Mooi werkmoment – Van hoge dosering slaapmedicatie naar nul dankzij CGT-i

Welk mooi moment uit de praktijk zul je niet snel vergeten? In deze editie vertelt Sanne Vink, psychiater en psychotherapeut, over een bijzondere casus.

door VGCt
4 minuten leestijd

Sanne Vink ziet huisartsen en psychiaters bij slaapproblemen snel naar medicatie grijpen. Hoewel zij als psychiater medicatie mag voorschrijven, probeert ze daar waar mogelijk van weg te blijven en slaapproblematiek met CGT-i op te lossen. Als CGT-docent bij de A-opleiding tot psychiater wil ze collega’s inspireren dat ook te doen. Een van haar werkmomenten was zó’n mooi voorbeeld dat ze het regelmatig als best practice benoemt. 

Het gaat om een veertigjarige man – we noemen hem voor het gemak ‘Jan’ – die de gewoonte had gehad om veel te blowen. Nu Jan een relatie had, vond hij het tijd om te stoppen. Dat bleek niet makkelijk: er ontstonden slaapproblemen. Die werden zo fors dat hij voor zijn gevoel overdag niet meer kon functioneren en zich ziekmeldde. Dit bracht wanhoop en suïcidaliteit met zich mee. Daardoor werkte hij niet meer en durfde hij niet met zijn vriendin te slapen. “Hij kwam via de crisisdienst binnen, waar diverse medicatie werden geprobeerd: antipsychotica, diverse benzodiazepines (benzo’s) en meerdere antidepressiva. Ten tijde van ons eerste contact slikte hij 7,5 mg van de benzo Lorazepam en diverse antidepressiva.”   

Verslavend

Benzo’s worden gebruikt tegen angst- en slaapproblemen. Sanne vertelt dat 7,5 mg een hoge dosering is. “Om je een beeld te geven: een huisarts schrijft meestal 1 mg voor. Psychiaters willen wel eens 2,5 mg voorschrijven, maar verder krijgen alleen opgenomen patiënten hogere doseringen. Of het de patiënt helpt is bovendien de vraag, want benzo’s staan erom bekend dat ze de gebruiker slaperig maken en dat het reactievermogen ervan vermindert. “De patiënt uit mijn voorbeeld had daardoor nog steeds niet het gevoel dat hij naar zijn werk kon en eigenlijk werkte dit medicijn dus averechts. Het probleem is dat benzo’s heel verslavend zijn en dat het daardoor lastig is om te stoppen. Wie stopt, krijgt lichamelijke ontwenningsverschijnselen.”  

Sanne Vink

Liegen tegen huisarts

In het geval van Jan werkte de medicatie niet tegen de slaapproblemen – hij sliep drie tot vier uur per nacht. Daarom kwam hij bij Sanne terecht. Hij kreeg individuele CGT voor insomnia (CGT-i). Dankzij slaaprestrictie, vaste bedtijden, ontspanningsoefeningen, white noise, mindfulness en helpende gedachten lukte het hem om zes uur per nacht te slapen. Helaas lukte het niet om de medicatie af te bouwen. Sanne was streng en duidelijk voor Jan en schreef in zijn dossier dat haar collega’s Jan onder geen enkele omstandigheid benzo’s mochten voorschrijven. Toch gebeurde het, tot ongenoegen van Sanne. “Hij belde collega’s en speelde op hun gevoel in, waardoor zij tóch overstag gingen. Later vertelde hij de huisarts dat ik op vakantie was en dat ik was vergeten om zijn recept naar de apotheek te sturen. Ik voelde me bezwaard tegenover mijn collega’s en de huisarts. Mijn patiënt viel hen lastig en liet hen ook nog eens geloven dat ik iets wat voor hem zo belangrijk was, niet goed geregeld had. Ik heb alle betrokkenen gebeld en nog eens benadrukt dat zij de man onder geen beding benzo’s mochten geven. En dat – ook al ben ik vrij of op vakantie – mijn patiënt mijn nummer heeft en dat ik in noodgevallen altijd bereikbaar voor hem ben. Daar werd positief op gereageerd. De huisarts voelde zich in het ootje genomen.”

Lichamelijke sensaties

Sanne heeft begrip voor Jan. “De lichamelijke sensaties die je voelt door te stoppen kunnen intens zijn. Dat moet de patiënt leren verdragen. Ook wij als behandelaren moeten verdragen, namelijk dat een patiënt steeds Mooi werkmoment een beroep op ons doet en op ons gevoel inspeelt. Ik geloof dat als wij uitstralen dat we er vertrouwen in hebben dat de patiënt het kan, dat al de helft scheelt. Ik merk dat psychiaters dit soms lastig vinden en eerder toegeven – in de CGT-opleiding is meer aandacht voor zelfregulatie.”

Slaapdagboek werkt

In een tweede poging om de benzo’s af te bouwen, merkten Sanne en Jan dat het slaapdagboek zijn werk deed. “Elke week verminderden we de dosering. In het dagboek zag Jan een patroon ontstaan: een dag of drie na het afbouwen ging het slechter met hem, maar daarna ging het weer beter.” Door dat vooruitzicht kreeg hij het vertrouwen dat stoppen kon lukken. Na vijftien weken had Jan de benzo’s afgebouwd. “Vier weken nadat hij gestopt was, merkte hij dat ook zijn angst en stress waren verdwenen. Hij gaf aan dat hij dacht dat het kwam doordat hij was gestopt met de medicatie. Inmiddels is hij ook op eigen kracht gestopt met antidepressiva, slaapt hij met zijn vriendin – ze wonen zelfs samen – en werkt hij weer. Blowen heeft hij daarna nooit meer gedaan.” 

Medicatie geen heilige graal

Sanne vervolgt: “Als na een traject van een halfjaar je patiënt van zijn klachten af is en ook nog eens stopt met medicatie, geeft dat natuurlijk voldoening. Het sterkt me ook in mijn overtuiging dat medicatie niet alles oplost. In het geval van antidepressiva weten we bijvoorbeeld dat het in vijftig procent van de gevallen werkt – voor psychotherapie geldt hetzelfde percentage. Voor benzo’s geldt dat ik eigenlijk altijd een oplossing in CGT-i zie. Ik hoop dat meer artsen mijn voorbeeld volgen.” 

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 8.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode