Let’s talk about sex

NJC-keynote spreker Marieke Dewitte over onderzoek in haar sekslab en het bespreken van seksualiteit in de behandelkamer

door Maria Bekendam
7 minuten leestijd

Marieke Dewitte heeft een heldere missie: het bespreekbaar maken van seksualiteit en seksueel plezier – niet alleen binnen een relatie maar ook in de behandelkamer. In haar eigen sekslab in Maastricht University neemt ze de seksuele dynamiek van stellen onder de loep. Kennisredacteur Maria Bekendam wilde er het fijne van weten.

Je houdt je bezig met onderzoek naar de facetten van
seksualiteit in relaties. Rondom seksualiteit bestaan veel mythes. Kun je er eens eentje uitlichten?

Een belangrijke mythe is: ‘vrouwen hebben minder zin in seks dan mannen’. Dat heeft ermee te maken dat we te veel volgens het mannelijke seksuele script vrijen. Heteroseksuele stellen zijn namelijk te veel gericht op penetratie. Voor vrouwen is dat niet het meest opwindende  omdat vrouwen vooral (vaak rechtstreekse) stimulatie van de clitoris fijn vinden en dat bereik je niet als er alleen op vaginale penetratie gefocust wordt. Als seks niet belonend is, dan verlang je er ook niet naar. Als vrouwen de juiste seksuele stimulatie worden geboden, dan hebben ze eigenlijk evenveel zin om te vrijen als mannen. Communiceren met de partner is daarom heel belangrijk. Als iemand ontevreden is over de seks  met de partner dan vraag ik: ‘weet je partner dat?’ Communiceren speelt een sleutelrol in sekstherapie, maar mensen vinden het moeilijk om over seks te praten.

Een andere mythe is: ‘seks moet spontaan zijn’. Seks is helemaal niet spontaan. Verlangen ontstaat niet zomaar. Er moet een trigger zijn. Mensen weten vaak niet waarom ze minder zin hebben om te vrijen. Toch is het best logisch: je zit elke avond op de bank, je kijkt naar een soap en je valt half in slaap. Vervolgens strompel je naar bed. Met andere woorden: zonder seksuele prikkel ga je ook geen zin krijgen. Eigenlijk moet je seks inplannen. We hebben allemaal een druk leven en de meeste andere activiteiten plannen we ook in. Toch wordt verwacht dat seks  spontaan komt opborrelen. Mijn tip is dan ook om een datenight te plannen. Maak even tijd voor elkaar. Vanuit die intimiteit kan seksualiteit ontstaan. Je creëert de gelegenheid voor seks.

Is seks in het begin van een relatie dan niet spontaan? 

Nee, eigenlijk is dat ook niet spontaan. Als je aan het daten bent met iemand weet je: ik zie hem/haar/hun vanavond. Je bent er de hele dag over aan het fantaseren. Je weet dat er een grote kans is dat je seks gaat hebben en je doet bijvoorbeeld een lekker geurtje op. Eigenlijk is dat ook niet spontaan. Je ben in je hoofd aan het plannen, waardoor je seksuele systeem gedurende de dag geprikkeld wordt. Je creëert een context om seks te hebben.

Waarom is het bespreken van seksualiteit in de
behandelkamer zo belangrijk?   

Uit onderzoek weten we dat seks bij veel mensen een grote rol speelt in de kwaliteit van leven. Seksuele problemen kunnen voor veel mentale onrust zorgen maar soms lijkt het alsof de maatschappelijke last beperkt is. Iemand met een erectiestoornis kan bijvoorbeeld nog gewoon werken. Mensen vergeten dat er heel veel mentale en relationele stress ontstaat door seksuele problemen. Ik vraag me af: hoe kun je het als psycholoog of als psychiater niet over seks hebben? Bij patiënten met borderline persoonlijkheidsproblemen bijvoorbeeld, is het vaak all about sex. In sommige gevallen seksualiseren zij het therapeutisch contact. Ook bij depressie is het belangrijk om over seks te praten. Los van het feit dat de depressieve symptomen samenhangen met veranderingen in de seksuele respons, zijn er ook duidelijke bijwerkingen van SSRI’s op seksueel gebied. Toch wordt het nauwelijks besproken in de hulpverlening.

Hoe kun je die drempel verlagen als behandelaar?  

Maak het een standaard onderdeel van je anamnese. Hoe gaat het op seksueel vlak? Hebben de problemen waarvoor je hier komt invloed op jouw seksualiteit? In eerste instantie kan de patiënt daar terughoudend over zijn, maar door die eerste vraag te stellen, weet je patiënt meteen dat dit een thema is dat besproken mag worden. Na een aantal sessies kan de patiënt op het onderwerp terugkomen. Door die vraag tijdens het eerste gesprek te stellen, zorg je er meteen voor dat seksualiteit en seksuele problemen bespreekbaar zijn.

Je doet in Maastricht onderzoek in het sekslab. Waar hou
je je mee bezig?

