Suïcidale crises zijn in de Verenigde Staten een veel voorkomende reden voor opname in een psychiatrische instelling. De nadruk ligt daarbij op het stabiliseren van het acute zelfmoordrisico. Daarnaast is behandeling gericht op zelfmoordpreventie van cruciaal belang, omdat het suïciderisico sterk verhoogd is in de periode na ontslag. Gegeven de beperkte duur van de meeste opnames, zijn beknopte interventies nodig. JAMA Psychiatry publiceerde onlangs een RCT-studie naar de effectiviteit van kortdurende CGT bij mensen die opgenomen zijn na een suïcidale crisis. De resultaten zijn hoopgevend. Zijn ze ook relevant voor de Nederlandse situatie?
Voor de ambulante zorg zijn er bewezen effectieve behandelingen voor zelfmoordpreventie, maar voor de intramurale zorg is het bewijs nog beperkt. Amerikaanse onderzoekers brachten daar onlangs verandering in. Zij zetten een RCT op om te bepalen of een intramurale en kortdurende versie van CGT gericht op zelfmoordpreventie effectief is. Dat wil zeggen: vermindert het toevoegen van CGT aan de gebruikelijke behandeling het aantal zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en heropnames in de zes maanden na ontslag?
De onderzoekers randomiseerden tweehonderd volwassen cliënten die opgenomen waren in een particulier psychiatrisch ziekenhuis na een suïcidale crisis (zoals een recente zelfmoordpoging). Ongeveer de helft van de cliënten (n = 106) ontving tijdens hun verblijf alleen de gebruikelijke behandeling: 24-uurs multidisciplinaire zorg met veiligheidsplanning, psychosociale ondersteuning en medicatie indien nodig. De andere helft (n = 94) ontving daarnaast CGT specifiek gericht op zelfmoordpreventie met daarin onderdelen zoals het maken van een crisisrespons- en terugvalpreventieplan, het inventariseren van redenen om te blijven leven en het verzamelen van items die een cliënt daaraan herinneren in een zogeheten hope kit. Afhankelijk van de tijd tot ontslag (gemiddeld twaalf dagen) bestond CGT uit een tot maximaal vier sessies. In de zes maanden na ontslag deden de onderzoekers maandelijks vervolgmetingen om zelfmoordpogingen, zelfmoordgedachten en heropnames in kaart te brengen.
Groot effect
De impact van CGT op het aantal zelfmoordpogingen bleek groot. Bij cliënten die kortdurende CGT hadden ondergaan, was de kans dat zij een zelfmoordpoging zouden ondernemen met zestig procent afgenomen vergeleken met degenen die alleen de gebruikelijke behandeling kregen. De bijzonder lage Number Needed to Treat van zeven onderstreept het gunstige effect. Het betekent namelijk dat slechts zeven cliënten kortdurend met CGT behandeld moeten worden om één extra zelfmoordpoging te voorkomen.
Het effect van het type behandeling op zelfmoordgedachten was minder duidelijk. Uit post-hoc analyses bleek dat CGT-deelnemers alleen lagere scores hadden tijdens de metingen een en twee maanden na ontslag uit het ziekenhuis. De onderzoekers denken dat een langere behandelduur of aanvullende componenten (zoals emotieregulatietraining) nodig zijn om voor zelfmoordgedachten een beter resultaat te bereiken.
Voor het aantal heropnames lijkt het vooral uit te maken of cliënten (naast andere stoornissen) te kampen hebben met middelenmisbruik. Voor cliënten zónder verslaving lag het aantal heropnames in de CGT-groep namelijk 71 procent lager dan in de groep die alleen de gebruikelijke zorg ontving. Voor cliënten met verslavingsproblematiek (zo’n 60 procent van de totale groep) maakte het type behandeling echter niet uit. Het aantal heropnames lag voor hen überhaupt gemiddeld een stuk hoger. Volgens de onderzoekers is verslaving een indicator voor een slechte prognose, maar het is vooralsnog niet duidelijk hoe behandelingen voor zelfmoordpreventie moeten worden aangepast om bij deze doelgroep betere resultaten te bereiken.
De juiste plek
Het toevoegen van slechts een tot vier sessies CGT verminderde het aantal zelfmoordpogingen dus drastisch. Let wel: in Amerika, bij mensen die na een suïcidale crisis opgenomen en vervolgens weer ontslagen werden uit een psychiatrisch ziekenhuis. Wat betekenen deze resultaten voor de zorg in Nederland? “De Nederlandse context is heel anders,” zegt Hans van der Weijden, Verpleegkundig specialist GGZ en Regiebehandelaar Crisisdienst en Intensive Home Treatment (IHT) bij GGZ Rivierduinen. “Hier worden überhaupt veel minder mensen opgenomen. Áls dat al gebeurt, dan is dat meestal alleen ter overbrugging van de nacht. Verreweg de meeste suïcidaliteit is goed ambulant te behandelen, mits het steunsysteem betrokken is om afspraken mee te maken.”
Afspraken maken blijkt met name ingewikkeld bij mensen die ernstig suïcidaal en verward zijn. “Deze kleine groep mensen nemen we wel op,” vertelt Hans. “Dat gaat dan om een opname van zo’n vier tot zes weken, waarbij we vooral door middel van medicatie de cliënt helpen stabiliseren. Psychotherapie staat dan niet op één. Wanneer het acute gevaar is geweken kan de zorg worden geambulantiseerd door middel van IHT, oftewel intensieve behandeling thuis. Dát is, denk ik, ook de plek waar je in Nederland zo’n soort preventieve CGT-interventie zou moeten plaatsen. Voor de IHT-setting zijn de resultaten van deze Amerikaanse studie dus zeker bemoedigend. Het laat zien dat je met zelfmoordpreventiemethodieken veel kan bereiken bij mensen die net uit een crisis komen.”
Meer informatie
Meer weten over waar je als behandelaar alert op moet zijn en welke suïcidepreventietools en -interventies er zijn? Kom dan naar de lezing van Gwendolyn Portzky op het VGCT-najaarscongres Breaking the silence van 6 tot 8 november 2024 in Veldhoven. Je kunt ook een interview met haar lezen op ons Kennisnet: Zes mythes over zelfmoord volgens Gwendolyn Portzky.
Referentie
Diefenbach, G. J., Lord, K. A., Stubbing, J., Rudd, M. D., Levy, H. C., Worden, B., Sain, K. S., Bimstein, J. G., Rice, T. B., Everhardt, K., Gueorguieva, R., & Tolin, D. F. (2024). Brief Cognitive Behavioral Therapy for Suicidal Inpatients: A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2024.2349