Bruggenbouwers: “Hoe briljant ook: niemand weet alles zélf”

door VGCt
5 minuten leestijd

Werken in de praktijk sluit wetenschappelijk onderzoek niet uit. Dat bewijzen scientist-practitioners in ‘Bruggenbouwers’. Hoe combineren ze de wetenschap met de praktijk en wat levert die combinatie op? 

Anneke Bruinsma werd al tijdens haar opleiding gegrepen door de inhoud. Daar ontstond haar ambitie om bij een TOPGGz-instelling te werken. “Daar gaan behandelingen hand in hand met wetenschap.” Dat is gelukt: als klinisch psycholoog en inhoudelijk coördinator bij TOPGGz-instelling Overwaal slaat ze de brug tussen onderzoek en praktijk.

Wat doe je als inhoudelijk coördinator?

“Ik werk specifiek op de SCHerp-kliniek. SCHerp is een behandelcombinatie van schematherapie en ERP (exposure and response prevention, red.), speciaal ontwikkeld voor mensen met aanhoudende angststoornissen en persoonlijkheidsproblemen. Als inhoudelijk coördinator ben ik medeverantwoordelijk voor de inhoud van de behandelprogramma’s bij Overwaal, waarbij we wetenschappelijk onderzoek vertalen naar de praktijk en andersom. Concreet betekent dit dat ik kartrekker ben van zorginnovaties en als behandelprogramma’s herzien moeten worden. Dat innoveren en herzien pakken we vervolgens op met het team. Sinds kort ben ik ook het boegbeeld van SCHerp, wat inhoudt dat ik tijdens workshops en congressen vakgenoten vertel over ons programma. Zo zorgen we voor meer landelijke zichtbaarheid.”

Wat was je eerst: docent en supervisor, of inhoudelijk coördinator?

“Mijn nieuwsgierigheid naar de inhoud heb ik al sinds ik de opleiding tot klinisch psycholoog volgde. Vanuit dat enthousiasme ben ik er van alles bij gaan doen en werd ik dus éérst supervisor en docent. Dat dwingt me om de literatuur bij te houden, waardoor ik een scherpte heb die ik niet zou hebben als ik alleen met cliënten zou werken. Die combinatie van wetenschap en praktijk maakt dat collega’s me van nature weten te vinden als ze een complexe casus hebben. De rol van inhoudelijk coördinator, inhoudelijk sparringpartner van de manager, was dus een vanzelfsprekende vervolgstap.”

Welke competenties zijn daarvoor nodig?

“Het belangrijkste is dat je écht blij wordt van wetenschap, onderbouwing en vernieuwing. Je moet bereid zijn om daar tijd en energie in te steken. Het is lef hebben, want onderzoek doen brengt soms risico’s met zich mee en vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid. Wat mij daarnaast helpt in deze rol, is dat ik een verbinder ben. Ik heb lang niet altijd zelf het antwoord, maar beschik wél over een netwerk waarin ik vragen kan uitzetten. Ik vertrouw op de expertise van mijn collega’s. Hoe briljant je ook bent: niemand weet of kan alles alleen. Juist daarom is het belangrijk dat je mensen in hun kracht kunt zetten.”

Waarom brengt onderzoek doen risico’s met zich mee?

“Sowieso is er de financiële component. Van TOPGGz-instellingen wordt verwacht dat we veel onderzoek doen en daarover naar buiten treden. Daar staat een iets hogere financiële vergoeding tegenover, maar dat dekt niet al onze extra inspanningen. Bovendien weet je van tevoren niet of bijvoorbeeld een add-on bij een behandeling meerwaarde gaat hebben. En als dat wél zo is, betekent dat niet dat je de behandeling ook kan blijven uitvoeren. Zo deden we onderzoek naar de standalone interventie ImRs bij hardnekkige dwangklachten. De interventie liet mooie resultaten zien, maar dit betekent niet dat deze meteen als aanbevolen behandeling wordt opgenomen in de richtlijnen. In zulke gevallen nemen we met het team een zorgvuldige afweging per cliënt wanneer we wel en niet van de richtlijn afwijken en bijvoorbeeld ImRs aanbieden.”

Dan doe je in sommige gevallen dus een stap terug.

“Soms is dat juist goed. We weten dat behandelingen soms óók beter presteren juist omdát het een onderzoek is. Dit wordt ook wel het Hawthorne-effect genoemd: een psychologisch verschijnsel waarbij mensen hun gedrag aanpassen of beter presteren, omdat ze weten dat ze deel uitmaken van een onderzoek. En als ons onderzoek dan het eerste onderzoek is dat betere resultaten aantoont, dan is het dus niet verkeerd om die stap terug te doen. Je mag simpelweg geen waterdichte conclusies trekken uit de positieve resultaten van één onderzoek. Maar inderdaad, dat vinden behandelaren soms wel lastig.”

Hoe zorg je dat iedereen betrokken is bij onderzoek?

“Dat begint bij ons direct bij de receptionist. Die vraagt bij het maken van afspraken met nieuwe cliënten of zij door onderzoekers benaderd mogen worden met informatie over lopende onderzoeken. Sinds we het zo hebben geregeld, komen we veel makkelijker aan deelnemers. Behandelaren werven ook zelf. Een uitdaging is om vanuit de behandelpraktijk tot onderzoeksinitiatieven te komen. In de drukte van alledag zijn behandelaren toch vooral met hun cliënten bezig. Dat vraagt dus om het bewust inbouwen van tijd en ruimte binnen de dagelijkse zorgpraktijk. Toen een van de onderzoekers mij pas tipte over een onderzoeksubsidie vanuit de VSt (de Vereniging voor Schematherapie), hebben we die tijd en ruimte echt even genomen en met elkaar nagedacht: waar liggen kansen voor onderzoek? Tja, dan komen er honderd ideeën op tafel. Met een daarvan zijn we aan de slag gegaan en daar krijgen we subsidie voor. Dat betekent dat we onderzoek mogen doen naar de modusinteracties binnen de partnerrelatie van cliënten die een behandeling bij SCHerp volgen. Zo zie je maar: als er ruimte is kunnen initiatieven uit de praktijk uitgroeien tot onderzoek dat ons werk straks verder brengt.”

De scientist-practitioner

Anneke Bruinsma werkt sinds 2014 bij Overwaal (TOP-GGz Expertisecentrum voor Angst, Dwang, en PTSS). Sinds 2018 werkt ze binnen het klinische SCHerp-programma. Anneke is inhoudelijk coördinator, waarbij ze meewerkt aan innovaties binnen de afdeling en betrokken is bij second opinions en consultaties. Daarnaast is ze supervisor, lid van de registratiecommissie van de VGCt en docent van vakken als ‘Proces van psychologisch handelen’ en ‘Imaginaire exposureen ImRs bij PTSS’ bij postdoctorale opleidingen.

Dit artikel kun je terugvinden in het VGCt magazine op pagina 12.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode