Relatietherapie als preventie voor jeugdzorg

“Haal eerst de ruis tussen ouders weg, dan zie je wat een kind echt nodig heeft”

door VGCt
8 minuten leestijd

Gemeenten zoeken naar manieren om de groeiende druk op de jeugdzorg te verlagen, bijvoorbeeld door relatietherapie een plek te geven binnen het gezinsbeleid. De achterliggende gedachte is dat je escalaties kunt voorkomen door relatieproblemen van ouders vroegtijdig aan te pakken. Is dit een goed plan – en zo ja: welk verschil kun je als therapeut maken? We vroegen het sociaal psycholoog en relatietherapeut Pieternel Dijkstra.

In Gouda eindigen jaarlijks circa 150 huwelijken – waar kinderen in het spel zijn – in een scheiding1. Zo’n 20% van deze scheidingen verloopt (zeer) complex en kost de gemeente 1,2 miljoen euro per jaar aan jeugdhulp. Dat is 38.000 euro per scheiding. Om kinderen niet de dupe te laten worden van een scheiding en deze kosten omlaag te brengen, kiest de gemeente ervoor om te werken met de emotionally focused therapy (EFT)-cursus ‘Houd me vast’. Het doel van deze cursus is het verminderen van ruzies binnen het huwelijk en het vergroten van onderling begrip. De cursus bestaat uit acht wekelijkse bijeenkomsten van twee uur en is gratis voor inwoners. Alle inwoners van de gemeente kunnen zich inschrijven. Na aanmelding wordt tijdens een kennismakings- en voorlichtingsgesprek bekeken of de groepstraining passend is.

Symptoombestrijding

Pieternel is uitgesproken positief over het idee om relatietherapie in te zetten als preventie voor jeugdzorg. “We onderschatten hoeveel invloed de relatie tussen ouders heeft op het welzijn van kinderen. Als je kijkt naar wetenschappelijk onderzoek, zie je dat relatietherapie – zeker integrative behavioral couple therapy (IBCT) – de kwaliteit van de relatie tussen partners verbetert2. Het wordt vaak vergeten dat dit het psychosociaal welzijn van kinderen direct beïnvloedt – ook als die zelf geen therapie volgen.” Wanneer zich problemen bij kinderen voordoen, is het volgens haar logisch om eerst naar de ouderrelatie te kijken. “We zien in de praktijk dat kinderen soms het stempel ‘probleemgeval’ krijgen, terwijl juist de dynamiek tussen ouders een belangrijke rol speelt. Dan ben je dus eigenlijk met symptoombestrijding bezig.” Ze gaat nog een stap verder en noemt het ook een ethische kwestie. “Als de bron van problemen in de relatie van de ouders ligt, vind ik dat je daar eerst iets aan moet doen. Je haalt dan als het ware de ruis weg. Pas daarna kun je goed beoordelen wat een kind zelf nog nodig heeft.”

Snel herstel

“Uit onderzoek weten we dat conflicten tussen ouders schadelijk zijn voor kinderen”, vervolgt Pieternel. “Dat betekent niet dat elk conflict problematisch is, maar chronische, vijandige interacties wel.” In haar praktijk merkt ze ook dat kinderen last hebben van de ruzies van hun ouders. “Sommige pubers zeggen waar het op neerkomt: ‘We lijden hieronder.’ Er zijn ook kinderen die het niet benoemen, omdat ze niet durven of omdat ze geen vergelijkingsmateriaal hebben. Zij denken dat ruziemaken normaal is. Door spanningen en conflicten tussen ouders kunnen kinderen last krijgen van bijvoorbeeld depressieve gevoelens, concentratieproblemen, angsten of agressie. Binnen de DSM-5 is er zelfs een aparte classificatiecode voor: CAPRD – child affected by parental relationship distress. Deze klachten kunnen ook de al aanwezige klachten van een kind – bijvoorbeeld hyperactiviteit of depressieve gevoelens – versterken. Zijn er veel conflicten tussen ouders en hebben de kinderen psychische klachten, dan weet je dus eigenlijk niet goed welke daarvan nu veroorzaakt worden door de relatie tussen de ouders. Ook weet je niet van welke klachten een kind last gehad zou hebben als de ouders wél constructief met elkaar omgaan. Relatietherapie kan in die zin preventief werken. Natuurlijk zijn niet alle problemen hiermee te voorkomen: ook genetische kwetsbaarheid speelt een rol. Gelukkig zijn veel kinderen veerkrachtig: als de situatie thuis verbetert, herstellen ze vaak verrassend snel. Het is de moeite zeker waard.”

