Sandra* is 40, heeft een jong gezin en de chronische darmziekte colitis ulcerosa (CU). Het is een ingrijpende aandoening met veel gevolgen voor haar dagelijks leven. Naast dat de lichamelijke belasting groot is, heeft Sandra het ook mentaal zwaar: ze heeft moeite haar ziekte te accepteren en kan er niet goed mee omgaan.
Op het moment dat Sandra wordt doorverwezen naar Mariëlle heeft de ziekte zich net geopenbaard. Er wordt druk gezocht naar een goede behandeling en medicatie. “Toen ik haar voor het eerst zag, was ze heel gespannen en emotioneel”, weet Mariëlle nog. “Ze was behoorlijk ziek en kon daar moeilijk mee omgaan. Eigenlijk was ze volop in de rouw om het verlies van haar gezondheid. CU gaat gepaard met veel klachten: van buikpijn en vaak naar het toilet moeten, tot vermoeidheid en onzekerheid over je toekomst. Dat heeft een grote impact op je leven.”
Schuldgevoel
Omdat Sandra haar ziekte niet goed kan accepteren, gaat ze vaak over haar grenzen heen. “Ze kon ook moeilijk voor zichzelf opkomen. Ondanks de vermoeidheid of buikpijn ging ze tóch naar die verjaardag en belde ze haar werk niet af. Deed ze dat wel, dan was er weer dat schuldgevoel waardoor ze zich nog slechter ging voelen.”
Mariëlle start een individuele behandeling met cognitieve gedragstherapie. “Werken volgens een standaard behandelprotocol lukt meestal niet, dus vanuit een probleemanalyse met FABA’s stellen we de behandelinterventies op. Aanvullend volgde Sandra thuis een e-healthprogramma over acceptatie. Je ziekte accepteren is heel belangrijk en daar helpt deze module bij. Het gaat er vooral om dat je moeilijke dingen, zoals negatieve gedachten en gevoelens, er laat zijn. Dan ís de ziekte er gewoon en valt het niet meer te ontkennen. Daardoor wordt het schuldgevoel ook minder als je iemand afbelt.”
Een van de eerste stappen in de behandeling is aandacht voor de balans tussen belasting en belastbaarheid. “We zijn aan de slag gegaan met het herkennen en erkennen van grenzen. Dat vraagt om een andere manier van denken. Je bent ziek en moet vooral op jezelf letten, maar je hebt bepaalde opvattingen in je hoofd waar je soms moeilijk van loskomt, bijvoorbeeld dat je op bed hoort te liggen als je jezelf ziekmeldt. Met cognitieve uitdaagtechnieken probeer je de blik te verruimen en andere opties te verkennen. Het was mooi om te zien dat daar wat beweging in kwam.”

Rollenspel
Doordat in de hardnekkige opvattingen langzaam meer ruimte ontstaat, schakelt Mariëlle over naar meer gedragsmatige interventies. “We zijn gaan oefenen met voor jezelf opkomen. We begonnen met rollenspellen in de sessie en het aanreiken van assertieve vaardigheden. Heel concreet oefenden we het afzeggen van een verjaardag. Dat was leerzaam en interessant. Sandra durfde steeds meer haar eigen behoeftes en voorkeuren uit te spreken.”
Het moeilijk kunnen accepteren van het ziek zijn, raakt bij Sandra ook een dieperliggend probleem: het gevoel dat ze tekortschiet. “We zijn gaan verkennen wat eraan ten grondslag ligt, want vaak zijn er gebeurtenissen rondom de ziekte, of soms dingen uit een verder verleden die hiermee te maken hebben. En dat bleek het geval. Door imaginatie zijn we teruggegaan naar de momenten die haar het gevoel gaven dat ze tekortschoot en niet goed genoeg was. Met rescripting herschrijf je die gebeurtenis. Dan komt iemand alsnog tegemoet in zijn behoeftes, waar destijds niet aan tegemoet is gekomen. Dat geeft een nieuwe ervaring: dat je er wél toe doet. Heel waardevol.”
Self-disclosure
Wat het tekortschieten betreft: dat zorgt voor nog een ander bijzonder en leerzaam moment tussen Mariëlle en Sandra. “Ze vertelde dat ze het heel moeilijk vindt dat ze in de ziektewet zit, maar wel zelf haar boodschappen doet. Dat zat heel diep. Ondanks het uitdagen met gedachten- en gedragsexperimenten bleef dit in de weg zitten, gepaard met veel schuldgevoelens. Ik koos ervoor om ‘self-disclosure’ toe te passen. Dat doe je niet standaard als therapeut, maar zet je enkel in op het moment dat het je zinvol lijkt, ten bate van de patiënt. Dus je zegt eigenlijk: ‘Ik weet hoe het voelt, want ik heb het ook meegemaakt’. Het had echter een onverwachte uitwerking: Sandra voelde zich nu ook richting mij tekortschieten. Ze twijfelde of ze mij niet gekwetst had door haar opvattingen hierover. Zo diep zat dat gevoel van tekortschieten. De interventie had dus misschien niet het gewenste effect, maar het was wel leerzaam voor mij als therapeut. En we konden ermee verder in de sessie.”
Inzichten
Het hele traject heeft Mariëlle veel inzichten opgeleverd. “Ik heb geleerd geduld te hebben. Het is helemaal oké dat je je niet goed voelt en het allemaal even niet loopt zoals je wil in het leven. Normaal gesproken zijn dit soort trajecten in de medische psychologie kortdurend, maar soms loopt dat anders – vooral als iemands probleem heel gelaagd en dynamisch is.” Sandra is zich inmiddels meer bewust van haar eigen dynamiek en leert haar valkuilen steeds beter kennen. “Als ik terugdenk aan de behandeling, vind ik het vooral heel mooi dat ik steeds meer van haar te zien kreeg, naarmate ze meer durfde. Dat vind ik zo ontzettend stoer van haar. Door zulke momenten blijf ik passie voelen voor mijn vak.”
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 8.
