Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer Nynke Rauwerda, klinisch psycholoog-psychotherapeut, over haar proefschrift: Improving insomnia care for patients with medical comorbidity; addressing sleepless nights and fatigued days.
Welk probleem staat centraal?
Eén op de vijf patiënten met een medische aandoening heeft chronische insomnie (slapeloosheid). Cognitieve gedragstherapie bij insomnie (CGT-i) is de aanbevolen behandeling, maar slechts een klein percentage ontvangt deze therapie. Vaak wordt medicatie voorgeschreven, ondanks vaak beperkte effectiviteit, bijwerkingen of onbekendheid over de werking.
Waar spitste je onderzoek zich op toe?
Een lage dosering van het middel Amitriptyline is niet officieel goedgekeurd voor de behandeling van insomnie, maar wordt desondanks vaak voorgeschreven. We onderzochten of dit middel een alternatief is voor CGT-i bij mensen met een medische aandoening. Ook onderzochten we factoren die de behandelvoorkeuren (voor CGT-i of voor Amitriptyline) voorspellen en de impact van deze voorkeuren op de behandelresultaten.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?
- Een lage dosering Amitriptyline is na 12 weken behandeling niet slechter dan CGT-i, maar CGT-i heeft veel meer voordelen ten opzichte van amitriptyline.
- Meer mensen profiteren van CGT-i; CGT-i heeft minder bijwerkingen en heeft een duurzamer resultaat
- Een hoge lijdensdruk bij slapeloosheid voorspelt een voorkeur voor medicatie. Patiënten verwachten dat zij zich met medicatie, ondanks de bijwerkingen, overdag beter zullen voelen dan met CGT-i.
- Deze verwachting blijkt niet te kloppen. Mensen voelen zich overdag niet beter met medicatie dan met CGT-i.
- CGT-i is ook effectief bij de groep patiënten die vooraf een voorkeur voor medicatie hebben en CGT-i aangeboden krijgen. Wanneer mensen een voorkeur voor CGT-i hebben, is medicatie niet effectief.
Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?
Op dit moment zijn we nog bezig met de analyse van de follow up data na 1 jaar. Het is belangrijk dat we ook kunnen kijken naar de lange termijn gegevens.
Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?
Ik zou graag willen onderzoeken hoe we CGT-i nog verder kunnen verbeteren voor patiënten met een medische aandoening, Nu profiteren tussen de 60 en 70 procent van CGT-i. Dat percentage is veel hoger dan met medicatie, maar nog niet iedere patiënt profiteert. Ik zou graag willen onderzoeken welke patiënten niet profiteren, wat zij nodig hebben en welke aanpassingen of aanvullingen in de CGT daarvoor nodig zijn.
Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?
Ik wil psychologen en cognitief gedragstherapeuten oproepen CGT-i in te zetten, zodat onnodig gebruik van slaapmedicatie -met beperkte effectiviteit en nadelige bijwerkingen – wordt voorkomen. Ook patiënten met een medische aandoening kunnen CGT-i goed aan. Ga in gesprek met patiënten over mogelijk onjuiste en te rooskleurige verwachtingen die zij hebben over medicatie.

Titel proefschrift:
Het verbeteren van de zorg voor slapeloosheid bij patiënten met medische comorbiditeit; het aanpakken van slapeloze nachten en vermoeide dagen
Promovendus:
Nynke Rauwerda
Universiteit:
Universiteit van Amsterdam
Promotiedatum:
7 januari 2026
Proefschrift:
Download
Over de auteur
Nynke Rauwerda is klinisch psycholoog-psychotherapeut, somnoloog en praktijkopleider en werkzaam bij de afdeling Medische Psychologie en het Slaapcentrum van Ziekenhuis Gelderse Vallei en verbonden aan de afdeling Medische Psychologie van het Amsterdam UMC.
