Arjan Videler rolde als jonge psycholoog bij toeval de ouderenpsychiatrie in, maar raakte direct gefascineerd door de levensverhalen van zijn cliënten. Sindsdien zet hij zich als psychotherapeut en onderzoeker in om ouderendiscriminatie en therapeutisch pessimisme te doorbreken. Op 28 maart 2025 sprak hij zijn inaugurele rede uit als bijzonder hoogleraar, getiteld: ‘Psychotherapie bij ouderen: hadden we het maar eerder gedaan’.
De laatste keer dat ik je zag, had je een zonneklep op…
“Dat was op het VGCt-najaarscongres 2024! We zochten met onze nieuwe VGCt-sectie Ouderen naar een ludieke manier om te laten weten dat we er zijn. Tegelijkertijd wilden we aandacht vestigen op ageism: het negatieve stereotype beeld dat veel mensen van ouderen hebben en de discriminatie die daarmee gepaard gaat. Gedurende het congres liepen alle bestuursleden met een zonneklep op. Dat was een knipoog naar het beperkte beeld dat we van ouderen hebben. Ook tijdens mijn klinische masterclass samen met Gert-Jan Hendriks ging die klep niet af. Daarnaast deelden we tubes crème uit: niet de reguliere variant tegen veroudering – want waarom zou je niet ouder willen worden? – maar natuurlijk juist een zogenaamde anti-ageism variant. Het leverde hele leuke gesprekken op over hoe we aankijken tegen ouderen, in de maatschappij en in de ggz.”
Bestaat ‘de’ oudere überhaupt?
“Nee, ‘de’ oudere bestaat alleen in ons hoofd en dan meestal als een schrikbeeld. ‘De’ oudere zien we als zielig, zorgafhankelijk en incompetent. Niet op een bewust niveau, hoor. Het gaat om kernopvattingen die velen van ons al op jonge leeftijd hebben geïnternaliseerd, net als schema’s. Je kent vast de ‘Oké, Boomer’ grapjes die nu worden gemaakt. Best grappig, maar jongeren krijgen daardoor wel onbedoeld een negatief beeld mee van ouderen als achterhaald en conservatief. Zulke kernopvattingen worden getriggerd als je een ouder iemand tegenkomt of zelf oud wordt. Het interessante is dat met de leeftijd verschillen tussen mensen juist enorm toenemen. Er zijn mensen van vijftig die echt in kwetsbare gezondheid zijn en mensen van tachtig die midden in het leven staan. Discussies over bij welke leeftijd je oud bent vind ik daarom een beetje onzinnig. Die leeftijdsgrenzen zijn arbitrair en tóch richten we ons zorgsysteem erop in. We zouden niet naar leeftijd moeten kijken, maar naar kwetsbaarheid.”
Jij werkte als jonge psycholoog al in de ouderenpsychiatrie. Wat trok je daarin aan?
“Tijdens mijn studie liep ik inderdaad al stage bij de afdeling Ouderen van de RIAGG in Breda, een voorloper van de ggz-instelling waar ik nog steeds werk. Ik moet eerlijk bekennen dat die keuze toen puur pragmatisch was. In de jaren negentig was er weinig werk voor psychologen, behalve in de ouderenhoek. Daarom ging ik er vakken over gerontologie bij doen. Die combinatie van biologische veroudering en psychologische processen vond ik fascinerend. Ook werd ik gegrepen door de indrukwekkende levensverhalen die achter mijn cliënten schuil bleken te gaan.”
Is er een cliënt die je in het bijzonder is bijgebleven?
“Er schiet me meteen een oudere meneer uit mijn begintijd te binnen. Hij bleek als jonge man tijdens de Tweede Wereldoorlog een concentratiekamp te hebben overleefd. Die man sprak met zo’n verbittering. Hij had de mensheid op zijn slechtst gezien, zei hij. Ik was onder de indruk van zijn veerkracht. Hij had in zijn leven toch behoorlijk goed gefunctioneerd: hij had een baan en een gezin. Achteraf bezien had hij natuurlijk een complexe PTSS, maar aan traumabehandeling deden we toen niet. We hielden het bij pratend de balans van zijn leven opmaken. Met de kennis van nu had ik dat heel anders aangepakt en een traumabehandeling voorgesteld. Dat had hij prima aangekund.”
