Boekrecensie: Praktijkboek Persoonlijkheidsdiagnostiek

door Jasvant Bhansing
4 minuten leestijd

Persoonlijkheidsdiagnostiek is geen rechttoe rechtaan pad die de diagnosticus met zijn patiënt bewandelt. Er is immers “geen alomvattend model of theorie beschikbaar waarmee de persoonlijkheid of persoonlijkheidspathologie van iemand in het geheel kan worden beschreven en begrepen.” Sinds de start van persoonlijkheidsdiagnostiek zijn er dan ook verschillende opvattingen en meningen bijgekomen over wat de beste wijze is om persoonlijkheidsdiagnostiek te bedrijven. Dit kan soms voor de diagnosticus aanvoelen als een dichtgegroeid woud. Het Praktijkboek Persoonlijkheidsdiagnostiek slaagt erin om de hedendaagse diagnosticus ondanks de velen bomen het bos te laten zien. Het is een uitgebreide en praktische handleiding voor het uitvoeren van persoonlijkheidsdiagnostiek in de klinische praktijk. Gericht op professionals zoals masterpsychologen, GZ-psychologen, psychotherapeuten, klinische psychologen, psychiaters en zij die in opleiding zijn, is dit boek een waardevolle gids in een complex en steeds evoluerend vakgebied.

Eerste indruk

Wat direct opvalt, is de expliciete focus op een ‘multi’-perspectief. Het boek omarmt een multiconceptuele, multimethodische, multidisciplinaire en multi-informantenbenadering. Dit betekent dat diagnostiek niet alleen vanuit één invalshoek wordt benaderd, maar dat diverse theorieën, methodieken en perspectieven worden gecombineerd om een completer beeld te schetsen van de cliënt. Deze aanpak maakt het boek zowel diepgaand als veelzijdig.

Inhoud en structuur

Het boek start bij het prille begin: hoe doe je onderzoek naar de persoonlijkheid en hoe pak je dat aan? Een stap die vaak als vanzelfsprekend wordt geacht en vaak wordt overgeslagen.

Uiteindelijk bestrijkt het boek een breed scala aan onderwerpen. In eerste instantie worden (semi)gestructureerde interviews, testen en indirecte methoden bij persoonlijkheidsonderzoek besproken. Daarbij is er aandacht voor het traditionele ‘structurele interview’ volgens Kernberg, maar ook voor moderne interpretatiemethodieken bij projectieve testen zoals het scoren van sociale cognitie en objecten (SCORS-G) bij de platentest (TAT). Tevens is er aandacht voor diverse kaders: DSM-5-classificatie met het alternatieve model (AMPS), dynamische theoriegestuurde profielinterpretaties (DTP) en het steeds populairder wordende therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO). Tot slot, worden domeinen van psychopathologie (LVB, ASS, ADHD, Psychose, Depressie, PTSS, lichamelijk klachten en verslaving), doelgroepen (jongeren, ouderen) en ook context (forensische kader cultuursensitiviteit) besproken, wat aansluit bij de diversiteit in de hedendaagse klinische praktijk.

Elk hoofdstuk is praktijkgericht en bevat een casus die als voorbeeld dient, met specifieke aandacht voor verslaglegging. Het boek sluit ieder hoofdstuk af met een kritische beschouwing, waarin niet alleen de sterke punten worden belicht, maar ook de beperkingen worden besproken. Deze kritische insteek is een van de onderscheidende kenmerken van het boek.

Leesbaarheid en toegankelijkheid

Wat het boek extra aantrekkelijk maakt, is de heldere schrijfstijl. De hoofdstukken zijn beknopt maar informatief, zonder overweldigend te zijn.  Het boek bespreekt nieuwe theorieën/testen/methodieken zonder dat de meer traditionelere vormen worden vergeten. Verder worden concepten verduidelijkt met behulp van grafieken, figuren of schema’s, waardoor zelfs ingewikkelde onderwerpen overzichtelijker worden voor de lezer.

Het is wel echt een praktijkboek; als een leerboek voor de zondagmiddag zal het mogelijk te praktisch aandoen. Je komt het beste met dit boek uit de voelen als je het inzet als naslagwerk bij de start van of tijdens persoonlijkheidsdiagnostiek. Hoewel het ook passend zou zijn als aanvulling tijdens opleiding of supervisie.  

Vergelijking met andere boeken

In vergelijking met eerdere publicaties van dezelfde uitgever zoals het Handboek Persoonlijkheidspathologie (Eurlings-Bontekoe et al., 2017) en het Praktijkboek Persoonlijkheidsstoornissen (Sprey, 2017) onderscheidt dit boek zich door een veel bredere focus: diagnostiek van persoonlijkheidsstoornissen versus persoonlijkheidsdiagnostiek. Bovendien zijn de eerdere boeken respectievelijk meer theoretisch of specifiek (bijv. alleen DSM 5 en/of cognitief gedragstherapeutisch) van aard. Tot slot, biedt het boek een tal van online extra’s, zoals een digitale versie waarin je notities kunt maken en teksten kunt markeren.

Conclusie

Het Praktijkboek Persoonlijkheidsdiagnostiek is een onmisbare informatiebron voor iedereen die actief is in de klinische praktijk. Het biedt een gebalanceerde mix van theorie, praktijk, en kritische reflectie, met oog voor zowel moderne als traditionele methodieken. Dankzij de duidelijke structuur, praktijkvoorbeelden, en extra onlinemogelijkheden is het niet alleen leerzaam, maar ook zeer bruikbaar in het dagelijks werk. Dit boek verdient een vaste plek op de boekenplank van iedere GGZ-professional die persoonlijkheidsdiagnostiek bedrijft.

Score

Informatie

Titel:
Praktijkboek Persoonlijkheidsdiagnostiek

Auteur/Redactie:
Han Berghuis, Theo Ingenhoven, Paul van der Heijden

Uitgever:
BSL media & learning

ISBN:
9789036828543

Onderwerp:
Diagnostiek bij Persoonlijkheidsproblematiek

Doelgroep:
Geschikt voor iedereen die werkt in de klinische praktijk

Beweringen en meningen, geuit in artikelen en mededelingen op de boekrecensiepagina’s van deze site, zijn die van de auteur(s) en niet (noodzakelijkerwijs) die van de VGCt.

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode