages relatief gezien laag, vanwege de grote aantallen onderzochte zorgmedewerkers zijn de daadwerkelijke getallen aanzienlijk. In een sector waar al sprake is van krapte, is dit zorgelijk te noemen.”
Zorg voor elkaar
Volgens Anneloes voelen zorgmedewerkers zich vaak enorm verantwoordelijk voor de kwaliteit van leven van hun cliënten. “Ze gaan maar door en laten veerkracht zien. Gemiddeld genomen lijken ze sneller geneigd om zichzelf even te parkeren ten behoeve van anderen. Maar als je voor een ander zorgt, moet je ook in staat zijn om goed voor jezelf te zorgen. De metafoor van het zuurstofmasker in het vliegtuig – eerst bij jezelf, dan pas bij de ander – is snel gemaakt. Maar misschien is het in jouw organisatie niet gebruikelijk om te laten zien hoe het met jou gaat, dat je je kwetsbaar opstelt of om hulp vraagt.Een leidinggevende zou tijd en aandacht moeten besteden aan het onderling voor elkaar zorgen op de werkvloer.” Lars geeft als voorbeeld: “Spreek collega’s aan op bepaalde signalen. Misschien heb je een collega die lange dagen maakt, vaak geen pauze neemt of veel overwerkt. Natuurlijk kan het zo zijn dat iemand graag in de pauze doorwerkt, zodat die een half uurtje eerder naar huis kan om nog even met diens zoontje naar de speeltuin te gaan. Maar als de reden de hoge werkdruk is, dan moet je daar als afdeling iets mee. Werkdruk en ontspanning moeten vaste thema’s zijn bij het werk- of teamoverleg: bespreek waar behoefte aan is en wat mogelijk is om de werkdruk te verlagen en het werk leuker te maken. Zo voorkom je problemen, conflicten en zelfs uitval. Dat laatste zorgt ervoor dat de werkdruk voor de andere collega’s alleen maar hoger wordt.”
Werkplezier
Voor werkgevers is het volgens Anneloes bovendien belangrijk om te monitoren hoe het met de medewerkers gaat en ze bij te staan waar nodig. “Als werkgever moet je ervoor zorgen dat medewerkers met bevlogenheid en plezier aan de slag blijven. Dat is maatwerk: is iemand net begonnen of zit iemand al veertig jaar in dit vak? Heeft iemand kinderen of mantelzorgtaken? Het is van belang dat een werkgever nadenkt over de consequenties van werktaken. Ook belangrijk: hoe kun je ervoor zorgen dat iemand effectief en met plezier kan blijven werken, naast de privésituatie? Met andere woorden: wil je mensen in de zorg behouden, dan moet je zorgen voor goed werkgeverschap. Dat kan bijvoorbeeld door medewerkers zeggenschap te geven over wat ze doen. Zet je mensen in op hun kwaliteiten en taken waar ze plezier aan beleven en trots op zijn, of moet iedereen hetzelfde doen? Daar kun je discussies over voeren. Medewerkers vinden het belangrijk dat hun werk ertoe doet, dat ze het inhoudelijk leuk vinden en dat ze loopbaanperspectief hebben. Daar krijgen ze energie van.”
Waardering
Lars en Anneloes onderzochten tijdens vijf grote conferenties via surveys wat de wensen van ggz-professionals uit diverse settingen zijn. “Daar kwam uit dat gezondheid en welzijn op nummer één staan”, geeft Lars aan. “Daarna komen een goede werksfeer en dito onderlinge samenwerking, waarbij de werkgever een rol kan spelen. Ten slotte gaven deelnemers aan dat ze belang hechten aan persoonlijke vrijheid: om zelf werkgerelateerde veranderingen door te voeren. Wat ons opviel, was dat in elke survey naar voren kwam dat ggz-medewerkers vooral waardering missen. Niet per se qua salaris of arbeidsvoorwaarden, maar ze missen met name de erkenning van hun loyaliteit of betrokkenheid bij het werk – en niet alleen met betrekking tot cliënten. Die waardering van leidinggevenden en collega’s is belangrijk om het werk leuk te blijven vinden. Missen ze dit soort zaken, dan zie je vaak dat ze de stap maken naar het zzp-bestaan of een eigen praktijk starten. Ze hebben dan zelf meer invloed op de sfeer, de werkzaamheden en de samenwerking.”
De rol van de overheid
Ook de overheid speelt een belangrijke rol als het gaat om mentale gezondheid. “Bijvoorbeeld als het gaat om het verminderen van de administratieve lasten en het vergroten van het aantal opleidingsplaatsen”, zegt Anneloes. “De overheid verwacht steeds meer van ons, bijvoorbeeld als het gaat om registratieverplichtingen. Door de complexiteit vinden veel specialisten in de ggz het werk minder aantrekkelijk. Misschien kan ook technologie meer betekenen om de werkdruk te verlagen, bijvoorbeeld door intakes te transcriberen en AI in te zetten om ze te verwerken. Uiteraard is het hierbij belangrijk dat de privacy van de cliënten altijd gewaarborgd moet worden.”
Productiviteit versus rust
Heeft het duo nog andere tips voor een goede mentale gezondheid? Anneloes: “Productiviteit is belangrijk,maar ontspanning net zo goed. Neem tijdens je werkdagregelmatig rust. Loop een rondje door de gang, neemeven pauze, haal een kopje thee en ga even kletsen metcollega’s. Dit heb je nodig om te kunnen functioneren ende werkgever moet die ruimte bieden.” Lars vult aan: “Ikvind dat we als zorgprofessionals ook zélf eigenaarschapmoeten nemen, door met je eigen team te besluiten hoeje de werkdruk aanpakt. Zo kun je na elke twee sessieseen kwartiertje koffiepauze te nemen, of een frisse neushalen – wat het beste bij je past. Het is ook belangrijk datje regelmatig bij elkaar incheckt: hoe ervaren we dewerkdruk? Kunnen we die verlagen? Maak het onderwerpbespreekbaar en ondersteun elkaar.”
Over Lars de Vroege
GGZ in Waalre en senior onderzoeker bij de academische werkplaats Geestdrift – afdeling Tranzo van Tilburg University. Zo combineert hij de klinische praktijk met wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast doet hij, samen met Anneloes van den Broek, veel onderzoek naar de werktevredenheid en mentale gezondheid van zorgprofessionals.
Over Anneloes van den Broek
Anneloes van den Broek is klinisch psycholoog en P-opleider bij GGZ Breburg en senior wetenschapper bij de academische werkplaats Geestdrift – afdeling Tranzo van Tilburg University. Anneloes doet met bevlogenheid en ambitie onderzoek onder zorgprofessionals, waarmee ze bewustwording op gang wil brengen over het belang van mentaal welzijn. Haar onderzoekslijn is de DFY-study (‘Do not Forget Yourself’): vergeet jezelf niet als je voor een ander zorgt.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 10.
