Omgaan met agressie

Op scherp

door VGCt
5 minuten leestijd

“Als zorgverleners doen we veel waarmee we agressie uitlokken.” Gerard Lohuis valt met de deur in huis, maar benadrukt dat dit meestal onbewust gebeurt. Door je meer bewust te zijn van je eigen vooroordelen en gedrag, kunnen veel gespannen situaties of escalaties voorkomen worden. Gerard geeft praktische handvatten waardoor je beter aansluit op de cliënt bij wie je extra alert bent en altijd op scherp staat.

Gerard is Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV) en docent. Bij de Rino Groep en de Hanze Hogeschool geeft hij onder andere les in vakken over het omgaan met agressie en (de dreiging van) geweld. Hij vertelt hoe hij in het onderwerp verzeild is geraakt. “Zelf liep ik tegen lastige situaties met cliënten aan. Zeker in de bemoeizorg, waar cliënten vaak ongevraagd in de zorg terechtkomen, kon alleen mijn aanwezigheid al agressie oproepen. Ik zocht een manier om daar op een goede manier mee om te gaan. Uiteindelijk heb ik daar een lesmodule over ontwikkeld. Daar bleek veel animo voor te zijn.”

Praktijk

Die belangstelling is niet gek, als je ziet hoeveel professionals in de zorg met agressie of geweld te maken krijgen. Volgens een peiling van de beroepsorganisatie NU’91 (2024) werd 90% van de zorgprofessionals uitgescholden of toegeschreeuwd, 33% geslagen, 22% vastgepakt en 23% geschopt. “Het komt veel voor,” bevestigt Gerard, “en toch is er niet altijd genoeg aandacht voor in de opleidingen. Zorgprofessionals leren veel over theorieën en richtlijnen, maar in de praktijk lopen ze tegen uitdagingen aan.” Volgens hem zou het al helpen om professionals eens in de zoveel jaar een eendaagse training te laten volgen. “Heb dan niet alleen aandacht voor de theorie uit de boeken, maar vooral voor hoe je in de praktijk omgaat met agressie.”

Oprecht begrip

Dat begint bij een goede aansluiting op de cliënt. Er zijn genoeg boeken en protocollen over hoe om te gaan met cliënten die agressief gedrag vertonen of gewelddadig zijn, maar te rigide zijn in de naleving daarvan kan juist weerstand oproepen, bepleit Gerard. “Mensen die gedwongen worden opgenomen voelen een diepgewortelde frustratie. Dan kan je als zorgprofessional een standaard intakeformulier proberen af te vinken, maar daardoor voelt de cliënt zich niet begrepen. Dat verergert de frustratie, terwijl juist erkenning, het laten zien dat je begrijpt hoe vervelend de situatie is, van meerwaarde kan zijn.” Dat begrip moet niet gespeeld zijn. “Daar prikken ze dwars doorheen. De professional die niet vanuit angst, maar vanuit menselijkheid en oprecht begrip kan reageren, heeft minder vaak te maken met agressie.”

Angst op tafel

Maar: het is logisch om je angstig te voelen als je een cliënt benadert van wie je weet dat hij onvoorspelbaar kan reageren. Gerard: “Angst is op zich niet erg, maar verschuil je dan niet achter een protocol. Zeg bijvoorbeeld ‘ik word bang van jouw gedrag’ of ‘ik heb er moeite mee’. Hou het bij jezelf en zeg dus niet: ‘je bent agressief’.” Ook hiervoor geldt dat je aansluit bij je cliënt. “Met mensen met een antisociale stoornis werkt het bijvoorbeeld goed om een duidelijke afspraak te maken. Zo had ik pas een cliënt die structureel veel agressie vertoont. Je kan je voorstellen dat dat ook het een en ander bij mij opriep. Tegen deze jongen zei ik: ‘Ik word er bang van, als je zo dreigt. Wat kunnen we afspreken dat we doen als jij nog bozer wordt?’ De jongen opperde dat ik dan mijn vinger zou opsteken. Daar ging ik mee akkoord, op de voorwaarde dat de jongen dan ook écht zou inbinden. Na twee minuten stak ik al mijn vinger op, en zo gebeurde het nog vijf keer. De zevende keer was de jongen zó kwaad, dat hij zich niet meer kon inhouden en daarmee onze afspraak verbrak. De afspraak was dat we dan zouden stoppen met het gesprek, en dat gebeurde ook. De dag erna probeerden we het opnieuw.”

Aansluiten op de oorzaak

In CGT helpt de holistische theorie om het gedrag van iemand met agressie te begrijpen en daar op gepaste wijze op te reageren. Volgens Gerard is het namelijk belangrijk dat je als zorgverlener goed begrijpt waar de agressie vandaan komt. “Daar kennis van hebben is een must.” Bij angstige of vermijdende mensen is agressie vaak een copingmechanisme als ze iets moeten doen wat paniek of boosheid oproept. “Aan deze mensen vraag ik: ‘Hoeveel spanning kan je verdragen?’ Weten waar hun grens ligt voorkomt dat je deze mensen overvraagt.” Bij mensen met een schizofrenie of schizotypische persoonlijkheidsstoornis kan een goed gesprek uitdagend zijn. “Bij deze groep helpt het om het gedrag en de consequenties daarvan op een rationele manier te bespreken. Een recent voorbeeld is een man die elke dag in zijn zwembroek door zijn woonplaats liep – ook in de herfst en op de gekste plekken. De hele buurt viel erover. Ik vroeg aan de man waarom hij dat deed. Hij vertelde een onsamenhangend, bizar verhaal. Ik heb geluisterd, vervolgens keuzealternatieven geboden en de consequenties voorspeld als hij door zou gaan met zijn oude gedrag. ‘Ik kan doen wat ik wil’, was zijn reactie. Ik zei dat dat waar was en dat het zijn keuze was, maar dat hij dan wel het risico liep om vroeg of laat opgepakt te worden door de politie.”

Belang van autonomie

Wat opvalt is dat Gerard zijn cliënten vaak een keuze geeft. Dat doet hij bewust, geïnspireerd door ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven. Hij omschreef het belang van autonomie. Beperking daarvan leidt volgens hem tot frustratie, weerstand en agressie. “Daarom stel ik cliënten vaak een vraag. Dat geeft hen het gevoel dat ze zelf kunnen beslissen. Hoe gaan we ermee om als je straks door het lint gaat? Waar ligt jouw grens? Maar ook om te begrijpen wat ik in hen trigger: wat maakt dat jij nu boos op me wordt? Het antwoord is niet altijd redelijk – een kleur overhemd die de cliënt niet kan verdragen bijvoorbeeld, maar door de vraag te stellen en naar het antwoord te luisteren kan je meer begrip tonen en is de agressie de volgende keer wellicht te voorkomen.”

Zelfreflectie

“Als zorgprofessional is het essentieel om op jezelf te kunnen reflecteren”, besluit Gerard. “Weet hoe je zelf in elkaar steekt. Dat mag zonder te oordelen, maar het is wel belangrijk om je bewust te zijn van hoe je overkomt op anderen. Als je weet waar je cliënten op kunnen reageren, kan je ook besluiten om daar anders mee om te gaan.”

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 28.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode