Er bestaan nog steeds veel misverstanden over zelfmoord* – niet alleen onder het brede publiek, maar ook onder hulpverleners. Zo wordt nog vaak gedacht dat praten over zelfmoord de kans vergroot dat iemand ernaar handelt. Kennisredacteur Jojanneke Bastiaansen legde deze en vijf andere beweringen voor aan hoogleraar en klinisch psycholoog Gwendolyn Portzky, die in november een lezing geeft over suïcidaliteit op het VGCt-najaarscongres met als thema Breaking the silence.
“Een meerderheid van de mensen die zelfmoord pleegt, heeft daarvóór signalen afgegeven.”
Iemand die aan zelfmoord denkt wil ook echt dood
“Nee, zo eenvoudig is het niet. Ten eerste gaat het bij zelfmoord meestal niet om een bewuste doodswens. De gedachte is niet ‘ik wil dood’, maar ‘het gaat niet meer’ of ‘ik wil deze pijn niet meer voelen’. De meeste mensen zouden graag op een andere manier willen leven, maar zijn de hoop op verbetering verloren. Ten tweede is er een groot verschil tussen denken en doen. Een aanzienlijke groep mensen denkt ooit in zijn leven aan zelfdoding: zo heeft veertien procent van de Belgen ergens in zijn of haar leven ernstige zelfmoordgedachten. Een veel kleinere groep gaat echter over tot een zelfmoordpoging en een nog kleinere groep tot zelfmoord.”
“Vanuit de wetenschap zijn we heel erg op zoek naar wat maakt dat iemand van gedachten overgaat op gedrag. Daaruit zijn ook voor hulpverleners lessen te trekken. Zo weten we uit onderzoek dat hoe frequenter en concreter de zelfmoordgedachten zijn, des te hoger het risico is op een poging. Bevraag dus altijd hoe concreet de plannen van een cliënt zijn.”
Zelfmoord gebeurt meestal zonder waarschuwing
“Dit is absoluut een mythe: zo’n 60 tot 75 procent geeft wel degelijk van tevoren signalen af. Slechts bij een kleine minderheid komt het voor de omgeving als een complete verrassing. Zie het als een klokcurve, ook wel een normale verdeling, met aan de ene kant van het continuüm de zeer impulsieve suïcides en aan de andere kant de zeer geplande suïcides. Beide komen weinig voor. Het merendeel van de mensen zit daar tussenin. Ze zijn er in gedachten al een tijd mee bezig, maar in hoeverre de zelfmoordgedachten op de voorgrond treden wisselt. Daarmee wisselen ook de signalen. In een risicovolle periode wordt iemand bijvoorbeeld stiller, gaat zich meer terugtrekken, of uit vaker dat het niet meer gaat. Die signalen zijn vooral zichtbaar voor de directe omgeving.”
“Gz-professionals zien natuurlijk een groep die al hulp zoekt voor psychische problemen. Zij moeten altijd bedacht zijn op waarschuwingssignalen. Vraag bijvoorbeeld door als iemand aangeeft steeds minder vertrouwen te hebben dat de stoornis ooit over gaat. Hopeloosheid en suïcidaliteit zijn namelijk sterk met elkaar verweven. Wees ook extra alert als er belangrijke veranderingen zijn in het leven van cliënten, bijvoorbeeld wanneer ze afstevenen op een relatiebreuk. Hetzelfde geldt voor transities in de zorg, bijvoorbeeld na het afsluiten van een opname of wanneer een vaste therapeut met verlof gaat. Check dan of er tekenen zijn van het mentaal nóg moeilijker hebben en vraag door.”
Degenen die erover spreken doen het niet, ze willen alleen
aandacht
“Het eerste deel klopt dus niet: een meerderheid van de mensen die zelfmoord pleegt, heeft daarvóór signalen afgegeven. Het tweede deel, het wegzetten van uitingen van suïcidaliteit als een schreeuw om aandacht, vind ik het ergst van al. Je moet zo’n verbaal signaal áltijd serieus nemen. Ja, er kan soms iets bij zitten van ‘zie mij, zie dan hoe diep ik zit’, maar ook dan moet je het fundamentele voor ogen zien: je hebt te maken met iemand die mentaal lijdt.”
Praten over zelfmoord vergroot de kans dat iemand ernaar handelt
“Dit is een hele hardnekkige mythe, die zelfs onder hulpverleners nog heel sterk leeft. Laat ik het daarom heel duidelijk stellen: er is geen enkele wetenschappelijke evidentie dat een-op-eengesprekken tussen hulpverlener en cliënt het risico op zelfmoord verhogen. Vanuit de praktijk weet ik dat het cliënten vooral enorm oplucht als het onderwerp bespreekbaar wordt. Erover praten is voor de cliënt de enige manier om uit diens isolement te raken. Dus als een hulpverlener mij vraagt ‘mag ik het wel bespreken?’, dan is mijn antwoord een volmondig ja. Je móét er als hulpverlener juist over praten met je cliënt.”