Onder andere met seksuele opwinding. Die bestaat uit twee componenten: de genitale en de subjectieve opwinding. Het is heel belangrijk om beide te meten. Genitale opwinding is eigenlijk de automatische respons. Het is het resultaat van jouw brein dat iets seksueels oppikt. Dat staat los van verlangen, consent of plezier. Ook belangrijk is het subjectieve component: welke betekenis geef je aan de seksuele ervaring? Als we conclusies willen trekken over seksuele opwinding, dan hebben we informatie over beide componenten nodig.

Wat mij opviel toen ik met het seksonderzoek begon is dat het een nogal individuele focus heeft, terwijl we veelal seks hebben in de context van een relatie. Toch zijn seks en relatie-onderzoek echt twee aparte velden: seksonderzoekers hebben het niet over relaties en relatieonderzoekers hebben het niet over seks. Binnen seksonderzoek kijken individuen veelal naar een pornofilm en dan wordt de mate van seksuele opwinding gemeten. Eigenlijk zegt dat meer over soloseks, terwijl we weten dat seksuele problemen zich vooral afspelen tijdens seks met de partner. Als we die seksuele problemen willen begrijpen, moeten we beide partners samen in het lab bestuderen en kijken wat er gebeurt in het lichaam en op het vlak van beleving wanneer partners elkaar stimuleren, in plaats van naar porno te kijken. In ons lab gaan mensen dus met elkaar aan de slag en meten we ondertussen wat er gebeurt op het vlak van genitale en subjectieve opwinding.

Ook genitale pijn heeft jouw aandacht. Wat zijn de
laatste (onderzoeks)ontwikkelingen?  

We onderzoeken hoe angst voor pijn een impact heeft op de lichamelijke processen. We weten dat genitale pijn vooral veroorzaakt wordt door het feit dat vrouwen hun bekkenbodemspieren aanspannen en niet opgewonden genoeg zijn. Dat heeft te maken met de angst voor pijn. Als je op voorhand gaat catastroferen, dan ga je als vrouw knijpen en de bekkenbodemspier aanspannen. Omdat je pijn verwacht in plaats van een beloning, kun je niet opgewonden raken. Daardoor creëer je pijn, want het wordt moeilijker om te penetreren. Pijngerelateerde angst is dus een cruciale factor voor het chronisch worden van een pijnprobleem. We zijn een instrument aan het ontwikkelen om die bekkenbodemspierspanning en genitale opwinding te meten zodat we vrouwen kunnen leren om de bekkenbodemspier te ontspannen en zo plezier te ervaren in plaats van pijn. Op die manier kunnen we wellicht de angst-pijncirkel doorbreken.

Communicatie zal daar vast ook een belangrijke factor voor zijn, toch?

Zeker. Ook om grenzen aan te geven naar je partner toe. Je ziet dat veel vrouwen over hun grenzen heen gaan en doorgaan met seks ondanks de pijn. Dan leren ze dat op het moment dat het pijn doet, je moet stoppen. Anders blijf je seks en pijn met elkaar associëren. Het is heel belangrijk om bij de opwinding te blijven en alleen positieve ervaringen te creëren.

Onderzoek naar seksualiteit en seksuele opwinding zal wellicht wel eens wat stof doen opwaaien, bijvoorbeeld bij internationale samenwerkingen. Heb je daar een anekdote over?

Ik onderzoek seksualiteit ook in landen waar dat niet zo evident is, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten: zoals in Saoedi-Arabië. In Egypte heb ik ooit  een presentatie over de impact van vrouwenbesnijdenis, ook wel vrouwelijke genitale verminking, op seksualiteit gegeven. 85% van de Egyptische vrouwen zijn besneden. Ik ben toen op voorhand gewaarschuwd: als jij komt spreken, zullen een aantal mensen de zaal verlaten. Dat komt vooral  door het feit dat ik een Westerse, niet-gesluierde vrouw ben die over seks gaat praten. De helft liep inderdaad de zaal uit. Op een bepaald moment zei iemand in de zaal: “Met alle respect, we houden niet van de termvrouwelijke genitale verminking, we geven de voorkeur aanvrouwelijke genitale cutting ”. Toch gaat het hier wel degelijk om verminking. Omdat de procedure tegenwoordig  in het ziekenhuis plaatsvindt en niet meer door een zogenaamde ‘genezer’wordt uitgevoerd, zijn ze van mening dat ze het nu goed doen. Ze zetten echter geen vraagtekens bij de praktijk zelf. Vrouwelijke genitale verminking is een schending van de mensenrechten, want je ontneemt vrouwen het recht op seksueel plezier. Ik denk op zo’n moment: als ik één dokter in de zaal kan overtuigen, dan heb ik mogelijk honderden vrouwen gered.

VGCt Najaarscongres 2024

Geprikkeld geraakt? Tijdens het VGCt-najaarscongres van 6 tot 8 november zal Marieke Dewitte veel meer vertellen over haar onderzoeken in het sekslab en de relevantie voor de klinische praktijk.

Marieke Dewitte

Meer weten over waar je als behandelaar alert op moet zijn en Mariekes onderzoek in haar sekslab? Kom dan naar de keynote van Marieke Dewitte op het VGCt-najaarscongres Breaking the silence van 6 tot 8 november 2024 in Veldhoven. Kijk hier voor meer informatie.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode