Wie de opleiding tot cgt’er volgt, bewijst zijn of haar bekwaamheid onder meer met een N=1. In deze rubriek blikt een cgt’er terug op de eigen bekwaamheidsproef.
Stephanie Blommers
Functie:
Orthopedagoog-generalist
Werk:
Stephanie is ambulant regiebehandelaar bij het behandelteam van Leger des Heils Midden-Nederland. Zij wordt door collega’s aangehaakt in situaties die haar expertise vereisen
Angela* (18) woont op de residentiële groep van Leger des Heils Midden-Nederland. Haar gedragswetenschapper meldt Angela aan bij Stephanie, omdat ze angstig en prikkelbaar gedrag vertoont. De afgelopen vijf weken zijn deze klachten verergerd.
Van India naar leefgroep
Op de groep waar Angela verblijft, wonen kinderen en jongeren met een complexe hulpvraag onder begeleiding van een mentor. Angela zelf kwam op een leeftijd van twintig maanden naar Nederland. Ze is in India geboren, waar ze na haar geboorte langdurig in het ziekenhuis terechtkwam, gevolgd door een weeshuis waar ze emotioneel werd verwaarloosd. In haar adoptiegezin in Nederland ging het niet veel beter, wat ertoe leidde dat ze op achtjarige leeftijd op een kinderleefgroep van het Leger des Heils terechtkwam. Inmiddels woont ze op de leefgroep voor jongeren.
Klampgedrag
In gesprek met Stephanie geeft Angela aan dat de klachten zijn ontstaan en verergerd nadat een persoonlijk begeleider tegen haar had gezegd dat ze vanwege haar leeftijd binnenkort zou moeten verhuizen naar een zelfstandig begeleide woning. Ze is bang om verlaten te worden door haar mentor. Ze laat vermijdingsgedrag zien. Zo gaat ze niet naar school en spreekt ze niet af met vriendinnen, uit angst om afgewezen te worden. Angela laat ook klampgedrag zien. Zo probeert ze er alles aan te doen om de relatie met haar mentor goed te houden. Ze blijft constant in haar buurt en wijkt nauwelijks van haar zijde, in de hoop dat ze op de groep mag blijven en niet verlaten wordt.
Behandeldoelen
Angela wil zich minder angstig voelen. Daarop worden twee behandeldoelen vastgesteld. Als eerste: binnen tien weken zullen Angela’s angstklachten verminderen die optreden bij separatie van haar mentor, gemeten met de SCARED. Het tweede behandeldoel is dat Angela zich na de behandeling vijftig procent minder beperkt voelt door haar kerncognitie ‘ik ben niet goed genoeg’. Dit wordt gemeten aan de hand van de Likert-schaal, waarbij Angela met een cijfer van nul tot tien aangeeft in hoeverre die gedachte aanwezig is. Daarnaast is het doel dat Angela tachtig procent van alle lessen op school volgt en dat ze twee keer per week afspreekt met vriendinnen. Stephanie stelt vast dat Angela separatieangst heeft. Daar zijn nog geen richtlijnen voor en precies dat is de reden dat Stephanie deze casus kiest voor haar N=1-verslag. “In zo’n verslag ga je alle cognitieve details uitkristalliseren en daar neem je de tijd voor. Dat zag ik als een kans voor Angela, juist omdat haar hulpvraag complex is.”
Stagnatie
Omdat angst en vermijding een grote rol spelen, zet Stephanie eerst in op exposure. Te beginnen met een relatief makkelijke opdracht: een afspraak maken met een vriendin in een voor Angela vertrouwde omgeving. Angela ervaart aanzienlijke angst voor afwijzing. Dankzij ademhalingsoefeningen en de aangeleerde probleemoplossingsvaardigheden durft ze het aan. De eerste exposure-ervaring is positief, wat haar angst voor afwijzing verlaagt. Ook volgende exposuresessies gaan goed, totdat ze toe is aan de meest spannende situaties, zoals het volledig alleen naar school gaan zonder steun van haar mentor. Deze situaties durft ze niet aan te gaan, wat leidt tot stagnatie in haar vooruitgang.
Aangepaste strategie
Stephanie besluit om de EMDR-intrusieroute in te zetten als aanvullende therapie. Ze heeft de indruk dat de lading van herinneringen van eerdere uithuisplaatsingen en verhuizingen veel angst oproept. Tijdens de eerste EMDR-sessie raakt Angela emotioneel overweldigd. Door haar negatieve cognities ‘ik kan dit niet’ en ‘het is te veel’ te herformuleren tot ‘ik kan het aan’, wordt haar vertrouwen vergroot en is Angela in de volgende sessie beter in staat om haar gedachten te ordenen. Na de derde sessie zijn de meest belastende herinneringen van Angela teruggebracht naar een SUD (Subjective Units of Distress, ofwel: Subjectieve eenheden van onbehagen) van nul. Ook ervaart Angela minder nachtmerries en lichamelijke klachten. Ze geeft aan dat ze vaker deelneemt aan lessen op school, zich beter kan concentreren in de klas en ook vaker afspreekt met vriendinnen. Tot slot wordt COMET ingezet om de negatieve overtuigingen over zichzelf en piekergedachten aan te pakken. ZELFSTANDIG Hoewel dit niet is terug te lezen in Stephanies N=1, is het mooi om te noemen dat niet alleen Angela’s behandeldoelen ruimschoots zijn behaald, maar dat ze inmiddels ook is verhuisd naar een zelfstandig begeleide woning. Zonder haar mentor. Stephanie: “Ik heb haar nog een keer gesproken. Ze weet dat ze bij me terechtkan als het nodig is, maar ik heb haar ook het vertrouwen gegeven dat ze het hartstikke goed doet en dat ze mijn hulp niet nodig heeft.”
Terugblik
Stephanie: “Achteraf gezien had ik eerder met EMDR moeten beginnen. Pas toen we daarmee aan de slag gingen, zag ik échte verbetering bij Angela. Ook had ik – gezien haar hechtingsproblematiek – in de beginfase meer tijd moeten nemen om de vertrouwensband rustig op te bouwen. Daarover heb ik het veel met mijn supervisor gehad, zij benadrukte keer op keer het belang van de therapeutische relatie. We sparden over wat ik kon doen om Angela te stimuleren om zelfstandiger te worden en hoe ik kon voorkomen dat ik zou meegaan in haar neiging tot pleasen. In de toekomst zou ik de therapie anders structureren door meer nadruk te leggen op het opbouwen van zelfredzaamheid vanaf het begin.”
*Gefingeerde naam.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 18.
