Wie de opleiding tot cgt’er volgt, bewijst zijn of haar bekwaamheid onder meer met een N=1. In deze rubriek blikt een cgt’er terug op de eigen bekwaamheidsproef.
Charlotte van Wisselingh
Functie:
Gz-psycholoog
Werk:
Charlotte is studentenpsycholoog aan de Hogeschool Utrecht en biedt kortdurende behandelingen aan studenten met psychische klachten die hun studie beïnvloeden. Normaal gesproken worden studenten die een langer traject nodig hebben verwezen naar de ggz, maar voor deze N=1-casus is een uitzondering gemaakt en heeft Charlotte de behandeling zelf uitgevoerd.
Anne* heeft het gevoel dat ze te weinig heeft meegemaakt voor een 21-jarige en dat ze minder verantwoordelijk en serieus is dan een gemiddeld persoon van haar leeftijd. Het voelt alsof ze faalt. Haar overtuigingen zorgen voor depressieve klachten en een negatief zelfbeeld. Door haar studentendecaan wordt ze verwezen naar een studentenpsycholoog van haar hogeschool: Charlotte van Wisselingh. Tijdens de intake krijgt Charlotte het vermoeden dat er sprake is van een depressieve stoornis.
Depressieve gevoelens
Anne ervaart somberheid, een laag energieniveau, minder plezier, slaapproblemen en gevoelens van schaamte en schuld. Ze gaat naar school, maar stelt uit en kampt met studievertraging. Ze is bang voor afwijzing en vertoont vermijdings- en veiligheidsgedrag in sociaal contact, wat terug te voeren lijkt naar pestervaringen uit het verleden. Aan de hand van het MINI-S-DSM-5 wordt een depressieve stoornis vastgesteld. ‘Ik ben zwak’ is een uitspraak die Anne regelmatig doet. Charlotte merkt op dat deze negatieve gedachten over zichzelf passen bij een negatief zelfbeeld, een transdiagnostisch probleem dat vaker wordt gezien bij verschillende stoornissen.
Focus op behandeling depressie
Charlotte neemt de depressieve stoornis en het negatief zelfbeeld als aangrijpingspunten van de behandeling. De depressieve klachten vormen de reden dat Anne hulp zoekt. Dat, samen met de verwachting dat de zelfwaardering toeneemt als de depressieve klachten afnemen, is voor Charlotte de reden om in de behandeling allereerst te focussen op de depressieve stoornis. In samenspraak met Anne kiest ze voor CGT voor depressie zonder antidepressieve medicatie, indien nodig aangevuld met EMDR, wanneer eerdere ingrijpende ervaringen, zoals haar pestverleden, nog een sterke emotionele lading hebben en aantoonbaar samenhangen met haar huidige depressieve klachten. Ze spreken af dat als Anne na de CGT-behandeling voor depressie nog steeds kampt met negatieve gedachten over zichzelf, COMET voor negatief zelfbeeld wordt ingezet.
Investeren in het contact
Tijdens de kennismakings- en taxatiefase neemt Charlotte extra tijd voor de therapeutische relatie. Gezien Annes angst voor afwijzing en vermijdende copingstijl, is naar binnen kijken en praten over lastige onderwerpen nieuw, spannend en confronterend. Door daar ruimte aan te geven, lukt het Anne om in contact te blijven, de therapeutische relatie aan te gaan en vroegtijdig afhaken te voorkomen. Charlotte verneemt in deze fase ook van het alcoholgebruik van Anne. Charlotte: “Op basis van de verkregen informatie lijkt dat geen bron van zorg. Er is geen sprake van een problematisch patroon. Wel wordt alcohol sporadisch excessief ingezet bij negatieve gevoelens. Na een extra sessie die als doel heeft het alcoholgebruik vroegtijdig aan te pakken, zegt Anne toe dat ze haar gebruik zal minderen.”
Minder moeten, meer plezier
Aan het einde van de diagnostische fase nemen de depressieve klachten van Anne toe. Een van de verklaringen die Charlotte heeft, is dat Anne zich door het registreren en rapporteren nog bewuster is geworden van haar klachten en falen. De frequentie van de sessies wordt verhoogd van tweewekelijks naar wekelijks. Op dit punt start ook de gedragsactivatie. Hoewel bij depressie vaak sprake is van terugtrekken, minder doen en minder positieve bekrachtiging, is dit bij Anne maar deels van toepassing. Ze blijft inactief op dagen zonder verplichtingen en onderneemt op andere dagen juist te veel. Door het activiteitenformulier ontdekt Anne dat zowel actief worden als op tijd rust nemen belangrijk zijn. Dit inzicht leidt tot gedragsverandering: er zijn minder ‘moet’-activiteiten en er is meer ruimte voor dingen die écht plezier geven.
Meeste winst
Met cognitieve therapie wordt de meeste winst behaald, zowel voor de depressie als de zelfwaardering. Het invullen van gedachteformulieren helpt Anne om rumineren te doorbreken en rust te ervaren. Samen met meerdimensionaal evalueren en gedragsexperimenten ontstaan er alternatieve, functionele interpretaties, verklaringen en coping. Het verruimt Annes kijk op zichzelf, onder andere door het besef dat ze wel degelijk enige levenservaring heeft opgedaan. In deze fase komt ook op tafel dat het alcoholgebruik, wat aanvankelijk geen bron van zorg leek te zijn, toch problematisch was. Anne geeft openheid dat ze het dagelijks inzette als coping om negatieve gevoelens te dempen en besluit in deze fase van de behandeling dat ze helemaal niet meer wil drinken. Charlotte vraagt zich af of de klachtentoename eerder in de behandeling ook had plaatsgevonden als Anne eerder open was geweest over haar alcoholgebruik. Dan hadden immers gerichtere interventies kunnen worden ingezet (zie ‘Terugblik’).
Meer waardering
EMDR blijkt een belangrijke aanvulling op de behandeling te zijn, gezien de samenhang tussen de eerdere pestervaringen en de depressieve klachten. Door de herinneringen aan pesterijen van hun emotionele lading en bewijskracht te ontdoen, nemen de depressieve klachten verder af en vormt Anne positieve kerncognities. CGT voor depressie en EMDR hebben ook een positief effect op de zelfwaardering van Anne. Het oppakken van haar studie brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, die met momenten haar onzekerheid kunnen triggeren. COMET voor negatief zelfbeeld geeft haar een laatste boost om de waardering voor zichzelf ook meer te gaan voelen.
Terugblik
“Ik ben tevreden met het verloop van de behandeling. Wel vraag ik me af of ik in de diagnostische fase uitgebreider had moeten doorvragen naar het alcoholgebruik en daar concretere afspraken over had kunnen maken met Anne. Mogelijk had dit de klachtentoename na de beginfase van de behandeling kunnen voorkomen. Verder zou ik bij verslechtering farmacotherapie overwegen. Inmiddels is de multidisciplinaire richtlijn Depressie in 2023 herzien. Daaruit blijkt dat de combinatie van farmacotherapie en psychotherapie beter werkt dan beide behandelingen apart en is stelliger in deze aanbeveling. Ik kijk terug op een leerrijk proces, zowel voor mijzelf als voor Anne.”
*Gefingeerde naam.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 18.
