De VGCt geeft niet alleen het VGCt magazine uit, maar is ook betrokken bij het Tijdschrift voor gedragstherapie & cognitieve therapie. In dit wetenschappelijke tijdschrift vinden cgt’ers en cgw’ers wetenschappelijk onderzoek, theoretische artikelen, literatuuroverzichten, casestudies en boekbesprekingen op het gebied van cognitieve gedragstherapie. In het VGCt magazine wordt vanaf nu een van de artikelen uit het Tijdschrift voor gedrags therapie toegankelijk samengevat, met aandacht voor de betekenis voor de praktijk.
Mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) lopen een verhoogd risico op een stoornis in het gebruik van middelen. Toch zijn behandelprogramma’s vaak niet aangepast aan deze doelgroep. Evelien Poelen, Lotte Gosens en collega’s onderzochten de effectiviteit van Take it Personal!+: een gepersonaliseerde behandeling voor problematisch middelengebruik bij mensen met een LVB. Het gaat om een multiple baseline experimentele studie waarbij de behandeling is gebaseerd op motiverende gespreksvoering en cognitieve gedragstherapie.
Evelien is senior onderzoeker bij zorginstelling Pluryn. Zij werkt met een grote groep cliënten met een LVB en ernstige gedragsproblemen, en die daarnaast ook middelen gebruiken. Met name dagelijks blowen komt veel voor onder deze groep cliënten. “Toen ik bij Pluryn kwam werken, was de vraag of we zelf een behandelaanbod konden maken voor deze specifieke doelgroep, zodat we minder afhankelijk zouden zijn van verslavingszorg.” Aanvankelijk was er een groepsinterventie ontwikkeld: Take it Personal! Dit is een geïndiceerd preventieprogramma voor jongere cliënten die middelen gebruiken, met als doel te voorkomen dat er een stoornis of ernstige problemen in het gebruik zouden ontstaan. “Bij de aanmelding van het behandelprogramma zagen we echter al dat de problematiek bij een deel van de cliënten vrij heftig was”, licht Evelien toe. “Een geïndiceerd preventieprogramma zou te licht zijn en zo is Take it Personal!+ ontstaan. De ‘+’ staat voor het ernstiger middelengebruik, vanuit het idee dat er een behandeling nodig is voor een doelgroep waarbij sprake is van problematisch middelengebruik.” Het geïndiceerde preventieprogramma Take it Personal! bestaat ook nog steeds en wordt naast Take it Personal!+ gebruikt.
De vraag naar Take it Personal!+ ontstond dus vanuit de praktijk. Als net afgestudeerd psycholoog had Lotte affiniteit met klinisch onderzoek en behandeling van deze doelgroep. Lotte: “Ik was als net afgestudeerd psycholoog meteen enthousiast over de functie. Eerder liep ik stage in de ggz bij een afdeling voor mensen met een LVB. Daar merkte ik ook dat er eigenlijk heel weinig onderzoek is gedaan naar behandelprogramma’s in het algemeen en de effectiviteit daarvan bij deze doelgroep. Het is een doelgroep die heel vaak uitgesloten is van onderzoek naar behandelprogramma’s. Ik was dan ook heel blij dat ik mij bij dit onderzoek mocht voegen.”
Multiple baseline design
Ze werkten met het Multiple baseline single case experimentele design. Evelien licht toe waarom zij hiervoor kozen: “Om onderzoek te doen naar de effectiviteit van nieuwe interventies en behandelingen, kun je twee groepen met elkaar vergelijken (RCT) en kijken naar het gemiddelde effect dat je bereikt. We merkten echter dat onze doelgroep complexe problematiek heeft en we relatief kleine groepen zouden moeten vergelijken die erg heterogeen zijn. Een grote RCT doen zorgde ook nog eens voor het ethische bezwaar dat je cliënten in een controlegroep plaatst, terwijl ze eigenlijk ook een grote behoefte hebben aan deelname aan die behandeling. Zo kwamen we uit bij het Multiple baseline design. Daar kun je ook – net zoals bij een RCT – een experimentele conditie toevoegen zodat je de fase van wel en niet behandelen kan monitoren. Zo kun je effectiviteit toetsen. Deze vorm staat ook dicht bij de hulpverlening en de behandeling van de cliënt, en we hebben nauw samengewerkt met de mensen op de werkvloer, zodat we gebruik konden maken van hun expertise en kennis.”
