Veel behandelaren kennen de socratische dialoog als een CGT-begrip, maar zijn er niet vertrouwd mee als praktisch toepasbare techniek. In opleidingen is er bovendien maar beperkte ruimte voor de socratische dialoog. Dat constateert Madeleine Stoop. Een praktische handleiding voor het onderzoeken van cognities via de socratische dialoog binnen therapiesessies ontbrak. Samen met de VGCt ontwikkelde ze recent een techniekenvideo en stappenplan voor de behandelkamer.
Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in de socratische dialoog?
“Tien jaar geleden, toen ik zelf nog in opleiding was tot cognitief gedragstherapeut, las ik vaak over de socratische dialoog. In mijn CGT-boeken stond dan bijvoorbeeld ‘daag de disfunctionele gedachte uit door middel van de socratische dialoog’. Ik kon alleen nergens terugvinden hoe ik dat precies moest doen. Ik dacht dat het aan mij lag, dat ik wat gemist had en dat ik de enige was die niet wist hoe het moest, omdat er met zo’n vanzelfsprekendheid over werd gesproken. Dit maakte me onzeker en ik schaamde me er ook een beetje voor. Ik was dan ook erg blij toen ik in 2016 een CGT-vervolgcursus vond met de focus op de socratische dialoog. Daar leerde ik van Remco van der Wijngaart eindelijk hoe ik de socratische dialoog praktisch kon toepassen binnen therapiesessies. Ik was direct enthousiast en toen ik merkte wat het met mijn cliënten deed, nam mijn enthousiasme alleen nog maar toe.”
Is dat de aanleiding voor het maken van de techniekenvideo?
“Inderdaad. Dit is de video die ik zelf tien jaar geleden graag had willen zien. Ik hoop dat veel meer therapeuten deze waardevolle techniek gaan toepassen. Inmiddels heb ik er dan ook mijn missie van gemaakt om deze kennis op anderen over te brengen. Dat betekende wel dat ik behoorlijk uit mijn comfortzone moest stappen. Voor iemand die altijd last heeft gehad van faalangst bij rollenspellen, was het opnemen van deze video wel de ultieme exposure. Toch ben ik over die drempel gestapt, omdat ik zie hoe waardevol de techniek is. In de techniekenvideo laat ik zien hoe een therapiesessie op basis van de socratische dialoog eruit kan zien. Dat doe ik samen met mijn zus Charlotte Stoop, die cognitief gedragstherapeut in opleiding is. Zij vertolkt de rol van cliënt, ik van haar behandelaar. De sessie is gebaseerd op een echte casus en gaat over een cliënt die na een paniekaanval geen auto meer durfde te rijden. Deze vrouw is inmiddels van haar angst af en is heel blij dat ze weer gewoon over de snelweg kan rijden.”
Wat levert een goed uitgevoerde socratische dialoog op?
“De socratische dialoog zorgt ervoor dat cliënten hun overtuigingen niet langer automatisch als waar aannemen, maar leren deze systematisch en onderbouwd te onderzoeken. Denkfouten – of mooier gezegd: inconsistenties in het denken – komen op natuurlijke wijze aan het licht, doordat het denkproces in een rustig tempo stap voor stap wordt gevolgd. Hierdoor wordt het denken zuiverder, realistischer en vaak ook genuanceerder.
Veel van wat we dachten zeker te weten, blijkt ineens niet meer zo zeker te zijn, of zelfs helemaal niet te kloppen. In vergelijking met het werken met een vast lijstje uitdaagvragen of met rijtjes bewijzen voor en tegen, gaat de socratische dialoog een laag dieper: het denkspoor van de cliënt wordt gevolgd en er wordt kritisch en logisch doorgeredeneerd. Door dat te doen komt de cliënt zelf tot nieuwe inzichten. Tijdens het werken met de socratische dialoog zie ik regelmatig bij cliënten het kwartje vallen. Soms schieten cliënten dan ook in de lach: ‘hoe heb ik dit ooit kunnen denken?’.
Wanneer de disfunctionele gedachte haar overtuigingskracht verliest, wordt de drempel naar exposure ook een stuk lager. Als cliënten de techniek eenmaal eigen hebben gemaakt, blijven ze bovendien ook kritischer bij andere gedachten en vragen zij zich af waarop deze zijn gebaseerd. Als ik bij het maken van een terugvalpreventieplan aan het eind van de behandeling aan cliënten vraag waar ze het meest aan hebben gehad, wordt de socratische dialoog bijna altijd genoemd.”
Kun je een voorbeeld geven uit een casus?
