Praktische tips voor motiverende gespreksvoering

Jongeren in de forensische zorg

door VGCt
10 minuten leestijd

Jongeren in de forensische zorg willen niet altijd actief meewerken tijdens hun behandeling. Hoe ga je met die weerstand om? En hoe krijg je ze toch aan het praten? Psychotherapeut Erik Jongman, ervaringsdeskundige in motiverende gespreksvoering, geeft praktische tips. 

Motiverende gespreksvoering is ontwikkeld voor cliënten die niet vanuit zichzelf gemotiveerd zijn om de problemen waar ze tegenaan lopen op te lossen. “Dit geldt bijvoorbeeld voor verslaafden”, geeft Erik Jongman aan. “Zij voelen vaak geen lijdensdruk, geloven niet dat praten helpt en weten niet hoe zij hun leven kunnen veranderen. Waar psychotherapie geen soelaas biedt, kan motiverende gespreksvoering helpen om tot een doorbraak te komen. Door de intrinsieke motivering aan te wakkeren, kun je vaak meer bereiken. Cliënten worden dan in hogere mate eigenaar van hun probleem en beseffen dat er echt iets moet veranderen.”  

Stap 1: Stel vragen zonder te oordelen  

Jongeren in de forensische zorg zien volgens Erik vaak het probleem niet. “Ze zeggen dan: ‘Het enige probleem is dat ik hier moet zitten en met u moet praten.’ Het lijkt alsof ze geen zelfinzicht hebben en geen vertrouwen in therapie. Dan is het lastig om toch vooruitgang te boeken. Met motiverende gespreksvoering lukt dat vaak wel. Ik ga dan vanaf het begin op zoek naar hoe ik aansluiting kan vinden. Niet aansluiten bij de diagnose, maar bij de persoon. Pas als dat gelukt is, kijk ik verder. Dit betekent wegblijven van normen en waarden: ik ben nieuwsgierig, stel vragen en vel geen oordeel. Dat is moeilijk, maar oefening baart kunst.”

Stap 2: Zoek aansluiting  

“Ik ga als het ware naast de jongere in een bootje zitten en kijk door diens ogen. Op zoek naar diens motieven en kijk op de wereld: wat zou diegene graag willen? Waarom werkt hij niet mee? Of waarom denkt zij dat er geen probleem is? Hierbij zeg ik nadrukkelijk niet wat wel of niet hoort, of wat normaal of abnormaal is. Laat ik een voorbeeld geven: een jongen die veel blowt en vaak agressief is. Dan zeg ik niet: ‘Je weet dat dat niet goed voor je is’, maar gooi het over een andere boeg. Ik stel naïeve, nieuwsgierige en persoonlijke vragen. Bijvoorbeeld: ‘Wat doe je dan en hoe voel je je daarbij? Hoe kijk je er zelf tegenaan? Wat zijn jouw interesses en wat vind je ervan dat je hier bent?’ Ik werk niet doelbewust naar het probleem toe, maar ga op zoek naar zaken in de belevingswereld van de ander waar ik op kan aansluiten.” 

Stap 3: Geef oprechte complimenten  

Volgens Erik vinden jongeren dit vaak gek en worden wantrouwend: “‘Hij kent me niet, waar komt die persoonlijke aandacht vandaan?’ Dan leg ik uit dat mensen niet zomaar agressief worden. Dat ik wil weten wat er in iemands leven aan de hand is, zonder te oordelen. En als die informatie komt, zeg ik dat ik het fijn vind dat ze dit vertellen. Veel van deze jongeren hebben een negatief zelfbeeld en krijgen altijd commentaar dat ze het niet goed doen, niet luisteren of dom zijn. Ik zoek juist naar positieve dingen en geef daarover een oprecht compliment. Bijvoorbeeld als iemand vaak met een groep vrienden blowt: ‘Wat fijn dat je zoveel vrienden hebt.’ Of: ‘Wat goed dat je, ondanks alles, toch elke dag je zusje naar school brengt.’ Niet de focus leggen op negatieve dingen, maar positieve eigenschappen benadrukken en versterken.”  

