Wie de opleiding tot cgt’er volgt, bewijst zijn of haar bekwaamheid onder meer met een N=1. In deze rubriek blikt een cgt’er terug op de eigen bekwaamheidsproef.
Sanne Spijkerman
Functie:
Orthopedagoog en kinder- en jeugdpsycholoog NIP
Werk:
Sanne werkt veel met pleegkinderen. Ze behandelt vooral cliënten met PTSS, zelfbeeldproblematiek, emotieregulatieproblemen, angsten en somberheid.
Victoria* (15) gaat al langere tijd nauwelijks naar school. Ze is somber, angstig en heeft regelmatig paniekaanvallen. Haar pleegouders maken zich zorgen: Victoria trekt zich steeds meer terug, slaapt slecht en heeft voortdurend kritiek op zichzelf. Tijdens de intake vertelt Victoria dat ze ‘gewoon niet slim genoeg is’ en dat ze het gevoel heeft dat ze faalt.
Complexe achtergrond
Victoria woont in een pleeggezin. Hier voelt ze zich inmiddels veilig, maar ze groeide op met verbaal geweld, angst en onveiligheid. Uiteindelijk volgde een uithuisplaatsing. Hoewel Victoria hier zelden uit zichzelf over praat, is merkbaar dat haar ervaringen invloed hebben op hoe ze zichzelf ziet. Ze is alert, gevoelig voor spanning en legt de lat extreem hoog voor zichzelf. Wat Sanne vanaf het begin opvalt, is dat Victoria gemotiveerd is om te herstellen, maar weinig vertrouwen heeft in therapie. “Ze was kritisch, slim en scherp, maar ook erg streng voor zichzelf”, vertelt Sanne. “Dat maakte het belangrijk om eerst te investeren in contact en veiligheid.”
Diagnostiek en focus
In eerste instantie verwacht Sanne dat traumagerelateerde klachten de boventoon zullen voeren. Maar na overleg met haar supervisor en werkbegeleider wordt duidelijk dat vooral een depressieve stoornis centraal staat. Omdat de traumatische gebeurtenissen Victoria’s klachten niet volledig verklaren, richt de behandeling zich primair op depressie – met aandacht voor angst, zelfbeeld en functioneren op school. Samen met Victoria en haar pleegouders formuleert Sanne de centrale behandeldoelen: Victoria gaat weer structureel naar school, voelt zich minder somber en angstig en ontwikkelt een realistischer en milder beeld van zichzelf.
Opbouw en eerste stappen
De behandeling start met psycho-educatie over depressie, angst en emotieregulatie. Victoria leert haar spanning herkennen aan de hand van een ‘emotiethermometer’ en maakt een persoonlijk overzicht van helpende strategieën, zoals muziek luisteren, wandelen en theedrinken. Ook noteert ze dagelijks wat goed ging. Parallel hieraan werkt Sanne aan gedragsactivatie. Victoria heeft de neiging zich óf volledig terug te trekken, óf zichzelf voor tweehonderd procent in te zetten. Samen onderzoeken ze wat er gebeurt als ze haar inzet bewust verlaagt. In een gedragsexperiment besteedt Victoria maximaal twee uur per dag aan schoolwerk en plant ze elke dag iets ontspannends. Dat blijkt verhelderend: minder inzet levert nauwelijks slechtere resultaten op, terwijl haar energie en stemming verbeteren.
Beter zelfbeeld
Verderop in de behandeling komen thema’s als faalangst, identiteit en zelfwaardering aan bod. Sanne zet verschillende onderdelen uit COMET voor zelfbeeld in. Victoria maakt lijsten met positieve eigenschappen en een collage van dingen waar ze blij van wordt. Ook werkt ze aan haar negatieve kernovertuigingen, zoals ‘ik ben dom’ en ‘ik ben niks waard’. Victoria begint te zien dat ze streng voor zichzelf is. Langzaam ontstaat ruimte voor alternatieve gedachten, zoals ‘meer dan je best kun je niet doen’ en ‘ik mag fouten maken’.
Terugval
Halverwege het traject krijgt Victoria een duidelijke terugval. Ze gaat opnieuw niet naar school, voelt zich somber en krijgt paniekaanvallen. “Ik vroeg me af of ik iets had gemist”, vertelt Sanne. Na overleg met haar supervisor en werkbegeleider wordt duidelijk dat de terugval onderdeel van het proces is. De focus verschuift tijdelijk naar stabilisatie. Met behulp van de ‘leerkuil’ laat Sanne zien dat een dip niet betekent dat alles voor niets is geweest. Binnen enkele weken gaat Victoria steeds weer wat vaker naar school.
Aandacht voor het verleden
Na deze periode ontstaat ruimte om meer stil te staan bij Victoria’s verleden. Met behulp van WRITEjunior werkt ze aan het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen. Victoria schrijft over wat ze heeft meegemaakt en voert gesprekken met familieleden, waarover ze een persoonlijk levensboek schrijft. Dit geeft overzicht en samenhang. “Ze had nu één verhaal”, zegt Sanne. “Dat maakte haar verleden minder verwarrend en minder overweldigend.” Na deze fase nemen zowel haar somberheid als haar angstklachten verder af.
Samenwerking en afronding
Tijdens het hele traject werkt Sanne nauw samen met Victoria’s pleegouders, school en andere betrokken hulpverleners. Sanne investeert bewust in transparantie en afstemming, zodat Victoria zich gesteund voelt en de omgeving weet hoe zij kan helpen, ook bij spanning of terugval. Aan het einde van de behandeling gaat Victoria weer structureel naar school, is haar stemming stabiel en kijkt ze milder naar zichzelf. De behandeling wordt in overleg afgebouwd, met een terugvalpreventieplan als houvast. Victoria weet dat moeilijke momenten kunnen terugkomen, maar ook dat ze beschikt over een goed gevulde gereedschapskoffer.
Terugblik
Sanne: “Ik ben heel tevreden over het traject. Het was wel lastig toen Victoria een terugval had. Op zulke momenten twijfel ik of ik wel voldoende aansluit bij de cliënt. Mijn doelen zijn grotendeels behaald. Victoria is geneigd snel negatief te denken en is kwetsbaar voor sombere gedachten. Dit is niet helemaal verdwenen – en ook niet reëel – maar ze weet hier beter mee om te gaan. Achteraf gezien was ik liever direct ingegaan op de stemmingsklachten, in plaats van te focussen op inzet van traumabehandeling. Uiteindelijk ben ik heel tevreden met hoe ik de behandeling heb vormgegeven, maar het was even zoeken in het begin.”
*Gefingeerde naam.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 12.