“Ik had een cliënt die moeite had met het reguleren van haar emoties en die fel kon reageren of in paniek kon raken. Zij had de overtuiging dat ze hierdoor tekortschoot als partner. Door middel van de socratische dialoog ontdekte ik dat haar partner momenteel last had van een winterdepressie. Daarover zei ze dat dat hem geen slechtere partner maakte, maar dat het vooral zielig voor hemzelf was. Door verder te vragen konden we dit verschil onderzoeken: waarom was zij niet goed genoeg als partner als zij intense emoties ervaarde of toonde, maar zei het niets over haar partners waarde als hij dat had? Waarom was het voor hem vooral zielig? Door de gedachte te onderzoeken besefte ze dat ze eigenlijk met twee maten mat en dat haar paniekaanvallen vooral vervelend waren voor haarzelf. Ook realiseerde ze zich dat als zij hem accepteerde, inclusief winterdepressie, dat hij haar waarschijnlijk ook accepteerde met haar paniekaanvallen en soms felle reacties.”
Komen dit soort problemen rondom zelfwaardering vaak voor?
“Ja, in de praktijk zie ik veel mensen met een voorwaardelijk zelfbeeld. Zij hebben dan bijvoorbeeld de gedachte: als ik goed presteer, of als ik veel complimentjes krijg, of als mensen mij niet afwijzen, dán ben ik pas de moeite waard. Door deze aannames socratisch te onderzoeken wordt de inconsistentie zichtbaar, want ze vinden doorgaans niet dat hetzelfde voor anderen geldt. Het helpt dan om bijvoorbeeld een contrast te schetsen met hun opvattingen over baby’s: zij presteren helemaal niets, maar toch vinden we hen de moeite waard. Hoe zit dat? En zijn baby’s die minder aandacht krijgen van hun Theorie ouders minder waard dan baby’s die meer aandacht krijgen? En als baby’s de moeite waard zijn, vermindert hun waarde dan als ze volwassen worden? Of zijn we eigenlijk (net als baby’s) al goed genoeg door gewoon te ‘zijn’ en hoeven we daar eigenlijk niks voor te doen? Wat maakt iemand eigenlijk tot een goed mens? Door een gedachte op die manier diepgravend te onderzoeken kan de socratische dialoog bijdragen aan een stabieler en positiever zelfbeeld.”
Voor welke cliënten is toepassing van de socratische dialoog geschikt?
“De socratische dialoog is effectief toepasbaar bij volwassenen en kinderen vanaf ongeveer tien à twaalf jaar, afhankelijk van het niveau van de cliënt. Je kunt de socratische dialoog inzetten bij uiteenlopende klachten: onder andere bij sociale angst, ziekteangst, paniek, dwang, depressie, eetstoornissen en somatoforme stoornissen. Ook bij bijvoorbeeld perfectionisme, zwart-witdenken, overhaaste conclusies trekken en een negatief zelfbeeld kan de socratische dialoog helpend zijn. Bij cliënten met een sterke autonomiebehoefte, wat we bijvoorbeeld vaker zien bij hoogbegaafden, of mensen met een neiging tot starre denkpatronen, bijvoorbeeld bij autisme, kan de socratische dialoog goed aansluiten. Ook heb ik mooie resultaten gezien bij cliënten met hardnekkige disfunctionele gedachten, bij wie eerdere specialistische behandelingen onvoldoende effect hadden. Ik had bijvoorbeeld een dame in behandeling met een voorgeschiedenis binnen de specialistische ggz voor haar dwangstoornis. Ondanks dat haar gedachten daar waren onderzocht, met bewijzen voor en tegen, bleef ze twijfelen of de gedachte dat zij mogelijk pedofiel was toch echt waar zou zijn. Dit maakte haar erg bang en hield haar dwanghandelingen en vermijding in stand. Na een aantal socratische dialoogsessies kwam zij tot het besef: die gedachte die ik lang had klopt écht niet.”
Zijn er valkuilen bij het toepassen van de socratische dialoog?
“Een essentiële voorwaarde is het aannemen van een socratische houding. Dat is een oprecht nieuwsgierige houding, waarbij je je als therapeut niet-wetend opstelt. In feite ben jij als therapeut de leek en de cliënt de expert. Het uitgangspunt is dat de cliënt zelf de kennis bezit en het is de taak van de therapeut om deze omhoog te halen. Door de socratische houding sluit je zo goed mogelijk aan bij de belevingswereld van de cliënt.
Het is dus van belang om op een open manier te vragen hoe iets in elkaar zit en pas daarna de volgende vraag te formuleren. Wanneer de dialoog wordt gestuurd vanuit een impliciete agenda of gericht is op het ‘ontkrachten’ van gedachten, verliest zij haar kracht en authenticiteit. De dialoog kan dan gaan voelen als een politieverhoor en dat is zeker niet de bedoeling. Ik spreek daarom ook altijd over het samen ‘onderzoeken’ van gedachten in plaats van ‘uitdagen’, omdat uitdagen al impliceert dat een gedachte niet kloppend is. Onderzoeken is neutraler: het kan nog alle kanten op. Door het denkspoor van cliënten te volgen, komen geregeld nieuwe inzichten naar boven die ik zelf niet had kunnen verzinnen. Doordat zij zelf tot die antwoorden zijn gekomen, voelen deze doorleefder en beklijven ze daardoor ook beter. Wat een uitdaging is voor de therapeut is dat je geen verborgen agenda wilt hebben, maar cliënten wél van hun klachten wilt afhelpen. Wat hierbij helpt is om het grotere doel in de gaten te houden en niet zozeer te focussen op wat wel of niet waar is, maar op het denkproces en het ontwikkelen van de vaardigheid. De cliënt leert dan om gedachten zelfstandig kritisch te onderzoeken en zo zuiverder en realistischer te denken.”
