Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer klinisch psycholoog Michiel van Vreeswijk over zijn proefschrift ‘Monkey Rock and Stepping Stones to Change: Schemas and Modes in Brief Group Schema Therapy’.
Welk probleem staat centraal?
Centraal staat of we in deze tijden van schaarste kortdurende schemagroepstherapie doelmatig en patiëntgericht kunnen inzetten. Mijn proefschrift gaat over vragen als: Hoe waarderen patiënten kortdurende schemagroepstherapie? Zijn er (latente) schema’s en modi die uitkomsten voorspellen, zodat we gerichter kunnen indiceren?
Waar spitste je onderzoek zich op toe?
Mijn promotieonderzoek richtte zich op (1) de theoretische basis en training/leertherapie voor zorgprofessionals in schemagroepstherapie, en kwantitatief onderzoek naar (2) patiënttevredenheid en (3) naar welke schema’s, modi en latente profielen behandeluitkomsten voorspellen in kortdurende schemagroepstherapie.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?
- Om een goede groepschematherapeut te worden zijn niet alleen kerncompetenties zoals het vermogen tot limited reparenting en empathische confrontatie van belang, maar ook het omgaan met groepsdynamiek in de verschillende groepstherapiefases en de samenwerking met co-therapeuten.
- Na kortdurende groepsschematherapie ervaart de helft van de patiënten met verschillende persoonlijkheidsstoornissen en/of langdurige klinische syndromen een klinisch significante verbetering in klachten. De patiënttevredenheid was hoog en steeg gedurende de behandeling zelfs bij die patiënten die niet significant opknapten op symptoomniveau.
- We vonden in een patiëntenpopulatie die verschillende vormen van kortdurende groepsschematherapie had gehad drie latente schemaprofielen die vooral iets zeggen over de ernst van de persoonlijkheidsproblematiek zoals door de patiënt gerapporteerd werd: het Zelfbeschermend persoonlijkheidsprofiel, het Internaliserende persoonlijkheidsprofiel en het Externaliserende persoonlijkheidsprofiel. Deze latente schemaprofielen voorspelden de behandeluitkomst beter dan de individuele schema’s en modi, waarbij met name patiënten met het Externaliserende persoonlijkheidsprofiel de meeste klachtenreductie lieten zien.
Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?
Daar kan ik een aantal dingen noemen: meerdere studies hadden een kleine N wat de power beperkte en analyses meer exploratief maakten, meerdere studies hebben een naturalistisch ontwerp en hebben geen gerandomiseerde controleconditie, we gebruikten overwegend zelfrapportage als onderdeel van ROM, we hebben niet altijd semigestructureerde interviews kunnen gebruiken voor het vaststellen van stoornissen bij heterogene studiepopulaties wat een lagere interne validiteit geeft, en we hadden een korte follow-up en geen formele toetsing van treatment fidelity.
Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?
Als ik subsidie krijg, zet ik drie sporen op:
- Een mega-analyse die alle schematherapie-RCT’s harmoniseert en samenvoegt om schema’s, modi en latente profielen te identificeren die behandeluitkomsten voorspellen. Dit kan als basis dienen voor gepersonaliseerde groepsschematherapie.
- Het beschikbaar maken van een open-source app voor single-case-experimenten met automatische analyses en feedback. Daarna zou ik in RCT’s deze vorm van gepersonaliseerde ROM en gekoppelde patiëntadviezen willen onderzoeken.
- Een dismantling-studie naar groepsschematherapie om te ontleden welke componenten van schemagroepstherapie effect hebben en voor wie.
Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?
Kortdurende schemagroepstherapie kan effectief modulair en naar tevredenheid van patiënten ingezet worden bij mensen met een persoonlijkheidsstoornis en/of langdurige klinische syndromen.

Titel proefschrift:
Kortdurende groepsschematherapie
Promovendus:
Michiel van Vreeswijk
Universiteit:
Maastricht University
Promotiedatum:
5 december 2025
Proefschrift:
Download
Over de auteur
Michiel van Vreeswijk is klinisch psycholoog, supervisor en opleider (VGCt, VSt, ISST, NVP, NVGP). Hij is RvB-voorzitter van G-kracht psychomedisch centrum. Daarnaast is Michiel examencommissievoorzitter van de GZ- en PT-opleiding van de Rinogroep en lid van de onderzoeksraad van de TENGO-studie (naar kortdurende versus langerdurende schemagroepstherapie).
