Wat als een classificatie niet zozeer iets verklaart, maar vooral iets mogelijk maakt? In haar praktijk ontmoet Julie Stoter een studente met een duidelijke wens: een ADHD-classificatie. Wat volgt is geen standaard behandeltraject, maar een zoektocht naar wat er achter haar vraag schuilt.
Isabella is twintig jaar en zit in het tweede jaar van een universitaire studie, na cum laude te zijn geslaagd voor het atheneum. Op de universiteit kan ze het niveau niet bijhouden. Daarnaast ervaart ze concentratieproblemen. Julie: “Ze kwam bij me met deze problemen en had een heel duidelijke vraag: of ik haar de classificatie ADHD wilde geven. Ik ben daar kritisch op, omdat ik niet te snel wil labelen. Ik wilde eerst meer inzicht. Wat is de lijdensdruk en waar komen de klachten vandaan? Is het nodig om het ADHD te noemen? Kunnen het ook concentratieproblemen zijn die geen stempel nodig hebben en waarvoor we oplossingen kunnen zoeken? Isabella was stellig: ze wilde het label ADHD.”
Onder druk presteren
Isbella goeit op in een welgesteld milieu waar etiquette belangrijk is – presteren en je netjes gedragen zijn de norm. “Stilzitten aan tafel hoorde daar bijvoorbeeld bij. Er was weinig ruimte om onrustig te zijn of het anders te doen”, vertelt Julie. Dat maakt het lastig om in haar ontwikkeling terug te zien of de concentratieproblemen er altijd al waren. Tegelijkertijd wordt duidelijk hoeveel druk Isabella zichzelf oplegt. Ze kiest bewust een pittige studie om te bewijzen dat ze het aankan, zeker in vergelijking met haar zus bij wie alles als vanzelf leek te gaan. Juist daar loopt ze vast. “Ze moest er ontzettend hard voor werken en redde het niet meer. Dan kom je op de vraag: noem je dit ADHD of is dit iemand die structureel over haar grenzen gaat?”
Sleutelmoment
Julie probeert tijdens hun gesprekken scherp te krijgen waar Isabella’s klachten precies vandaan komen en hoe groot haar lijdensdruk is. Isabella blijft vasthouden aan haar wens om het ADHD te noemen. “Voor haar voelde het alsof ze niet serieus werd genomen zonder classificatie.” Isabella raakt wanhopiger, terwijl Julie merkt dat ze zelf ook begint te zoeken naar hoe ze inhoudelijk zorgvuldig kan blijven. Ze voelt de verantwoordelijkheid om niet zomaar een label te geven, maar wil Isabella ook niet verliezen. “Toen besloot ik het anders aan te pakken”, zegt Julie. “Op een A4’tje schreef ik ‘Je hebt ADHD’. Dat gaf ik aan haar en zei: ga hier de komende weken eens mee leven. Ik wilde haar laten ervaren wat zo’n label eigenlijk doet, dat het niets verandert.”
Vergaande aanpassingen
Twee weken later zit Isabella opnieuw tegenover haar, zichtbaar opgelucht. “Ik verwachtte dat ze zou zeggen dat ik gelijk had. Ze reageerde echter anders dan ik had verwacht en bedankte me. Eindelijk stond ze zichzelf toe om eerder pauze te nemen tijdens het studerenen om hulp te vragen. Ze kon de lat voor zichzelf nu wél minder hoog leggen”, zegt Julie. Als ze haar hierop doorvraagt, wordt de lijdensdruk eindelijk concreet. “Isabella beschreef hoe ze zichzelf moet organiseren om overeind te blijven. Zo legt ze haar sleutels standaard op de deurklink om ze niet te vergeten, zet ze meerdere wekkers om op tijd te komen en vertrekt ze ruim van tevoren om maar geen risico te lopen te laat te zijn. Die aanpassingen gingen zó ver dat ik dacht: dit is het punt waarop ik kan zeggen, we noemen het toch ADHD.”
De rol van context
Voor Isabella betekent het label uiteindelijk vooral dat ze zichzelf meer mag toestaan. Ze geeft zichzelf ruimte om het anders te doen, zonder het gevoel te falen. “Het werd minder een persoonlijk tekort en meer iets externs.” Voor haar bevestigde het: zie je wel, ik heb ADHD. Julie kijkt daar anders naar. “Ik vroeg me juist af of ze niet zag dat die vier letters eigenlijk een construct zijn.” De context speelt hierin volgens haar een grote rol. “Isabella groeit op in een omgeving waarin problemen pas echt mogen bestaan als ze benoemd en bevestigd zijn door een expert. Pas dan telt het.”
Geen behandeling, maar erkenning
Voor Julie is deze casus een mooie les. “Het was geen behandeling in de klassieke zin: ik heb haar eigenlijk niet behandeld. Het was een zoektocht waarbij we diep moesten graven naar wat er echt speelde. Achteraf gezien had ze ook geen behandelvraag. Ze had al van alles geprobeerd en haar leven zo ingericht dat het voor haar werkte. Wat ze nodig had, was erkenning voor wat het haar kostte, niet iemand die haar iets nieuws leerde. Ze kon het al, maar ze moest zichzelf alleen toestemming geven.” In totaal zag ze Isabella zo’n vijftien keer in krap een jaar tijd. Juist dat maakt volgens haar duidelijk hoe complex classificeren is. “Je kunt lijstjes afvinken, maar als je de lijdensdruk niet goed ziet, mis je waar het echt om gaat.”
Julie is ook docent handelingsgerichte diagnostiek aan de Jeugdzorg Academie. Ze gebruikt de casus vaak in haar lessen. “Het is een mooi voorbeeld van hoe complex diagnostiek kan zijn. Je hebt soms echt de tijd nodig om te begrijpen waar het over gaat. In dit geval bleek dat niet ADHD, maar erkenning te zijn.”
*Gefingeerde naam.
Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 10.