Heb je tips om dit proces goed te laten verlopen?
“Vóór we beginnen met de socratische dialoog vraag ik altijd expliciet toestemming aan cliënten om een gedachte samen te onderzoeken. Dit doe ik onder andere omdat de dialoog soms wrijving kan geven wanneer bestaande overtuigingen op losse schroeven komen te staan. Door hen toestemming te vragen ondervang je dit enigszins. Een andere tip is om tijdens het gesprek vaak samen te vatten. Dit vertraagt het proces, wat belangrijk is voor de socratische dialoog. Dit zorgt er namelijk voor dat de cliënt en therapeut ruimte krijgen om na te denken en om samen het overzicht te houden van wat er is ontdekt. Tenslotte is het van belang om als therapeut het denkproces op papier of op een bord te noteren. Ook dit zorgt voor vertraging. Zowel de cliënt als de therapeut hebben dan meer ruimte om na te denken. Ook zorg ik altijd dat cliënten een foto van het opgeschreven denkproces maken, zodat ze het later kunnen nalezen. Dit is zeker bij hardnekkige, disfunctionele overtuigingen belangrijk. Cliënten kunnen namelijk aan het eind van de sessie hun nieuwe, realistische gedachte sterk geloven, maar thuis toch weer terugvallen in oude denkpatronen. Als ze het kunnen teruglezen, wordt de nieuwe overtuiging beter geabsorbeerd.”
Wat zou je therapeuten adviseren die meer willen leren over de socratische dialoog?
“De techniekenvideo die ik samen met de VGCt heb ontwikkeld samen met het bijbehorende stappenplan kan wat mij betreft goed functioneren als eerste stap. We hebben ook een techniekenplaat ontwikkeld. Ook het artikel van Christine Padesky uit 19931 geeft wat handvatten voor de socratische dialoog. Verder kan ik zeggen, na de socratische dialoog tien jaar in de praktijk te hebben toegepast, dat het essentieel is om te oefenen. Door de socratische dialoog vaak toe te passen, zul je merken dat het steeds gemakkelijker en natuurlijker zal gaan. Oefen met cliënten, oefen met elkaar, oefen door eigen gedachten op papier uit te vragen. Dat heb ik zelf ook gedaan, bijvoorbeeld over mijn faalangst voor een rollenspel. Verder raad ik supervisanten en cursisten aan om het boek Socrates op sneakers van Elke Wiss te lezen. Hoewel het boek niet specifiek geschreven is voor therapeuten, wordt de socratische houding goed omschreven en maakt ze een heldere vertaalslag van theorie naar praktijk.”
Wat hoop je voor de toekomst?
“Het is mijn missie dat zo veel mogelijk therapeuten bekend raken met de socratische dialoog en deze techniek met zelfvertrouwen kunnen toepassen in de therapeutische praktijk. Daarom roep ik therapeuten op om er ondanks de beperkte literatuur mee aan de slag te gaan en dat zelf te ervaren. Ik hoop dat we met elkaar de behandeling nog effectiever kunnen maken. Dit begint bij een goede basis: in de basis- en vervolgcursussen CGT zou de praktische toepassing van de socratische dialoog in therapiesessies standaard en in meerdere mate aan bod moeten komen. Het lijkt me ook heel waardevol als hier in de bekende CGT-handboeken niet enkele bladzijdes maar een heel hoofdstuk aan gewijd zou worden. Als ik nog groter mag dromen, lijkt het me fantastisch als er een compleet boek over komt, met veel concrete handvatten en casusvoorbeelden bij verschillende probleemgebieden. Ik bied me bij deze aan om daaraan mee te werken – ik heb voorbeelden genoeg van prachtige gesprekken die hebben geleid tot mooie nieuwe inzichten!”
Madeleine Stoop is gz-psycholoog, cognitief gedragstherapeut, supervisor en docent CGT gespecialiseerd in de socratische dialoog. Ze werkt met volwassenen in de basis-ggz (bij SPEL Harderwijk). Daarvoor werkte zij in de specialistische ggz bij diverse instellingen binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Bron
1. Padesky, C. A. (1993, September). Socratic questioning: Changing minds or guiding discovery. In A keynote address delivered at the European Congress of Behavioural and Cognitive Therapies, London (Vol. 24).1
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 28.
