Proefschrift: Improving psychological treatment for obsessive-compulsive disorder

van Nadja Wolf

door VGCt
3 minuten leestijd

Een proefschrift staat boordevol nieuwe inzichten. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? En welke les kun jij er als zorgprofessional uit trekken? Dat kan niemand je beter vertellen dan de kersverse doctor zelf. Dit keer Nadja Wolf, psychiater bij Klinika Capriles te Curaçao, over haar proefschrift: Improving psychological treatment for obsessive-compulsive disorder.

Welk probleem staat centraal?

De obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven van patiënten en hun families. Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een effectieve behandeling. Toch knapt ongeveer de helft van de patiënten er onvoldoende van op. Daarnaast kan CGT een beangstigende behandeling zijn voor patiënten met OCS, wat voor sommigen een reden is om de behandeling niet aan te gaan of er eerder mee te stoppen.

Waar spitste je onderzoek zich op toe?

We vergeleken de effectiviteit en verdraagbaarheid van inference based CGT (I-CGT) met reguliere CGT. Daarnaast probeerden we de behandeling te personaliseren door het onderzoeken van twee predictoren van behandeluitkomst (angst voorafgaand aan behandeling en rampgedachten). Verder onderzochten we twee andere gebieden voor verbetering van behandeluitkomsten: therapeutische alliantie en verandering in inzicht.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen uit je proefschrift?

  1. Hoewel niet met zekerheid vast te stellen is dat I-CGT even effectief is als CGT, blijkt I-CGT een effectieve behandeling met resultaten die tot een jaar na behandeling behouden blijven.
  2. I-CGT is beter verdraagbaar dan CGT. I-CGT was minder vermoeiend, minder beangstigend en minder intrusief.
  3. Hoge mate van angst voorafgaand aan behandeling en het ontbreken van rampgedachten zijn geen voorspellers van slechtere behandelresultaten. Daarnaast profiteren deze groepen patiënten niet meer van I-CGT dan van CGT.
  4. De sterkte van de therapeutische alliantie draagt bij aan de behandeluitkomst bij OCS, maar slechts in beperkte mate.
  5. Inzicht bij mensen met OCS kan veranderen en een verbetering in inzicht kan gunstig zijn voor het beloop van de ernst van OCS.

Welke haken en ogen zitten er aan je onderzoek?

Het feit dat we niet konden aantonen dat I-CGT even effectief is als CGT hing mogelijk samen met de gespecialiseerde aard van de deelnemende ggz-instellingen. De instellingen beschikten namelijk over een hoog niveau van expertise in CGT, waarbij bijna alle therapeuten ervaring hadden met CGT: 30% van hen was CGT-supervisor, terwijl slechts 5% ervaring had met I-CGT. Hierdoor konden therapeuten hun uitgebreide CGT-vaardigheden comfortabel gebruiken tijdens CGT-sessies. Deze vertrouwdheid was niet beschikbaar bij het toepassen van I-CGT.

Wat moet volgens jou de volgende stap in het onderzoek zijn?

Graag willen we weten hóe I-CGT precies werkt. Wat zijn de onderliggende werkingsmechanismen van I-CGT? Deze kennis kan ons helpen de therapie te verbeteren, wat kan zorgen voor betere behandeluitkomsten. Daarnaast is een belangrijk vraagstuk voor wíe I-CGT werkt. Graag wil je voorafgaand aan de behandeling kunnen voorspellen wie gaat profiteren van I-CGT en wie van CGT, zodat we patiënten kunnen toewijzen aan de juiste behandeling.

Welke boodschap wil je dat zorgprofessionals meenemen uit je proefschrift?

“I-CGT is een effectieve behandeling voor OCS, zélfs wanneer deze wordt toegepast door therapeuten met minimale ervaring, en is beter verdraagbaar dan CGT. I-CGT is daarmee een waardevolle aanvulling op het OCS-behandelaanbod.”

Titel proefschrift:
Improving psychological treatment for obsessive-compulsive disorder

Promovendus:
Nadja Wolf

Universiteit:
Amsterdam UMC locatie VUmc

Promotiedatum:
5 juni 2025

Proefschrift:
Download

Nadja Wolf

Misschien ook interessant voor jou

Focus Mode