Proefschrift: Screening op psychoserisico bij jongeren

van Yvonne de Jong

door VGCt
3 minuten leestijd

Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer Yvonne de Jong, klinisch psycholoog bij TOPGGz, over haar proefschrift: Screening for Psychosis Risk in Adolescence.

Welk probleem staat centraal?

Psychose ontwikkelt zich vaak geleidelijk. Vroegtijdige herkenning bij adolescenten is essentieel omdat de eerste psychotische symptomen al zichtbaar kunnen zijn in de adolescentie. Psychotische symptomen kunnen in de adolescentie echter ook van voorbijgaande aard zijn. Bestaande screeningsmethoden zijn vooral ontwikkeld voor volwassenen. Daardoor kan psychose onterecht gedetecteerd worden bij adolescenten.

Waar spitste je onderzoek zich op toe?

We onderzochten of de screeningsinstrumenten die gebruikt worden bij volwassenen voor de vroegdetectie van psychose ook geschikt zijn voor hulpzoekende adolescenten van 12 t/m 17 jaar. Het gaat om de prodromal questionnaire-16 items version (PQ-16) en the comprehensive assessment of at risk mental states (CAARMS). Daarnaast onderzochten we of de youth self report (YSR) en de child behavior checklist (CBCL) de vroegdetectie konden verbeteren. Ook onderzochten we het beloop van het risico op psychose over één jaar.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?

  1. De PQ-16 is betrouwbaar en bruikbaar als eerste stap in het screenen op psychose onder adolescenten in de sGGZ.
  2. Bij een PQ-16 score van ≥7 heeft circa 50% van de jongeren een verhoogd psychoserisico of voldoet aan de CAARMS-psychosedrempel.
  3. De subschaal ‘Denkproblemen’ van de YSR en de CBCL kan ingezet worden voor de vroegdetectie van psychose bij adolescenten.
  4. Hoewel adolescenten meer dingen horen en zien die anderen níet horen en zien, scoren zij niet hoger dan volwassenen op de PQ-16.
  5. Adolescenten en volwassenen met stemmingsstoornissen, PTSS en borderline persoonlijkheidskenmerken scoren hoger op de PQ-16 dan adolescenten en volwassenen met andere problematiek (psychose uitgesloten).
  6. Ongeveer 10% van de adolescenten met een verhoogd risico op psychose ontwikkelt binnen een jaar een psychose: de helft herstelt spontaan.

Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?

De follow-up duurde één jaar. We weten echter uit onderzoek dat 25% van de jongeren na drie jaar psychotisch kan worden en dat dit percentage nog kan stijgen in de jaren daarna. We konden dit voor onze sample niet vaststellen. Langere follow-up is nodig om het beloop op de langere termijn vast te stellen voor deze jonge doelgroep.

Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?

Ik wil onderzoeken welke interventies effectief zijn om bijzondere ervaringen bij jongeren te behandelen. Huidig onderzoek focust vooral op het voorspellen van psychose, terwijl veel jongeren last hebben van bijzondere ervaringen, ook zonder psychotisch te worden. Er is weinig bekend over effectieve interventies bij jongeren, terwijl bijzondere ervaringen de behandeling kunnen verlengen, klachten verergeren en leiden tot schooluitval en sociale problemen. Dit onderzoek zou een wetenschappelijk lacune vullen en veel jongeren kunnen helpen.

Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?

Bijzondere ervaringen komen vaak voor bij jongeren. Praat erover. Gebruik het screenende gesprek als vroege interventie om te voorkomen dat deze ervaringen zich ontwikkelen richting een psychose.

Titel proefschrift:
Screening for Psychosis Risk in Adolescence

Promovendus:
Yvonne de Jong

Universiteit:
Erasmus Universiteit Rotterdam

Promotiedatum:
11 september 2025

Proefschrift:
Download

Yvonne de Jong

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode