Hoe herken je problematische chemseks en hoe ga je hier als behandelaar mee om?

door VGCt
7 minuten leestijd

Chemseks – seks onder invloed van drugs – komt steeds vaker voor, met name bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Hoewel chemseks niet per se problematisch hoeft te zijn, kan het dat wel worden. Meine Bosma-Bleeker is klinisch psycholoog, psychotherapeut en seksuoloog NVVS bij Expertise Centrum Seksuologie. Hij legt uit wanneer chemseks het functioneren ondermijnt en hoe je dit in je therapie ter sprake kunt brengen.

Onlangs voerde Meine een vragenlijststudie uit, waarvan hij de resultaten binnenkort publiceert. Hier namen 521 mannen uit Nederland en Vlaanderen aan deel die seks hebben met mannen. De uitkomsten laten zien dat in Nederland en Vlaanderen 32,3% van de MSM-populatie middelen gebruikt tijdens de seks. 25,2% van de mannen heeft in de zes maanden voor het invullen van de vragenlijst maandelijks of vaker aan chemseks gedaan. En dit fenomeen is breder in opkomst, ook onder andere groepen. Meine: “We zien dat MSM zich steeds vaker melden bij verslavingszorg in verband met problematische chemseks.” Zo is er recent een speciale chemsekspoli van IrisZorg in Arnhem geopend. Een relevant thema voor therapeuten, want zelfs als iemand maar af en toe chemseks heeft, kunnen er verschillende risico’s zijn – van fysieke schade of psychische klachten tot relationele problemen.

Verbondenheid

Volgens Meine vervult chemseks voor veel mensen meerdere functies. “Het gaat niet alleen om lust of spanning, maar ook om emotieregulatie en coping. Drugs zorgen ervoor dat mensen zich vrijer voelen om bepaalde fantasieën of gedragingen te verkennen. Tegelijkertijd kan het een manier zijn om even te ontsnappen aan de realiteit of negatieve gevoelens.” Een belangrijk aspect is het gevoel van verbondenheid dat tijdens chemseks kan ontstaan. “Voor sommige mannen is chemseks een manier om zich eindelijk volledig geaccepteerd te voelen. Dit kan bijzonder aantrekkelijk zijn voor mensen die in het dagelijks leven worstelen met schaamte, afwijzing, een pestverleden of een negatief zelfbeeld. Die verbondenheid onder invloed van middelen is echter vaak vluchtig, leeg en oppervlakkig.”

Wat is chemseks – en wanneer vormt chemseks een probleem?

Chemseks, ook wel aangeduid als party and play, verwijst naar het gebruik van psychoactieve middelen – zoals 3-MMC, GHB, cocaïne, MDMA en crystal meth – met als doel om de seksuele ervaringen te intensiveren, verlengen of makkelijker aan te gaan. De drugs verhogen vaak gevoelens van euforie, energie en verbondenheid, terwijl remmingen afnemen en tijdsbesef vervaagt. Dit kan leiden tot langdurige seksuele sessies, waarbij grenzen vervagen, consent onder druk komt te staan en deelnemers soms het bewustzijn verliezen. Chemseks is problematisch wanneer iemands werk, gezondheid of relaties eronder lijden. Zoals bij andere vormen van middelengebruik is er sprake van een glijdende schaal: van incidenteel recreatief naar frequent gebruik en uiteindelijk naar compulsief gedrag. Soms gaat het zover dat mensen zonder drugs geen seks meer durven of willen hebben.

Risico van drugs

Het onderscheid tussen recreatieve chemseks en de problematische variant is niet altijd even duidelijk. Meine: “In het begin vormt het vaak een variatie in het seksleven. Dat kan, als de focus ligt op consent en wederzijds plezier, maar het gebruik van drugs brengt altijd een risico met zich mee. Als seks zonder middelen niet meer leuk is, moet je aan de bel trekken. Voor een deel van de gebruikers wordt het op een gegeven moment de enige manier waarop ze nog seks hebben. Dan is het problematisch gedrag waarvoor een behandeling noodzakelijk is. Dit hangt wel af van de frequentie van de chemseks. Doet iemand bij wijze van spreken eens per maand aan chemseks, dan zal het probleem meevallen. Echter: als mensen alleen seks hebben wanneer ze middelen gebruiken, vaak wekelijks, dan zie je dat de situatie steeds verder uit de hand loopt. Uit mijn onderzoek blijkt dat 2,5% van de MSM geen controle meer ervaart over de chemseks, 3,2% geeft aan niet meer in staat te zijn om seks te hebben zonder het gebruik van middelen. Andere onderzoeken geven aan dat 9,1% van de mensen die aan chemseks doet, een negatieve impact op het dagelijks leven ervaart, en 23% heeft behoefte aan behandeling. In een andere Nederlandse studie had, van de mensen die minder dan één keer per maand aan chemseks doet, 17,2% behoefte aan professionele behandeling, bij meer dan twee keer per maand was dat 30,1%.”

