Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer Carline van Heijningen, nu basispsycholoog bij GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula, over haar proefschrift ‘Life after loss: long-term impact of parental death during childhood’.
Welk probleem staat centraal?
Het verlies van een ouder is een ingrijpende gebeurtenis met grote gevolgen voor het leven van een kind. Naast rouw spelen vaak veranderingen en andere verliezen. Het verlies en de bijkomende veranderingen hebben impact op het functioneren en de ontwikkeling van het kind, wat mogelijk op de lange termijn doorwerkt.
Waar spitste je onderzoek zich op toe?
In mijn proefschrift zijn de langetermijngevolgen van het verlies van een ouder tijdens de kindertijd in kaart gebracht. Daarnaast was het doel om inzicht te verkrijgen in belangrijke beschermende en risicofactoren. Ook onderzochten we belangrijke factoren in het leren omgaan met het verlies van een ouder door de jaren heen.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?
Ik heb tijdens mijn promotietraject zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek gedaan.
Uit het vragenlijstonderzoek bleek op groepsniveau dat volwassenen die hun ouder verloren tijdens de kindertijd (vergeleken met volwassenen die niet hun ouder verloren (tijdens de kindertijd)):
- Nagenoeg niet verschilden op het gebied van gezondheid, romantische relaties en ouderschapsbeleving
- Meer hechtingsgerelateerde angst en vermijding ervaarden binnen de huidige romantische relatie
- Relatief vaker angsten noemden rondom hun eigen dood of die van hun partner
Interviews leverden waardevolle inzichten op over wat deelnemers als helpend en niet-helpend ervaarden bij het leren omgaan met verlies:
- Veranderingen en uitdagingen binnen het gezin kunnen het leren omgaan met het verlies beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn de komst van een nieuwe partner van de overgebleven ouder en toegenomen gevoelens van verantwoordelijkheid.
- Reacties uit de sociale omgeving spelen een grote rol. Niet-helpend is een gebrek aan aandacht voor het verlies en niet-afgestemde reacties die het verdriet lijken te bagatelliseren. Helpend is om zonder oordeel te luisteren en aandacht te hebben voor het verlies door ernaar te vragen, ook als het verlies al even geleden is.
Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?
In mijn proefschrift zijn de langetermijngevolgen van het verlies van een ouder tijdens de kindertijd onderzocht door een cross-sectionele onderzoeksopzet, waarbij volwassenen werd gevraagd terug te kijken op het verlies van hun ouder tijdens de kindertijd. Door deze onderzoeksopzet was er geen informatie beschikbaar van vóór het verlies of op andere momenten tijdens de kindertijd of later in het leven.
Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?
In mijn proefschrift onderzochten we enkele levensgebieden. Het is belangrijk om in toekomstig onderzoek aandacht te hebben voor bijvoorbeeld het bredere sociaal en interpersoonlijk functioneren en de identiteitsontwikkeling. Daarbij zou onderzoek zich kunnen richten op de rol van percepties over zichzelf, interpersoonlijke relaties, de wereld en toekomst. Tot slot is het belangrijk om vanuit een systemisch perspectief onderzoek te doen naar rouw en verlies, bijvoorbeeld door broers/zussen binnen gezinnen te onderzoeken.
Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?
De meeste volwassenen die tijdens de kindertijd hun ouder verloren laten adaptieve uitkomsten zien op de lange termijn. Ondanks deze uitkomst is het van belang om blijvend aandacht te hebben voor zo’n ingrijpend verlies.
Hoewel het niet de focus was van mijn onderzoek, is het belangrijk om op te merken dat uit onderzoek blijkt dat een klein deel van de kinderen wel blijvende rouw- of traumatische klachten ervaart en dat daarvoor een therapeutische interventie als (traumagerichte) CGT, CGT gefocust op rouw (bijv. RouwHulp1,2), EMDR of een systemische interventie geïndiceerd zou kunnen zijn.
1 Spuij, M., & Boelen, P. (2023). Rouwhulp. Werkboek voor kinderen en jongeren. Boom Uitgevers.
2 Spuij, M., & Boelen, P. A. (2013). Rouwhulp: Behandeling ter preventie van (dreigende) gecompliceerde rouw bij kinderen en adolescenten. In C. Braet & S. Bögels (Red.), Protocollaire behandelingen voor kinderen en adolescenten met psychische klachten. Deel 2. (pp. 201–227). Boom Uitgevers.

Titel proefschrift:
Life after loss: long-term impact of parental death during childhood
Promovendus:
Carline van Heijningen
Universiteit:
Universiteit Leiden
Promotiedatum:
18 maart 2025
Proefschrift:
Download
Over de auteur
Carline van Heijningen was promovendus bij de Universiteit Leiden en werkt nu als basispsycholoog bij GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula in het jeugdteam. Ze richt zich op de combinatie van de klinische praktijk en onderzoek, met oog voor de bredere systemische context.