Gespreksvoering
In de eerste weken van de behandeling ligt de focus vooral op motiverende gespreksvoering. Lotte legt uit: “Bij de start van de behandeling kan de cliënt soms wat ambivalent zijn. In de eerste weken ligt de nadruk op motiverende gespreksvoering. Gevolgd door een moment in de behandeling waarbij een cliënt de beslissing maakte om zijn of haar middelengebruik te gaan veranderen. Dan volgt de vraag wat iemands doel wordt en waar ze mee aan de slag gaan. Op dat moment verschuift de focus naar CGT. Het behandelprogramma is mede gebaseerd op een aantal bestaande CGT-behandelingen. Ons programma is innovatief en aanvullend omdat we met twee apps werken en de behandeling op maat wordt aangeboden aan de hand van onder andere vier persoonlijkheidsprofielen die kenmerken wat het risico is voor het ontwikkelen van problematisch middelengebruik. Aangetoond is dat deze vier persoonlijkheidsprofielen samenhangen met middelengebruik1,2,3, ook bij mensen met een LVB4,5. Zo gebruiken mensen met het profiel angstgevoeligheid of negatief denken meestal middelen om met negatieve emoties om te gaan, terwijl mensen met het profiel impulsiviteit of sensatie zoeken middelen gebruiken om een positieve bekrachtiging te krijgen6. Daarnaast kunnen ook het soort middel dat gebruikt wordt en het patroon van gebruik variëren tussen de persoonlijkheidsprofielen6. Aan de hand van CGT leert de cliënt zijn persoonlijkheidsprofiel kennen en krijgt daarmee ook inzicht in uitlokkende factoren en gevolgen van middelengebruik. Door het aanleren van zelfcontrolemaatregelen leert de cliënt vaardigheden om anders om te gaan met zijn/haar persoonlijkheidsprofiel en om controle te krijgen over zijn/ haar middelengebruik. In onderzoek en praktijk komt natuurlijk ook steeds meer naar voren dat het meer gepersonaliseerde heel belangrijk is in plaats van het one size fits all. Door persoonlijkheidsprofielen op te nemen kunnen we de behandeling nog beter laten aansluiten op het individu.”
App-gebruik
De mHealth-applicatie is een onderdeel van het programma en heeft een ondersteunende rol in de behandeling. “Mensen met een LVB hebben vaak problemen met het generaliseren van het geleerde naar het dagelijkse leven”, vertelt Lotte. “Een app is dan een handig middel – een telefoon hebben cliënten altijd wel bij de hand. Daardoor kon de behandeling een groter onderdeel worden van het dagelijks leven.”
Tijdens het onderzoek werd gebruikgemaakt van twee apps, waarvan bij één de cliënten dagelijks een gepersonaliseerde vragenlijst invulden over hun middelengebruik. Via de andere app werd informatie gedeeld en stonden huiswerkopdrachten. Lotte: “Uitleg die tijdens de sessie werd gegeven, was daarna beschikbaar in de app. Cliënten konden die op die manier nog eens rustig nalezen en naluisteren. Ook zat er een helpknop in, waardoor cliënten contact konden opnemen met hun vertrouwenspersoon, en gepersonaliseerde feedback kregen over zelfcontrolemaatregelen. In de app kon de cliënt ook een avatar maken. Door het maken van huiswerkopdrachten spaarden de cliënten punten. Deze punten kan de cliënt inzetten voor persoonlijke beloningen. Ook konden ze accessoires voor hun avatar sparen. Dat werkte motiverend tijdens de behandeling.”