Behandeling

Moet je problematische chemseks primair zien als een verslaving, een seksueel probleem of een emotieregulatieprobleem? Volgens Meine gaat het vrijwel altijd om een combinatie: “De gebruikte drug kaapt het brein en neemt de regie over, maar tegelijkertijd zien we dat het gedrag ook een functie heeft in het omgaan met stress en emoties. In de praktijk betekent dit dat de behandeling vaak meerdere componenten moet bevatten: aandacht voor het middelengebruik en de afhankelijkheid daarvan, aandacht voor onderliggende psychische problematiek én seksuele patronen.” CGT kan hierin een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld bij het herkennen en doorbreken van conditioneringen en het ontwikkelen van alternatieve copingstrategieën.

Comorbiditeit en complexiteit

Problematische chemseks gaat vaak gepaard met andere psychische klachten, zoals depressie en trauma – en dan met name hechtingstrauma. Soms zijn deze klachten al aanwezig vóór het ontstaan van de chemseksproblematiek. In andere gevallen worden ze heviger door langdurig middelengebruik en slaaptekort. Meine benadrukt dan ook het belang van een integrale behandeling. “Als iemand nog volop middelen gebruikt, is het vaak moeilijk om effectief aan depressie of angst te werken. Tegelijkertijd kun je de seksuele component niet negeren.”

Hoe signaleer je problematische chemseks?

Voor veel therapeuten vormt chemseks nog een blinde vlek. “Seksualiteit krijgt in de reguliere ggz-opleiding weinig aandacht”, zegt Meine. “En middelengebruik wordt niet altijd in verband gebracht met seksueel gedrag.” Toch is het volgens hem essentieel om dit bespreekbaar te maken. “Vraag je cliënt of je een paar vragen over seks mag stellen, maar ook over druggebruik. Mag dat, vraag dan expliciet of iemand weleens drugs gebruikt tijdens seks. Zo ja: vraag of diegene dan verschil merkt tussen seks met en zonder middelen. Vervolgens kun je vragen of je cliënt zich zorgen maakt over diens druggebruik tijdens seks. Het is met name van belang dat je ook uitzoekt of iemand er nog controle over ervaart, of zich zorgen maakt over bijvoorbeeld de frequentie van de chemseks en negatieve ervaringen. Het Trimbos-instituut stelt expliciet dat vooral frequentie, hoge doseringen en combinatiegebruik voorspellers zijn van mentale gezondheidsklachten, maar dat de bredere samenhang met psychisch functioneren duidelijk genoeg is om klinisch serieus te nemen. Chemseks kan samenhangen met onder meer depressieve klachten, angstklachten, psychotische klachten en zelfbeeldproblematiek. Straal in ieder geval uit dat het in de behandeling ook over seks mag gaan en dat je niet oordeelt. De kans bestaat dat je cliënt er dan later op terugkomt, ook als die er in eerste instantie niet over wil praten. Vind je dit zelf moeilijk of ongemakkelijk? Vraag dan of een collega dit voor je wil aankaarten.”

Motivatie en terugval

Net als bij veel andere verslavingsproblematiek is terugval bij problematische chemseks eerder regel dan uitzondering. Het vasthouden van motivatie is dan ook een belangrijke uitdaging. Meine: “Als iemand terugvalt, is het belangrijk om nieuwsgierig te blijven. Wat maakte dat het niet lukte? Waarom had je dit gedrag nodig? Wat loste het op? Als je dat begrijpt, kun je samen zoeken naar alternatieven.” Hij wijst ook op het belang van realistische doelen: “Niet iedereen wil of kan direct volledig stoppen. Soms is een tijdelijke onthouding – bijvoorbeeld drie of zes maanden – een haalbare eerste stap.”

Sekspositieve benadering

Tot slot benadrukt Meine het belang van een sekspositieve houding in de behandeling. “Het is belangrijk om altijd de seksualiteit uit te vragen, juist omdat het een belangrijk onderdeel is van het menselijk functioneren. Het is essentieel dat cliënten voelen dat hun seksuele verlangens er mogen zijn. De focus moet liggen op consent, wederzijds plezier en veiligheid. Vanuit dit kader kun je samen kijken waar het misgaat en wat er nodig is om de regie weer terug te krijgen.”

Bronnen

Factsheet Chemsex, 2022, Trimbos-instituut, Utrecht. Chun Chiu, Esther Croes en Lonja Schürmann. Deze factsheet is gratis te downloaden via www.trimbos.nl. Artikelnummer: AF1976

Preventive Medicine Reports 18 (2020) 101074 Sexual, addiction and mental health care needs among men who have sex with men practicing chemsex – a cross-sectional study in the Netherlands Y.J. Evers, C.J.P.A. Hoebe, N.H.T.M. Dukers-Muijrers, C.J.G. Kampman, S. Kuizenga-Wessel, D. Shilue, N.C.M. Bakker, S.M.A.A. Schamp, H. Van Buel, W.C.J.P.M. Van Der Meijden, G.A.F.S. Van Liere 2020, Published by Elsevier Inc.

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 7.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode