Wie de opleiding tot cgt’er volgt, bewijst zijn of haar bekwaamheid onder meer met een N=1. In deze rubriek blikt een cgt’er terug op de eigen bekwaamheidsproef. In de rubriek N=1 blikt deze keer een cgw’er terug op de eigen bekwaamheidsproef. Ciska maakte dit verslag als onderdeel van de pilot waarin het praktijkverslag werd ontwikkeld en getest – een van de nieuwe onderdelen van de CGW-opleiding die vanaf september 2025 van start gaat.
Ciska Veijer
Functie:
Maatschappelijk werker
Werk:
Ciska werkt als maatschappelijk werker bij Trajectum LVB, waar zij cliënten met een licht verstandelijke beperking behandelt. Na eerdere opleidingen in maatschappelijk werk en intensieve gezinsbegeleiding, rondde zij in mei 2024 haar CGW-opleiding af.
Sarah*, een 32-jarige vrouw die laagbegaafd is, worstelt met toenemende somberheid en passiviteit. Ze brengt haar dagen vooral binnenshuis door, slaapt veel en heeft weinig energie of motivatie om activiteiten te ondernemen. Piekergedachten over mislukkingen uit het verleden en een diepe angst om te falen weerhouden haar ervan om in actie te komen. Haar hulpvraag is duidelijk: ze wil zich minder somber voelen, meer grip krijgen op haar emoties en haar dagelijkse leven actiever vormgeven.
Angst voor falen
Sarah’s klachten hangen nauw samen met haar levensgeschiedenis. Op school maakte ze faalervaringen mee en had ze het gevoel dat ze niet serieus werd genomen. Toen ze van het praktijkonderwijs overstapte naar een beveiligingsopleiding moest ze tijdens de examens met haar ouders op vakantie, waardoor ze haar opleiding niet kon afmaken. Dit versterkte haar overtuiging dat ze niets kan en dat alles wat ze probeert, toch zal mislukken. Dit roept bij haar gevoelens van somberheid op. Om de pijn van falen te vermijden, trekt ze zich steeds verder terug en onderneemt ze zo min mogelijk.
CGT als middel tegen vermijding
Een belangrijk doel in de behandeling is het herstellen van een gezond dag- en nachtritme. Door langdurige somberheid en gebrek aan perspectief raakt Sarah haar ritme kwijt. Ze slaapt overdag, komt moeilijk haar bed uit en mist regelmatig afspraken. Voor het behandelen van de klachten wordt gekozen voor een multidisciplinaire aanpak. Sarah volgt schematherapie bij een collega psychotherapeut en cognitieve gedragstherapie bij Ciska. Om negatieve denkpatronen te doorbreken maakt Ciska gebruik van registratieopdrachten, G-schema’s en exposure-oefeningen. Hierdoor wordt Sarah geactiveerd tot het oefenen met alternatief gedrag en het verminderen van vermijding.
Stap voor stap actiever
Een andere focus in de behandeling is het stapsgewijs vergroten van haar activiteitenniveau. Sarah wordt uitgedaagd om kleine, haalbare doelen te stellen, zoals dagelijks een korte wandeling maken met haar hond of contact onderhouden met een vriendin. Door positieve ervaringen op te doen, leert ze dat ze wél tot actie kan komen en dat haar faalangst niet altijd gegrond is.
Inzicht en structuur
Een belangrijk thema binnen de behandeling is het doorbreken van de vicieuze cirkel tussen negatieve gedachten, somberheid en passiviteit. Zo helpt het invullen van G-schema’s Sarah om te zien hoe gedachten zoals ‘het lukt me toch niet’ haar gedrag beïnvloeden en leiden tot inactiviteit of emotie-eten. Ook blijkt het lastig om afspraken na te komen door een verstoord dag- en nachtritme. Toch lukt het met begeleiding om hierin verbetering aan te brengen: Sarah komt vaker op tijd en weet beter wat nodig is om structuur te behouden.
Vooruitgang en nieuwe keuzes
Na anderhalf jaar behandeling is er vooruitgang zichtbaar. Sarah heeft meer inzicht gekregen in haar denkpatronen en hoe die haar gedrag beïnvloeden. Ze is actiever geworden en heeft meer sociale interactie. Daarnaast heeft ze een grote stap gezet door met medicatie te starten, iets waar ze lange tijd weerstand tegen had. Hoewel de behandeling nog loopt, is dit een belangrijke verandering die haar helpt om haar somberheid te verminderen.
Terugblik
Ciska: “Ik kijk positief terug op deze casus. Wat echt goed heeft gewerkt, is dat we veel aandacht hebben besteed aan de therapeutische behandelrelatie. Samen met Sarah heb ik regelmatig geëvalueerd: past dit nog bij je? Sluit het aan bij je hulpvraag? Dat had zij echt nodig. Ze heeft in eerdere behandelingen ervaren dat als iets niet goed bij haar past, ze afhaakt. Door haar hierin de regie te geven, bleef ze meer gemotiveerd en betrokken. Ik heb hiervan geleerd om soms wat meer achterover te leunen en het proces samen met de medebehandelaar te laten verlopen. Bij Sarah werkte het goed om er niet bovenop te zitten, maar het gevoel van regie is voor al mijn cliënten belangrijk. Rustig aan doen, steeds kleine stapjes nemen en geduldig blijven, dat is essentieel. Normaal betrekken we het systeem en de omgeving bij de behandeling, maar in dit geval hebben we dat bewust niet gedaan, omdat Sarah daar niet voor openstond. Haar ouders spreken de Nederlandse taal niet goed, en zij was bang dat het betrekken van haar familie haar eerder zou tegenwerken dan helpen. We respecteren haar keuze en focussen eerst op haar eigen ontwikkeling. Deze casus heeft me laten zien hoe belangrijk het is om maatwerk te bieden. Door een behandeling af te stemmen op de persoon en samen te werken aan haalbare doelen, kun je ook bij mensen die laagbegaafd zijn belangrijke stappen zetten. Het vraagt tijd en geduld, maar elke kleine vooruitgang is een overwinning.”
*Gefingeerde naam.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 18.