Maatwerk
Om het programma goed te laten aansluiten op de doelgroep zijn er specifieke aanpassingen gedaan. “De communicatie was versimpeld en er werden makkelijkere woorden gebruikt”, licht Lotte toe. “Zo hebben we van het woord ‘zelfcontrolemaatregelen’ in de behandeling ‘de A’s’ gemaakt, aangezien iedere zelfcontrolemaatregel met een A begint (bijvoorbeeld ‘afleiding zoeken’). Daarbij maakten we ook gebruik van afbeeldingen om informatie met beelden te ondersteunen. Ook werkten we met de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon die de cliënt voor de start van de behandeling zelf kon kiezen. De vertrouwenspersoon is iemand uit het professionele netwerk (begeleiding) of het sociale netwerk van de cliënt. Belangrijk is dat de cliënt diegene vertrouwt, waardoor die open kan zijn over middelengebruik. De vertrouwenspersoon speelt een belangrijke rol tijdens en buiten de sessies, bijvoorbeeld door in de sessies situaties uit het dagelijkse leven te benoemen en door ondersteuning te bieden bij generalisatie en het inzetten van geleerde vaardigheden in het dagelijks leven.”
Elke cliënt kreeg twee behandelsessies per week om ervoor te zorgen dat de behandeling echt onderdeel van het dagelijks leven werd. Lotte: “Als je een behandelsessie hebt gehad en je vraagt een week later: ‘hoe is het afgelopen week gegaan?’, dan is het voor de meeste mensen best lastig om te bedenken hoe het een week geleden ook alweer ging. Voor mensen met een LVB is dat vaak nog lastiger. Door twee sessies per week aan te bieden, is er meer ruimte voor herhaling. Bij deze doelgroep is dat heel belangrijk. De app speelde daarin ook een rol, want daardoor werd de behandeling nog meer onderdeel van het dagelijks leven.”
Resultaten
Evelien en Lotte zijn te spreken over de resultaten van hun onderzoek. “Uiteindelijk zijn er twaalf cliënten geïncludeerd en hebben we gekeken naar de dagelijkse metingen via de app”, zegt Lotte. “Van die twaalf hebben we bij tien participanten met statistische analyse kunnen werken. Bij hen zagen we dat er bij acht cliënten een afname was in het dagelijkse middelengebruik. Dat hebben we vergeleken met de baseline, de interventiefase en bij de post-treatment. We hebben ook gekeken naar de ernst van het middelengebruik. Dat hebben we gemeten met de AUDIT en DUDIT. Om te testen of de ernst was afgenomen hebben we RCI berekend. Daar zagen we bij acht van de twaalf participanten dat de ernst van het middelengebruik was afgenomen. Dat kwam overeen met onze hypothese. Motiverende gespreksvoering en CGT worden natuurlijk vaak ingezet bij mensen met een LVB. Daar zijn in de praktijk goede ervaringen mee.” Evelien vult aan: “Bij dit single case-onderzoek was het net wat spannender, omdat je ook elke deelnemer afzonderlijk bekijkt. Als je een RCT doet onder bijvoorbeeld zeventig deelnemers, dan heb je al die afzonderlijke personen veel minder goed in beeld. Je kijkt dan meer naar een groepseffect. Hier keken we veel meer naar het individu en van tevoren vroeg ik me wel af wat de uitkomsten zouden zijn. Hier telt gewoon elke persoon en dat maakt het onderzoek leuk. We waren echt met de personen zelf bezig in plaats van met die hele grote groep.”