Als je de stoornis behandelt, dan verdwijnt suïcidaliteit
vanzelf
“Ik moet er soms hard voor vechten om hulpverleners duidelijk te maken dat dit niet klopt. Suïcidaliteit ontstaat vaak wel in samenspel met een psychische aandoening zoals depressie, maar wat ik in de praktijk vaak zie is dat als de depressie is opgeklaard en de persoon op een later moment in diens omgeving botst op negatieve gebeurtenissen, dat de zelfmoordgedachten dan toch weer terugkomen. Vanuit leerprincipes is dat goed te begrijpen. Mensen hebben de zelfmoordgedachten vaak lange tijd gebruikt als een vorm van coping: het idee dat er een uitweg is, gaf geruststelling en werd zo keer op keer bekrachtigd. Het is voor hulpverleners belangrijk om te weten dat wanneer de depressie is opgeklaard, die gedachten er nog steeds kunnen zijn als een soort escape wanneer ze het mentaal moeilijk hebben.”
Alle therapeuten zijn getraind in zelfmoordpreventie
“Dat is wel de verwachting die cliënten en naasten hebben, maar dat is – in ieder geval vanuit Vlaams perspectief – absoluut niet het geval. Zowel psychologen als artsen krijgen in hun opleiding vast ooit een keer een gastles over hoe om te gaan met suïcidale patiënten, maar dat maakt ze nog geen expert. Voor suïcidaliteit moet je – net als voor elke aandoening – specifieke kennis opdoen.”
“Het allerbelangrijkste voor hulpverleners is alertheid. Wees er bij iedere behandeling op bedacht dat zelfmoordgedachten kunnen optreden. Vraag ernaar bij de intake en stel indien nodig samen met de cliënt een zogeheten veiligheidsplan op (te vinden op de websites van zelfmoord1813.be en 113.nl, red.). Dat is een stappenplan waarmee cliënten leren om signalen te herkennen en een crisis te voorkomen. Blijf de zelfmoordgedachten vervolgens monitoren. Weet dat er ook specifieke behandelingen zijn voor suïcidaliteit, die heel effectief en veilig zijn gebleken. Dat kan voor specifieke doelgroepen heel behulpzaam zijn.”
Gwendolyn weet uit eigen ervaring dat suïcidaliteit één van de zwaarste problemen voor hulpverleners is om mee om te gaan. “Het boezemt ons angst in en de natuurlijke reactie is dan om weg te vluchten, bijvoorbeeld door jezelf te vertellen: ‘als ik de depressie aanpak, komt het ook wel goed.’ maar nee, we moeten onze eigen schroom overwinnen en suïcidaliteit niet alleen bespreekbaar maken met onze cliënten, maar ook met elkaar. Je hoeft niet de perfecte hulpverlener te spelen die het altijd precies weet. Elke cliënt is immers anders en vergt een andere aanpak. Ook voor mij is het na 25 jaar in het vak bij een nieuwe cliënt soms weer even zoeken. Bespreek je twijfels met collega’s. Doorbreek ook daarin de stilte.”
VGCt Najaarscongres 2024
Meer weten over waar je als behandelaar alert op moet zijn en welke suïcidepreventietools en -interventies er zijn? Kom dan naar de lezing van Gwendolyn Portzky op het VGCt-najaarscongres Breaking the silence van 6 tot 8 november 2024 in Veldhoven.
*Net als stichting 113 zelfmoordpreventie kiest de VGCt ervoor om de term ‘zelfmoord’ te gebruiken in plaats van een alternatief, omdat dit de meest gangbare zoekterm is. We vinden het belangrijk dat deze informatie vindbaar is voor zij die er behoefte aan hebben.

Gwendolyn Portzky is klinisch psycholoog en hoogleraar in de medische psychologie aan de universiteit gent. Daarnaast is zij directeur van het Vlaams expertisecentrum suïcidepreventie (VLESP), de Vlaamse evenknie van de Nederlandse stichting 113 zelfmoordpreventie.

Meer weten over waar je als behandelaar alert op moet zijn en welke suïcidepreventietools en -interventies er zijn? Kom dan naar de lezing van Gwendolyn Portzky op het VGCt-najaarscongres Breaking the silence van 6 tot 8 november 2024 in Veldhoven. Kijk hier voor meer informatie.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 10.