Stap 4: Haak in op negatieve ervaringen en bied hulp 

Door te oordelen, haken veel jongeren af, is Eriks ervaring. “Dan krijg je reacties als: ‘Dat heb ik al zo vaak gehoord, hier heb ik geen zin in.’ Zolang ik merk dat er weerstand is, ga ik door met vragen stellen. Ik wacht tot er ook een negatieve ervaring naar voren komt – bijvoorbeeld een jongen die door zijn agressieve gedrag van school wordt gestuurd. Op die negatieve consequentie haak ik in: ‘Ik hoor voordelen, maar er is dus ook een nadeel: het geeft gelazer. Met school en met je ouders.’ Zo zorg ik ervoor dat het negatieve aspect vanuit de jongere zelf komt. Ik gebruik zijn woorden en vergroot die uit. Op deze manier geef ik aan dat de jongere altijd een keuze heeft: ‘Je kunt het zo laten, maar je kunt het ook iets handiger aanpakken, zodat je toch lol in het leven hebt en minder gezeur. Ik zou dat graag met je willen oppakken, maar dat is aan jou.’ Het is dus de kunst dichtbij te komen, veiligheid te bieden en de jongere te begrijpen en te waarderen. Laat de regie bij de ander.”  

Geef een keuze 

Erik geeft toe dat deze methode niet makkelijk is. “Maar je wordt er gaandeweg steeds beter in. Je merkt dat je steeds betere gesprekken krijgt. Een neutrale, open en nieuwsgierige houding bewaren is lastig en je moet je niet omver laten blazen. Soms moet je echt op je handen gaan zitten en op je tong bijten, maar je zult merken dat rustig en nieuwsgierig blijven zijn vruchten afwerpt. Word niet boos, maar laat merken dat je er voor de ander bent en dat je het serieus neemt. Dan krijg je vaak respect. Lukt het toch niet? Maak dan duidelijk dat er na jou wel weer een ander komt die het probleem wil oplossen, op een andere manier. Misschien wel een rechter die diegene naar een behandelcentrum of de gevangenis stuurt: ‘Ik kan je niet dwingen, maar ik wil je helpen in jouw belang. Wil jij dit niet met mij, dan zijn er consequenties. De keus is aan jou.’”  

Blijf geduldig 

Heeft Erik nog andere praktische tips? “Ook al voel je de druk van je werkgever, probeer niet te snel over te gaan op handelen. Zeker niet als je cliënt nog weerstand toont. Probeer dan juist te vertragen. Dwing niks af en bespreek geen zaken die je zou moeten bespreken, maar wees geduldig, luister alleen en probeer de ander te begrijpen. Blijf nieuwsgierig en zoek naar hypotheses die het gedrag zouden kunnen verklaren. Durf die ook te benoemen: ‘Heb je negatieve ervaringen met hulpverleners? Ben je vroeger zelf gepest of in elkaar geslagen? Ik denk dat je ouders veel van je houden, maar knettergek van je worden, klopt dat?’ Dan kom je uiteindelijk vanzelf op een punt waarop de cliënt vraagt: ‘Wat wilde u eigenlijk?’ Meestal geven ze dan aan dat ze het vervelend vinden en heb je een negatief punt te pakken waarop je kunt inhaken. Of je komt juist een positief punt tegen waar je op kunt doorgaan: bijvoorbeeld een kwaliteit van iemand. Misschien is het een jongen die drugs dealt. Hij kan dus handelen en die kwaliteit ook op een andere manier inzetten om geld te verdienen, zonder in de problemen te komen. Geduld wordt vaak beloond, al was het alleen maar om iemand aan het denken te zetten over alternatieven.”  

Zie jezelf als verkoper 

Een ander advies dat Erik meegeeft: “Begin met iemand die niet te ver van je afstaat en in wie je je kunt verplaatsen. Focus op de leuke eigenschappen van diegene en bedenk wat je zelf in diens situatie had gedaan. Bewaar je geduld en blijf jezelf, jongeren prikken er zó doorheen als je je te positief opstelt of ongemeende complimenten geeft. Houd het realistisch en durf ook negatieve zaken te benoemen, bijvoorbeeld delicten die iemand heeft gepleegd en het geweld dat daarbij is gebruikt. Ga ook vooral niet in kleine kamertjes tegenover iemand zitten, maar naast diegene. Of ga een stukje lopen of autorijden, zodat je niet continu oogcontact hebt, dat vinden jongeren vaak vreselijk. Hoe informeler, hoe beter. Ik bekijk het zelf weleens zakelijk: ik kom niet iets halen, maar iets verkopen. En het is aan de ander of die het wil hebben. Het is niet verplicht. Dat helpt mij altijd.” 

Misschien ook interessant voor jou