Van eetstoornis naar een beter zelfbeeld

Terugblik op de eigen bekwaamheidsproef

door VGCt
4 minuten leestijd

Janneke Karssen

Wendy* (17) heeft een verstoord eetpatroon en is flink afgevallen. De kinderarts verwijst haar naar Janneke. Tijdens de intake blijkt dat er meer speelt: Wendy kampt met somberheid, sociale angst en een negatief zelfbeeld. Ze vindt dat ze vaak tekortschiet en legt de lat voor zichzelf hoog. Hoewel ze het goed doet op school, ervaart ze veel druk en onzekerheid.

Afwijzing en buitensluiting

Wendy groeit op in een gezin waar haar emotionele behoeften niet altijd worden gezien. Ze heeft geleerd zichzelf te redden en vraagt niet vaak om hulp. In sociale situaties is ze bang om op te vallen en ze wil niet dat anderen haar ‘lastig’ vinden. Eerdere ervaringen van afwijzing en buitensluiting hebben haar ervan overtuigd dat ze er niet toe doet.

De diagnose

Op basis van de analyses blijkt dat sociale angst en een negatief zelfbeeld samenhangen met depressieve klachten. Wendy’s eetstoornis is secundair probleemgedrag en functioneert als copingstrategie: het gecontroleerde eetpatroon geeft haar houvast, dempt negatieve gevoelens en de eetstoornis bracht aandacht en nabijheid van haar ouders, wat ze zo gemist had in haar vroege jeugd. Tegelijkertijd houdt het haar negatieve zelfbeeld in stand. Janneke: “Het werd duidelijk dat de eetstoornis haar controle gaf, maar haar ook de kans ontnam om zich te ontpoppen tot gezonde volwassene.” Janneke stelt, samen met Wendy en haar ouders, behandeldoelen op: een verbeterde stemming, meer zelfwaardering, minder eetproblemen en het ontwikkelen van meer adequate coping, zoals het zoeken van steun en op een gezondere manier aandacht vragen.

Aanpak van meerdere factoren

De behandeling start met psycho-educatie en het opstellen van een casusconceptualisatie. Wendy reageert wisselend: ze voelt zich soms beter, maar twijfelt of haar klachten wel ernstig genoeg zijn om tijd van haar behandelaar te vragen. Door haar het verschil uit te leggen tussen tijdelijke verbetering en herstel, maar vooral aan te geven dat ze recht heeft op tijd, ruimte en aandacht, ontstaat meer begrip en motivatie. “We hebben gekozen voor een combinatie van individuele CGT, systeemtherapie en het online programma ‘Smaakk!’” geeft Janneke aan, “met aandacht voor zowel cognitieve patronen als het eetgedrag en systeemfactoren.”

Negatief zelfbeeld

In de behandeling staan de socratische dialoog, gedachtenrapporten en gedragsexperimenten centraal. Janneke besteedt veel tijd aan het onderzoeken van Wendy’s overtuigingen, zoals: ‘ik mag geen ruimte innemen’ en ‘ik moet het alleen doen’. Langzaam ontstaat inzicht: door zich terug te trekken en geen hulp te vragen, bevestigt Wendy haar negatieve zelfbeeld. Tegelijk ontdekt ze dat de eetstoornis spanning vermindert, wat het gedrag hardnekkig maakt. Met gedragsexperimenten probeert Wendy stap voor stap nieuw gedrag uit, zoals vragen om hulp, zich uitspreken en zich opener opstellen naar anderen. Hierdoor merkt ze dat anderen wél reageren met steun en begrip.

Aandacht voor het verleden

Ook zet Janneke imaginaire rescripting in. Wendy herbeleeft ingrijpende situaties waarin ze zich niet gezien voelde en geeft hier in gedachten een nieuwe afloop aan. Dit helpt haar om gevoelens van boosheid en verdriet toe te laten en haar ervaringen een andere betekenis te geven. Daarnaast zorgen brieven aan haar ex-vriend en aan de eetstoornis voor verwerking, opluchting en meer zelfinzicht.

Meer ruimte

Parallel aan de individuele therapie volgt Wendy systeemtherapie. Gesprekken met haar ouders fungeren onder meer als gedragsexperiment: Wendy oefent met het delen van haar gevoelens en behoeften. Hierdoor kunnen haar ouders beter aansluiting vinden en voelt ze zich meer gesteund. Ook op school en tijdens haar stage vraagt Wendy vaker om hulp en laat ze zichzelf wat meer zien. Dit leidt tot nieuwe ervaringen en versterkt haar overtuiging dat ze ertoe doet.

Resultaat en afronding

Aan het einde van de behandeling is een duidelijke verbetering zichtbaar. Wendy voelt zich energieker en minder somber. Ze heeft meer zelfvertrouwen en controle over haar gedachten en gedrag. Het piekeren over eten, gewicht en lichaamsvormen is afgenomen en ze kan beter onderscheid maken tussen zichzelf en de eetstoornis. Hoewel haar zelfbeeld nog kwetsbaar is, is een duidelijke positieve ontwikkeling zichtbaar.

*Gefingeerde naam.

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 20.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode