Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer Matthijs Oud, onderzoeker bij de V&VN en de NHG, over zijn proefschrift: Navigating the Spectrum of Mental Health: A Comprehensive Exploration of Interventions Across the Lifespan.
Welk probleem staat centraal?
Mijn proefschrift draait om twee vragen: hoe effectief zijn psychologische interventies bij depressie, bipolaire stoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, en welke behandelingen werken het best voor welke patiënten? Het doel was om bij te dragen aan wetenschappelijke kennis én aan de ontwikkeling van richtlijnen, zodat onderzoeksresultaten beter kunnen worden vertaald naar de klinische praktijk.
Waar spitste je onderzoek zich op toe?
Ik voerde meerdere systematische reviews en geavanceerde meta-analyses uit naar de effectiviteit van psychotherapie voor depressie, bipolaire stoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis, van jeugd tot volwassenheid.
Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?
Bipolaire stoornis
Psychologische interventies verminderen terugval bij bipolaire stoornis. De effecten op depressieve symptomen waren klein en het bewijs voor manische symptomen beperkt. Psychologische interventies lijken dus gunstig, maar door de lage tot matige bewijskwaliteit is vervolgonderzoek nodig naar welke interventies het best werken in specifieke fasen van bipolaire stoornis.
Borderline persoonlijkheidsstoornis
Gespecialiseerde psychotherapieën zoals schematherapie verbeteren uitkomsten bij borderline persoonlijkheidsstoornis. DGT liet daarnaast kleine tot matige effecten zien op zelfbeschadiging. Het blijft echter onduidelijk welke specifieke therapie het beste werkt voor welke patiënten.
Depressie
- CGT vermindert depressieve symptomen bij kinderen en adolescenten. Als geïndiceerde preventie verlaagde CGT daarnaast het risico op het ontwikkelen van depressie tijdens follow-up met ongeveer 63 procent. Interventies met gedragsactivatie, cognitieve herstructurering en betrokkenheid van verzorgers hingen samen met betere langetermijnuitkomsten.
- CGT-effecten bleken relatief consistent tussen subgroepen van jongeren. Dat onderstreept de robuustheid van CGT, maar ook de noodzaak van verfijnder onderzoek naar personalisatie.
- Psychotherapie in de huisartsenpraktijk is even effectief als antidepressiva. De combinatie van psychotherapie en medicatie kan extra voordelen bieden.
Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?
Veel geïncludeerde studies hadden een beperkt aantal deelnemers en de kwaliteit van bewijs varieerde van laag tot matig. Daarnaast waren follow-upmetingen vaak relatief kort. Hierdoor blijft voor sommige interventies onzeker hoe groot en duurzaam de langetermijneffecten zijn.
Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?
Meer onderzoek naar welke behandeling het beste werkt voor welke patiënt. Met een grote subsidie zou ik gepersonaliseerde psychotherapie onderzoeken, waarbij individuele patiëntkenmerken worden gebruikt om behandelkeuzes beter af te stemmen.
Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?
Psychotherapie werkt, maar de optimale behandeling hangt af van de aanwezigheid van effectieve elementen, de patiënt, context en levensfase.
Meta-analyses laten zien dat psychotherapie werkt en helpen richtlijnen onderbouwen, maar die aanbevelingen moeten altijd worden afgestemd op de behoeften en voorkeuren van de individuele patiënt. De belofte van geavanceerde meta-analyses is dat ze steeds scherper kunnen laten zien wat werkt voor wie.

Titel proefschrift:
Navigeren door het spectrum van mentale gezondheid: een uitgebreide verkenning van interventies gedurende de levensloop
Promovendus:
Matthijs Oud
Universiteit:
Vrije Universiteit Amsterdam
Promotiedatum:
12 juni 2026
Proefschrift:
Download
Over de auteur
Matthijs Oud werkt bij de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) en de wetenschappelijke vereniging van Nederlandse huisartsen, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Daar is hij betrokken bij de ontwikkeling van evidence-based richtlijnen, onderzoek naar de effectiviteit van psychologische interventies en de methodologie van meta-analyses.
