Podcasts, interviews, talkshows en meer: Iva Bicanic is overal te vinden om de discussie over seksueel misbruik en trauma actueel te houden. Ook tijdens het VGCt najaarscongres zal ze acte de présence geven met een keynote over het doorbreken van de stilte rondom seksueel misbruik. Wat is er nodig om slachtoffers van seksueel misbruik en geweld te versterken en seksueel misbruik makkelijker bespreekbaar te maken? We legden haar een aantal vragen voor.
Recent is de nieuwe wet seksuele misdrijven (WSM) ingegaan. Wat houdt deze wet precies in en wat is jouw inschatting van de maatschappelijke impact ervan?
Het is een historisch moment. De vorige zedenwet dateerde nog van de vorige eeuw. De komst van deze nieuwe wet is een normverschuiving. In de oude wet was namelijk het element van dwang en geweld bepalend. Wanneer er geen tekenen of signalen waren van dwang of geweld, dan was het juridisch geen seksueel geweld. Tegen je zin, an sich, was dus niet strafbaar. In de nieuwe wet seksuele misdrijven is dat wel zo en is consent heel belangrijk. Vroeger werd het slachtoffer bijvoorbeeld gevraagd: hoe heb jij aan de verdachte kenbaar gemaakt dat jij niet wilde? In de nieuwe wet vraag je aan de verdachte: hoe wist jij dat het kón? Uit de wetenschappelijke literatuur weten we dat zo’n 70 procent van de slachtoffers niks doet of meewerkt tijdens het misbruik. Die kennis werkt nu door in de nieuwe wetgeving, dat is positief. Zedenrechercheurs krijgen tegenwoordig in hun opleiding ook een stukje psychologie mee over normale reacties in abnormale situaties.
Je houdt je in je onderzoek onder andere bezig met herinneringen aan seksueel misbruik en genitale respons daarop. Wat is er nodig om dit onderwerp uit de taboesfeer te halen?
Mensen moeten eerst weten dat het bestaat. Ik ben heel dankbaar dat mensen die hieronder lijden zo moedig zijn geweest zich in ons onderzoek1 te laten horen over hun ervaringen met genitale respons (bij vrouwen vochtig worden, verstijving van de tepels, orgasme en bij mannen voorvocht, erectie, ejaculatie) na misbruik. De rode draad in al die verhalen zijn gevoelens van diepe schaamte en opsluiting. We horen terug dat het thema in de behandelkamer tot voor kort geen plek had. Maar die genitale respons vindt óók plaats binnen de behandelkamer. Doordat er wordt gepraat over het seksuele misbruik, bijvoorbeeld. Of doordat de patiënt wordt geconfronteerd met de herinneringen in een traumagerichte behandeling. Als een behandelaar dergelijke lichamelijke reacties niet bespreekbaar maakt, dan kan een patiënt denken dat hij of zij de enige is die zoiets ervaart. Sommige mensen denken zelfs: ik ben nog erger dan de dader.
Behandelaars moeten dit onderwerp introduceren en normaliseren door bijvoorbeeld te vragen: ik hoor van andere mensen dat ze hier last van hebben. Hoe is dat bij jou? Veel mensen denken dat als je lichaam zo reageert, je het misbruik dus lekker hebt gevonden. Dat is onjuist. Er kan sprake zijn van lichamelijke opwinding, terwijl je het écht niet wil. Maar wat ook kan is dat je het wél fijn vindt. Bijvoorbeeld wanneer het slachtoffer acht jaar oud is en helemaal niet weet wat seksueel misbruik is. Het voelt gewoon fijn. Wanneer het kind op een gegeven moment volwassen is en begrijpt dat het seksueel misbruik was, dan kan er walging naar zichzelf ontstaan. In samenwerking met een zedenrechercheur brengen we in september een prentenboek uit voor kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt getiteld: ‘Charlie, een boek over aanraken en aanzitten’. Het boek is ontwikkeld om herkenning en steun te bieden bij ervaringen met seksueel misbruik. Ook is het voor iedereen die ondersteuning wil bieden aan slachtoffers. Ik ben er heel trots op, ook omdat een dergelijk prentenboek volgens mij uniek is.
