Wanneer iemand in behandeling komt binnen de ggz, werkt die samen met de behandelaar aan een concreet doel. Dat is in elk geval de theoretische werkwijze – in de praktijk loopt het nogal eens anders. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat doelen in 30 procent van de behandelingen gaandeweg verwateren. Wat maakt een duidelijk eindpunt voor ogen hebben zo uitdagend in de behandelkamer?
Een doel bereiken wordt makkelijker als je dat doel vanaf het begin scherp voor ogen hebt. Dat geldt ook wanneer iemand een psychologische behandeling volgt. Sterker nog, een duidelijk doel bereik je ook snéller. Onderzoek laat zien dat zogenaamd doelgestuurd behandelen in de ggz (direct specifieke doelen opstellen, evalueren en de behandeling bijsturen) klachten effectief vermindert en dat 75 procent van die behandelingen binnen één jaar wordt afgerond. Ter vergelijking: bij behandelingen zónder die doelgestuurde focus rondde 40 procent de behandeling binnen een jaar af1. Mét duidelijke doelstellingen kunnen behandelingen dus korter.
Zonder doelen, niet tracken
De realiteit blijkt weerbarstig. Zo zijn behandeldoelen vaak te algemeen of onduidelijk, denk bijvoorbeeld aan: ‘het versterken van de autonomie’ of ‘ik wil weer gelukkig worden’. Bovendien kan een kwart van de cliënten de opgestelde doelen niet benoemen. Cliënten die hun doelen niet scherp hebben, blijven langer dan nodig in behandeling. Zij zijn namelijk meer geneigd zich passief en afhankelijk op te stellen naar hun behandelaar2. Bovendien wordt evalueren of de behandeling nog on track is lastig zonder heldere doelen. Colin van der Heiden, klinisch psycholoog, geeft er workshops over aan behandelaars: “Juist dat evalueren is de kern van doelgestuurd behandelen. Door concrete doelen te evalueren, kun je de behandeling bijsturen of, wanneer nodig, tijdig afronden.”
Terug naar de basis
Waarom lukt het behandelaars niet om goede behandelafspraken onder woorden te brengen? Volgens Bea Tiemens, hoogleraar evidence based werken in de geestelijke gezondheidszorg en hoofd van Pro Persona Research, komen mensen vaak met complexe problemen bij de behandelaar. Ze voelen zich bijvoorbeeld ongelukkig, hebben relatieproblemen én ervaren angstklachten. Het doel van de behandeling is idealiter gericht op de oplossing van die problemen. Maar als het probleem zelf al niet scherp is, is een concreet doel formuleren best een opgave. Bea wil terug naar de basis: “In opleidingen moet meer aandacht komen voor het opstellen van behandeldoelen samen met de cliënt. Er wordt verondersteld dat elke behandelaar dat vanzelf kan, maar het is een vaardigheid. Je moet daarnaast leren waar een behandeldoel aan moet voldoen.”
Juist naar dit laatste is nog weinig onderzoek gedaan in de ggz. Want wat ís een goed behandeldoel? Veel behandelaars zullen bij die vraag instinctief denken aan het alom bekende SMART-acronym: een (behandel)doel moet Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden zijn. Tiemens: “Dat is managementpraat. Bovendien vonden we in eerder onderzoek naar SMART-criteria nauwelijks overeenstemming tussen experts in hoeverre ggz-doelen aan deze criteria voldeden.” In plaats van SMART pleit Tiemens ervoor dat een goed behandeldoel onder andere uitdagend en positief is (‘ik ga meer vriendschappen aan’ versus ‘ik wil niet alleen zijn’).
Hoe denken cliënten er zelf over? Naline Geurtzen, gz-psycholoog en gepromoveerd op zorgafhankelijkheid in de ggz, ontwikkelde een vragenlijst die meet of cliënten de doelen in hun behandeling duidelijk vinden. Naline: “Wij vonden in een studie onder 742 cliënten dat bijna 25 procent zegt dat er nooit doelen zijn opgesteld in de behandeling3. Of die dan daadwerkelijk helemaal niet zijn opgesteld weten we niet zeker, maar een mogelijke verklaring kan zijn dat de doelen vooral vanuit de behandelaar zelf kwamen. De cliënt verliest een eindpunt sneller uit het oog zonder goede afstemming.”
Noorse studie
Zó belangrijk zijn die doelen ook weer niet, volgens sommige experts. Noorse onderzoekers interviewden ervaren behandelaars over hun werkwijze tijdens de eerste drie sessies4. De meerderheid daarvan stelde in dat tijdsbestek géén expliciete doelen met hun cliënten. De onderzoekers redeneerden dat het (te) snel forceren van een eindpunt de complexiteit van de problemen tenietdoet. Bovendien kan een snelle focus op concrete doelen weerstand opwekken bij een cliënt. Naline heeft er haar bedenkingen over: “Een goed doel dat aansluit bij de cliënt zou normaliter geen weerstand teweeg moeten brengen. Als dat wel zo is, gaat er in de consensus en de afstemming met de behandelaar iets mis.”
Bewustwording aanwakkeren
Heldere behandeldoelen en het evalueren ervan verdienen dus meer urgentie, in elk geval in de Nederlandse ggz. Tiemens merkt op dat dat begint bij bewustwording: “Behandelaars denken dat ze goed kunnen inschatten of een behandeling on track is, maar we weten uit onderzoek dat dit lang niet altijd zo is5. Met goede doelen en evalueren krijg je écht inzicht en kunnen veel behandelingen sneller.” Colin gaat in elk geval gestaag door met zijn workshops: “Ik hoop dat behandelaars de meerwaarde van doelgestuurd behandelen gaan inzien en dat ze vanuit zichzelf willen gaan meten: gaat mijn cliënt wel vooruit?”
Bronnen
1. van Santen-Bauer, P. R., de Beurs, E., Deen, M., Korrelboom, K., & van der Heiden, C. (2024). Goal-Directed Treatment of Patients With Anxiety and Mood Disorders in a Regular Curative Mental Health Care Setting. Clinical psychology & psychotherapy, 31(3), e2984. https://doi.org/10.1002/cpp.2984
2. Geurtzen, N., Keijsers, G. P. J., Karremans, J. C., & Hutschemaekers, G. J. M. (2018). Patients’ care dependency in mental health care: Development of a self-report questionnaire and preliminary correlates. Journal of clinical psychology, 74(7), 1189–1206. https://doi.org/10.1002/jclp.22574
3. Geurtzen, N., Keijsers, G. P. J., Karremans, J. C., Tiemens, B. G., & Hutschemaekers, G. J. M. (2020). Patients’ perceived lack of goal clarity in psychological treatments: Scale development and negative correlates. Clinical psychology & psychotherapy, 27(6), 915–924. https://doi.org/10.1002/cpp.2479
4. Oddli, H. W., McLeod, J., Reichelt, S., & Rønnestad, M. H. (2014). Strategies used by experienced therapists to explore client goals in early sessions of psychotherapy. European Journal of Psychotherapy & Counselling, 16(3), 245-266.
5. Hatfield, D., McCullough, L., Frantz, S. H. B., & Krieger, K. (2010). Do we know when our clients get worse? An investigation of therapists’ ability to detect negative client change. Clinical Psychology and Psychotherapy, 17(1), 25–32. https://doi.org/10.1002/cpp.656
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 7.