Groepsaanpak versus maatwerk

In de EFT-cursus ‘Houd me vast’ ziet Pieternel zowel voordelen als nadelen. “Als ik het zo bekijk, is dit een groepsaanpak. Die kan drempelverlagend werken: mensen merken dat ze niet de enigen zijn die met relatieproblemen worstelen. Aan de andere kant: in een groep laten zien dat je problemen hebt, kan ook zorgen voor schaamte.” Toch snapt ze deze praktische insteek. “Groepsinterventies zijn goedkoper en het gaat om gemeenschapsgeld, maar mijn voorkeur gaat uit naar individuele relatietherapie. Dan kun je veel gerichter interveniëren en beter aansluiten bij de specifieke problematiek van een stel. Vaak kun je in een paar sessies al flinke verbeterstappen zetten.”

De kracht van relatietherapie

Critici wijzen erop dat in veel gezinnen meerdere problemen spelen, zoals armoede, psychische klachten of huiselijk geweld. Volgens Pieternel is dat een terecht punt, maar geen reden om relatietherapie dan maar opzij te schuiven. “Stressoren zoals financiële of psychische problemen kunnen relaties inderdaad onder druk zetten. Je kunt er dan voor kiezen om eerst die problemen aan te pakken, maar je kunt ze óók meenemen in de relatietherapie. Neem bijvoorbeeld schulden: die leiden vaak tot conflicten. In therapie kun je stellen helpen om financiële problemen als een gezamenlijke uitdaging te zien, in plaats van elkaar de schuld te geven.”

Ook bij psychische klachten ziet ze een belangrijke rol voor relatietherapie. “Bij depressie of angst kiezen we vaak voor een individuele behandeling, terwijl de partner een enorme invloed heeft. Soms houden partners klachten onbedoeld in stand – bijvoorbeeld door negatieve patronen te negeren – of ze weten zich er geen raad mee. Relatietherapie kan helpen om dit patroon te doorbreken. Je leert samen omgaan met de klachten, en dat kan zowel de relatie als de symptomen verbeteren. Er zijn wel grenzen. Zo moet je bij ernstig huiselijk geweld heel zorgvuldig zijn. Dan staat veiligheid voorop. Toch kan ook daar relatietherapie, onder de juiste voorwaarden, helpen.”

Oog voor de kinderen

Bij het inzetten van relatietherapie om jeugdzorg te voorkomen, is het vooral belangrijk om ook over de kinderen te praten. Pieternel: “Je moet expliciet blijven vragen: hoe gaat het met de kinderen? Dat lijkt vanzelfsprekend, maar gebeurt niet altijd. Ouders zijn zich vaak niet bewust van de impact van hun gedrag. Wat voor hen ‘een normale ruzie’ is, kan voor een kind heel intimiderend zijn. Door daarover door te vragen, ontstaat vaak inzicht en een gedragsverandering. Ook belangrijk: relatietherapie mag nooit betekenen dat noodzakelijke hulp aan kinderen wordt uitgesteld. Preventie is mooi, maar je moet alert blijven. Soms hebben kinderen gelijktijdig ondersteuning nodig.”