Was er in die tijd geen aandacht voor psychotherapie bij ouderen?
“Echt amper. In de jaren negentig werden mensen alleen naar de RIAGG verwezen bij enorm lijden of als er sprake was van overlast voor de omgeving. De ouderenpsychiatrie was voornamelijk gericht op dementie en ernstige psychiatrische toestandsbeelden zoals psychosen. Voor jongere volwassenen bestonden er al wel psychologische behandelingen voor bijvoorbeeld angst, PTSS en persoonlijkheidsstoornissen. Toen ik dat bij ouderen wilde gaan doen, werd ik voor gek verklaard. De opleiding tot psychotherapeut mocht ik eerst zelfs niet doen vanuit mijn eigen afdeling ouderen, omdat daar niet genoeg zinvol werk zou zijn. Dat terwijl er ook toen al cliënten tussen zaten die prima met kortdurende psychotherapie behandeld konden worden. Er is veel veranderd sinds die tijd – zo komen mensen met dementie nu niet meer in de ggz maar in de verpleeghuiswereld terecht – maar ook weer niet: oudere mensen met psychische problemen worden nog steeds minder vaak naar de ggz verwezen en krijgen nog altijd minder vaak psychotherapie.”
Er is dus nog steeds sprake van ageism in de ggz?
“Helaas wel, zowel aan de kant van de behandelaar als aan de kant van de cliënt. Als je ouderen onbewust ziet als kwetsbaar en minder veranderbaar, dan ga je ze als therapeut minder intensief behandelen dan nodig is. Dan zwak je bijvoorbeeld exposuretherapie af, omdat je bang bent dat je cliënt zal omvallen. Of misschien ga je het behandelen van ouderen zelfs het liefst helemaal uit de weg, omdat ze je confronteren met je eigen angsten rondom verlies en de dood. Mensen gaan ook zichzelf stereotyperen als ze ouder worden. Ze denken: o, nu kan ik minder of: veranderen kan ik toch niet meer, omdat zij vroeger ook dat soort opvattingen hebben meegekregen. Daardoor laten ze zich minder snel verwijzen naar de ggz én hebben ze lagere verwachtingen van een behandeling. Ouderen staan dus met 2-0 achter. We moeten echt stoppen met dat therapeutisch pessimisme. Psychotherapie bij ouderen heeft wél zin! Dat zie ik al jaren in de praktijk.”
Geeft wetenschappelijk onderzoek ook reden tot therapeutisch optimisme?
“De ironie wil dat psychotherapie bij ouderen een jong vakgebied is. Zo’n 25 jaar geleden begon onderzoek bij depressie. Inmiddels zijn er zo’n tachtig RCT-studies gedaan, vooral naar CGT en naar life review therapie. Daaruit blijkt dat psychotherapie bij ouderen net zo effectief is als bij ‘jongere’ volwassenen. Dus voor depressie is een volmondig ‘ja’ op zijn plaats! Gaandeweg is er ook meer onderzoek gedaan naar angst, PTSS en persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen. Nog niet zoveel als bij ‘jongere’ volwassenen, maar ook die resultaten zijn bemoedigend. Dat zie je ook terug in onze factsheet ‘CGT bij Ouderen’. Daarin zetten we alle evidentie op een rij en geven we aandachtspunten mee voor het toepassen van CGT bij ouderen.”
Moet je de cgt-behandeling bij ouderen aanpassen?