Je noemde net al een onjuiste opvatting over seksueel misbruik. Er bestaan vast ook veel mythes op dat gebied. Welke mythe komt bij jou direct naar boven?
In Nederland zijn er ontzettend veel campagnes en initiatieven tegen seksueel misbruik, maar ze zijn enkel gericht op meisjes en vrouwen. Dat is een miskenning van mannelijke slachtoffers. Mensen zijn geneigd zwart-wit te denken en dingen te versimpelen. De gedachte is: seksueel misbruik wordt gepleegd door de man in de bosjes, dat gaat altijd gepaard met geweld, en het zijn altijd sterke mannen die het gemunt hebben op zwakke vrouwen. Maar het slachtoffer kan ook een boom van een jongen zijn. In bepaalde gevallen gaat seksueel misbruik inderdaad gepaard met geweld. Maar het grootste deel vindt plaats in een soort ‘liefhebbende context’ door een vertrouwd persoon. Het is iemand die heel lief tegen je doet, die je ziet staan en aandacht geeft, lieve dingen tegen je zegt. Maar het klopt natuurlijk van geen kanten. Het is ondermijnend en het verstoort de ontwikkeling van een kind.
Professionals in de zorg kunnen bij het Centrum Seksueel
Geweld terecht voor advies over slachtoffers van seksueel misbruik. Wat voor vragen krijgen jullie zoal van behandelaars?
Toevallig hebben we die vragen vorige week in kaart gebracht!2 Behandelaars vragen dingen als: mijn cliënt wil aangifte doen. Wat is nou wijsheid, eerst aangifte of eerst traumabehandeling? Of ze vragen: mijn client dissocieert heel erg tijdens een behandeling, wat kunnen we daaraan doen? Of vragen op het gebied van herstelbemiddeling: zou het helpend kunnen zijn om contact te hebben met degene die het misbruik heeft gepleegd en hoe pakken we dat aan? Of: mijn patiënt is vijftien jaar en heeft me verteld over misbruik. Ik heb beloofd dat ik het niet verder zou vertellen. Wat moet ik nu tegen de ouders zeggen? We zijn momenteel ook bezig om een frequently asked questions voor professionals op te stellen.
Wat zijn tips voor behandelaars om seksueel misbruik
makkelijker bespreekbaar te maken in de behandelkamer?
Het begint natuurlijk met ernaar te vragen. Ik heb in de loop der tijd geleerd dat woorden als ‘seksueel misbruik en ‘negatieve seksuele ervaring’ best beladen en moeilijke woorden zijn voor iemand die over zichzelf wellicht denkt: ík heb meegedaan en ík heb het toegelaten. Vaak zien slachtoffers van seksueel misbruik zichzelf niet als slachtoffer. Wij als therapeuten kunnen die vragen misschien op een andere manier stellen. Bijvoorbeeld vragen als: heeft u als kind geheimen gehad, of heeft u dingen moeten doen of dingen gedaan waar u heel nare of verwarrende gevoelens bij had? Het klinkt een beetje als kindertaal. Wanneer het misbruik in de kindertijd plaatsvond en al die tijd geheim is gebleven, dan blijft het slachtoffer soms in kindertaal erover praten met zichzelf. Op een andere manier bevragen kan helpen. Ik denk bijvoorbeeld dat het woord ‘geheim’ veel makkelijker is om uit te spreken dan de woorden ‘seksueel misbruik’. Identificeer je als behandelaar meer met het slachtoffer en hoe het is geweest voor iemand die zoiets heeft meegemaakt, juist door iemand die ook belangrijk en geliefd was. Of nog steeds is. Uiteindelijk gaat het ook niet per se om de seksuele handelingen. Het gaat veel meer over die onveilige context van opgelegde geheimhouding, dwang of dreiging, en het verantwoordelijk voelen voor de gevolgen als het uitkomt.