Beperkingen EFT

Dat de gemeente Gouda koos voor EFT vindt Pieternel positief, maar wel met een kanttekening. “EFT is een goed onderbouwde methode en effectief gebleken in individuele relatietherapie. Deze richt zich sterk op emotionele verbinding, en dat is waardevol. Toch heeft deze vorm ook beperkingen. Niet iedereen voelt zich thuis bij een sterk emotiegerichte benadering. Sommige mensen zijn rationeler ingesteld of hebben minder toegang tot hun gevoelens. Daar mag je als hulpverlener ook respect voor hebben. Bovendien is niet duidelijk of deze therapie binnen alle culturen toepasbaar is. EFT is vooral onderzocht in westerse landen, met individualistische inwoners. In andere culturen gaan mensen anders om met emoties en hechting. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden.”

Acceptatie én verandering

Pieternel werkt zelf voornamelijk met IBCT en pleit ervoor om ook deze vorm nadrukkelijk in een gemeentelijk plan mee te nemen. “IBCT gaat uit van het idee dat relatieproblemen vaak voortkomen uit persoonlijke verschillen en emotionele gevoeligheden”, legt ze uit. “Die verschillen verdwijnen niet, maar je kunt er wel mee leren omgaan. Hierbij is acceptatie belangrijk – niet in de zin van ‘je moet alles maar accepteren’, maar dingen leren verdragen waar je geen invloed op hebt en daarin je grenzen ontdekken. Je hoeft natuurlijk niet álles te accepteren of verdragen. Tegelijkertijd werk je daarom aan gedragsverandering en communicatie. Waar EFT sterk inzet op coregulatie – samen emoties reguleren – combineert IBCT die met zelfregulatie. Je leert ook je eigen emoties beter herkennen en hanteren. Dat voorkomt escalaties. Dit maakt IBCT minder normatief en heel breed toepasbaar: persoonlijke verschillen, stress en kwetsbaarheden komen in alle culturen voor.” Hoewel het bij stellen met een andere culturele achtergrond dan jijzelf altijd goed is om cultuursensitief te werken (lees hierover meer op pagina 22), lijkt het principe van IBCT ook goed te passen bij de denkwijze in Oosterse culturen. Pieternel: “Zo sluit het eerste deel van IBCT – het bevorderen van acceptatie en tolerantie – aan bij de Oosterse visie dat mensen sterk geneigd zijn onaangename situaties en emotionele pijn te vermijden en dat die vermijding vaak zorgt voor problemen3. Ook het tweede deel – gericht op gedragsverandering – van IBCT sluit aan op het gegeven dat cliënten uit Aziatische culturen gedragsmatige methodes, zoals gedragsactivatie, gedragsexperimenten en communicatietraining, zinvol vinden en goed oppakken4.”

Tot slot vindt Pieternel een opvallend verschil met andere benaderingen dat IBCT niet streeft naar volledige relationele veiligheid. “Honderd procent veiligheid is een illusie. Elke relatie kent momenten van onzekerheid. In plaats daarvan richt IBCT zich op het vergroten van draagkracht. Je leert omgaan met ongemak, zonder dat je grenzen overschrijdt. Zo maakt deze vorm van therapie mensen veerkrachtiger – ook buiten de relatie.”

Bronnen

1. Gouds Dagblad, 12 maart 2025

2. Dijkstra, P. & Tamminga, A. (2025). IBCT Relatietherapie: Geïntegreerde gedragstherapie voor partners met relatieproblemen. Boom

3. Hall, G. C. N., Hong, J. J., Zane, N. W. S., & Meyer, O. L. (2011). Culturally competent treatments for Asian Americans: The relevance of mindfulness and acceptance-based psychotherapies. Clinical Psychology: Science and Practice, 18(3), 215–231. https:// doi.org/10.1111/j.1468-2850.2011.01253.x

4. Naeem, F., Latif, M., Mukhtar, F., Kim, Y.-R., Li, W., Butt, M. G., Kumar, N., & Ng, R. (2021). Transcultural adaptation of cognitive behavioral therapy (CBT) in Asia. Asia-Pacific Psychiatry, 13(3), e12442. https://doi.org/10.1111/appy.12442

    Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 38.

    Misschien ook interessant voor jou

    Focus Mode