“Je hoeft de behandeling niet enorm aan te passen aan de leeftijdsgroep, maar natuurlijk – zoals bij iedere behandeling – wel aan het individu. Daarnaast moet je meenemen dat er bij ouderen andere thema’s kunnen spelen, zoals verlies en rolverandering. Ook hebben ouderen vaak veel levenservaring en wijsheid. Die kun je op een positieve manier inzetten om meer veerkracht te ontwikkelen, bijvoorbeeld met de wisdom enhancement tijdlijntechniek. Dat lijkt een beetje op life review therapie, omdat je ook in de herinneringen aan positieve en negatieve gebeurtenissen duikt. Je moedigt cliënten aan om na te denken over eerdere uitdagingen en hoe ze door moeilijke situaties zijn gegroeid. Daarmee spreek je hun krachten aan. Ook in schematherapie onderzoeken we trouwens sinds kort wat de meerwaarde is van positieve schema’s. Dat sluit ook mooi aan bij de wijsheid die ouderen hebben opgedaan.”
Jouw leerstoel richt zich ook op drie ondergeschoven kindjes. Wat speelt hier bij het ouder worden?
“Ik richt me inderdaad op persoonlijkheidsstoornissen, autisme en ADHD, waar in wetenschappelijk opzicht te weinig aandacht voor is. In de klinische praktijk zie je bij deze problematieken dat mensen op latere leeftijd opnieuw of ernstiger in de problemen komen. Dat heeft te maken met grote levensveranderingen zoals pensionering. De diep ingesleten patronen van mensen met een persoonlijkheidsstoornis werken dan ineens niet meer. Ook gaan met de leeftijd je executieve functies achteruit en dat raakt mensen met autisme en ADHD harder. Problemen met plannen en prikkelverwerking nemen toe. Het wordt steeds moeilijker om om te gaan met de toegenomen onvoorspelbaarheid van het leven.
Deze diagnoses worden op latere leeftijd vaak gemist, maar er valt juist voor deze doelgroepen veel te winnen. We boeken bij persoonlijkheidsstoornissen bijvoorbeeld goede resultaten met schematherapie. Tenminste, als we de ouderen net zo intensief behandelen als jongere volwassenen. Dat resultaat was ook voor mij weer een les in niet terugdeinzen, maar doen. Bij autisme en ADHD is het nog meer zoeken, maar ik denk dat psycho-educatie, het snappen dat je brein anders is en altijd anders heeft gewerkt, een helpende eerste stap is.”
Trekt de ouderenpsychiatrie jonge zorgprofessionals aan?
“Het is helaas niet zo’n populair vakgebied. Mensen denken dat het werken met ouderen saai is en dat je met hen minder kunt bereiken. Maar als je ergens iets kan teweegbrengen, dan is dat in de ouderenpsychiatrie. Van klinisch psychologen die tijdens hun opleiding ook in de ouderenhoek terechtkomen hoor ik vaak terug dat het veel leuker was dan ze van tevoren dachten. Er is veel dynamiek, je hebt met hele families te maken en prachtige levensverhalen. Er speelt vaak zoveel door elkaar dat je niet meer vanuit hokjes kan denken. Je gaat meer functioneel kijken: waar kunnen we iets aan doen om de kwaliteit van leven te verbeteren?”
Waar hoop je dat zorgprofessionals op Nationale Ouderendag extra bij stil staan?
“Ik zou ze willen vragen om op 3 oktober ook eens terug te denken aan hun oudere cliënten door de jaren heen. Welke mensen zijn je bijgebleven? En heb je ze altijd behandeld zoals je ook bij een 35-jarige zou hebben gedaan?”

Over Arjan Videler
Arjan Videler is psychotherapeut en bijzonder hoogleraar Psychotherapie bij Ouderen aan Tilburg University (Tranzo). Hij is sinds 1992 werkzaam bij GGz Breburg, waar hij momenteel hoofd behandelzaken is bij PersonaCura, het topklinisch centrum voor persoonlijkheids- en ontwikkelingsstoornissen bij senioren. Ook is hij docent, bestuurslid van de VGCt-sectie Ouderen, en auteur van meerdere publicaties, waaronder de boeken Met de jaren: waarom het wel zin heeft om ouderen met psychische problemen te behandelen en Schematherapie bij ouderen met persoonlijkheidsproblematiek.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 36.