Je hebt onlangs het boek ‘Ik vraag dit voor een vriend(in)’ geschreven, met daarin 123 vragen van slachtoffers van seksueel geweld. Waarom moeten mensen dat gelezen hebben?
We richten ons als behandelaars vaak op PTSS en we volgen braaf de richtlijnen. Dat is op zich goed. Maar er is méér dan PTSS. Veel slachtoffers van seksueel misbruik hebben existentiële vragen waar ze mee worstelen. Ik denk dat psychologen er ook zijn om hen dáárin te ondersteunen. Als iemand als kind lang in een situatie van misbruik heeft gezeten en je gedwongen was je hieraan aan te passen, is het niet raar dat je op latere leeftijd tegen bepaalde dingen aanloopt. Soms zijn er ook niet direct oplossingen, we kunnen niet alles wegmaken. Daarover praten en erkennen wat de ervaringen met iemand hebben gedaan, is ook helend. PTSS is gelukkig goed te behandelen. Maar beyond PTSS ligt nog een hele berg aan vragen. Als behandelaar kun je bijvoorbeeld samen met je patiënt door het boek bladeren en nagaan: over welke vraag wil je van gedachten wisselen?
Welke vragen vanuit slachtoffers komen veel terug?
Vaak gaat het over eenzaamheid. Veel mensen hebben het gevoel dat ze in het dagelijks leven goed meekomen, maar toch alles van een afstand bekijken. Veel mensen zitten met de vraag: waarom is het bij mij gebeurd? Hoe kan ik het mezelf vergeven? Komt het ooit goed? Het gaat over de relatie met jezelf en de relatie met anderen. Ik zeg niet dat in het boek pasklare antwoorden staan. In de GGZ suggereren we soms ten onrechte, vind ik, dat iemand na een behandeling weer direct verder kan met prettig leven. Dat is niet onwaar. Maar het kan best zijn dat iemand vijf jaar later een terugval heeft. Wanneer ze zelf ouders worden kunnen die herinneringen aan het misbruik bijvoorbeeld weer een andere betekenis krijgen. Dan kan iemand het toch weer moeilijk krijgen. Zelfs na het afronden van een succesvolle behandeling. Ik ben voorstander van een levensloopvisie. Dat vind ik eerlijker dan de indruk wekken dat het na één behandeling klaar is. In sommige levensfasen vindt iemand betere manieren om ermee om te gaan dan in andere levensfasen. Het is een beetje zoeken. Maar samen zoeken is beter dan in je eentje.
Referenties
[1] Bicanic, I., & Terra, A. (2023). Ik schaam me kapot. EMDR Magazine, 32, 26–28. https://storyconnect.nl/wp-content/uploads/2023/09/Ik_schaam_mij_kapot__1694172661.pdf
[2] https://centrumseksueelgeweld.nl/wp-content/uploads/2024/08/Vragen-van-professionals-aan-CSG-2023.pdf

Dr. Iva Bicanic is klinisch psycholoog, onderzoeker en hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum UMC Utrecht en directeur-bestuurder van het Centrum Seksueel Geweld. Ze schreef verschillende boeken, waaronder het boek ‘Dicht bij huis’ voor ouders van kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt. Ook schreef ze samen met Miranda Freriks en Esther Verhees een boek voor slachtoffers van seksueel misbruik: ‘Ik vraag dit voor een vriend(in), 123 vragen over seksueel misbruik’.

Meer weten over hoe je seksueel misbruik bespreekbaar maakt in de behandelkamer? Kom dan naar de lezing van Iva Bicanic op het VGCt-najaarscongres Breaking the silence van 6 tot 8 november 2024 in Veldhoven. Kijk hier voor meer informatie.