Belangstelling
Er is een filmpje gemaakt om Take it Personal!+ ook onder de aandacht te brengen bij andere cliënten en behandelaars. “Dat filmpje is een combinatie van informatie over het programma én een cliënt die met zijn ervaringsverhaal aan het woord kwam. Ik was erbij tijdens het filmen en ik kende zijn traject. Voor de camera vertelde hij in zijn eigen woorden hoe hij de zelfcontrolemaatregelen kon inzetten, dat hij opties heeft als hij wil gebruiken en dat hij het traject succesvol had doorlopen. Ik vond dat zo’n mooi moment.” TvG Over de auteurs Evelien Poelen is onderzoeker en sinds mei 2024 bijzonder hoogleraar Gepersonaliseerde zorg bij mensen met een LVB aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen. De leerstoel is een samenwerking van Pluryn en de Radboud Universiteit. Lotte Gosens is psycholoog i.o. tot gz-psycholoog bij Pluryn en PhD-student (buitenpromovendus) bij de Radboud Universiteit. Evelien en Lotte merkten dat er in het zorgveld veel belangstelling is voor hun behandelprogramma. Evelien: “Take it Personal!+ is erkend en opgenomen in de databank interventies op het niveau ‘theoretisch goed onderbouwd’. Vanuit ZonMw hebben we een subsidie ontvangen voor implementatieonderzoek en we zijn nu bezig met een project over hoe we Take it Personal!+ ook beschikbaar kunnen maken voor andere instellingen.” Lotte vult aan: “Tegelijkertijd zijn we ook bezig met de publicatie van een kwalitatief onderzoek dat is voortgekomen uit het Take it Personal!+- onderzoek. Na afloop van het onderzoek hebben we cliënten en hun vertrouwenspersonen geïnterviewd over hun ervaringen met de behandeling en hoe zij erop terugkijken.” Beide onderzoekers merken op dat de onderzoeken allemaal bijdragen aan effectieve interventies in de zorg voor mensen met een LVB. Het draagt bij om als beroepsgroep beter gebruik te maken van ontwikkelde kennis.
Bronnen
1. Hecimovic, K., Barrett, S. P., Darredau, C., & Stewart, S. H. (2014). Cannabis use motives and personality risk factors. Addictive Behaviors, 39(3), 729-732. doi:https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2013.11.025
2. Krank, M., Stewarts, S. H., O’Connor, R., Woicik, P. B., Wall, A. M., & Conrod, P. J. (2011). Structural, concurrent, and predictive validity of the substance use risk profile scale in early adolescence. Addictive Behaviors, 36(1-2), 37-46. doi:https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2010.08.010
3. Mackinnon, S. P., Keyhayes, I. L., Clark, R., Sherry, S. B., & Stewart, S. H. (2014). Testing the four-factor model of personality vulnerability to alcohol misuse: A three-wave, one-year longitudinal study. Psychology of Addictive Behaviors, 28, 1000-1012. doi:https://doi.org/10.1037/ a0037244
4. Pieterse, M. E., VanDerNagel, J. E. L., Ten Klooster, P. M., Turhan, A., & Didden, R. (2020). Psychometric qualities of the Dutch version of the substance use risk profile scale adapted for individuals with mild intellectual disabilites and borderline intellectual functioning. Journal of Mental Health Research in Intellectual Disabilities, 13(3), 250-266. doi:https://doi.org/10.1080/19315864.2020.1789250
5. Poelen, E. A. P., Schijven, E. A. P., & Otten, R. (2022). The mediating role of substance use motives in the relationship between personality dimensions and alcohol and drug use in adolescents and young adults with mild intellectual disabilities. Addictive Behaviors, 126. doi:https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2021.107173 6. Comeau, N., Stewart, S. H., & Loba, P. (2001). The relations of trait anxiety, anxiety sensitivity, and sensation seeking to adolescents’ motivations for alcohol, cigarette, and marijuana use. Addictive Behaviour, 26, 803–825.
Meer weten over dit onderwerp? Lees hier het open access-artikel van het Tijdschrift voor Gedragstherapie over hetzelfde onderwerp.
Over de auteurs
Evelien Poelen is onderzoeker en sinds mei 2024 bijzonder hoogleraar Gepersonaliseerde zorg bij mensen met een LVB aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen. De leerstoel is een samenwerking van Pluryn en de Radboud Universiteit. Lotte Gosens is psycholoog i.o. tot gz-psycholoog bij Pluryn en PhD-student (buitenpromovendus) bij de Radboud Universiteit.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 22.
